REPORTAGE

Broeinest voor moslimterreur?

Als gevolg van de moord-partijen door Al Shabaab worden moslims in Kenia met argwaan bejegend. In Mombasa ligt een jeugdclub onder vuur.

Jongeren in een armenwijk van de Keniaanse havenstad Mombasa proberen het hoofd boven water te houden met de verkoop van tweedehands schoenen. Dat jongeren in de overwegend islamitische stad moeilijk werk vinden, wordt gezien als een reden voor radicalisering. Beeld Sven Torfinn

Hij is bedreigd, gearresteerd, zijn laptop is doorzocht en zijn telefoon wordt afgeluisterd. Fahad Changi (31) vertelt het luchtig, met een glimlach. Maar onderhuids zit woede, die een uitweg zoekt. In zijn werk, zegt hijzelf, in zijn strijd voor burgerrechten voor moslims. Anderen zien in hem een extremist.

Changi werkt voor Muhuri, een organisatie in de Keniaanse kustplaats Mombasa waar jonge moslims terecht kunnen die zich door de autoriteiten verkeerd behandeld voelen. Sinds vorige maand, na de bloedige aanslag op studenten van de universiteit in Garissa, zijn alle rekeningen van Muhuri geblokkeerd. In juni komt de zaak voor.

'De regering beschuldigt ons ervan dat wij sympathiseren met Al Shabaab', vertelt Changi. 'Er is niets van waar. Wij zijn tegen geweld, tegen islamitische terreur. Maar we accepteren niet dat wij als moslims in ons eigen land als tweederangsburgers worden behandeld, dat jongeren aan de kust worden gemarginaliseerd en dat wij geen deel hebben aan de welvaart.'

Het zijn oude klachten in een nieuwe context. In Kenia is zo'n 80 procent van de bevolking christen en 20 procent moslim. Aan de kust, zoals in Mombasa, is het grofweg andersom. Activisten hier uitten lange tijd hun ongenoegen door te streven naar onafhankelijkheid. Maar sinds de opkomst van Al Shabaab, de van oorsprong Somalische, islamitische terreurorganisatie, is steeds vaker sprake van geweld tegen de staat, waarbij jongeren zich aansluiten.

Steeds meer jongeren raken geradicaliseerd. Omdat zij geen uitweg zien uit hun ellendige sociaal-economische situatie. Maar zeker ook omdat zij menen dat de Keniaanse autoriteiten er bewust op uit zijn hen buiten te sluiten. Door willekeurige arrestaties en marteling op politiebureaus. Of door het hun onmogelijk te maken een identiteitskaart te krijgen, zodat zij niet kunnen reizen, geen baan kunnen vinden en geen bankrekening kunnen openen.

'Je eigen land ontneemt je het recht op bestaan', zo vat de boze jongere Fahad Changi het samen. Terreurgroepen als Al Shabaab, die de jeugd niet alleen beloning in het hiernamaals voor ogen houden, maar ook nog eens zorgen voor een baan, een uniform en een paar honderd dollar salaris per maand, winnen hierdoor snel aan populariteit.

'Geef jongeren fatsoenlijk werk en ze houden zich rustig', meent Changi. 'Nu gaan ze naar trainingskampen van extremisten.'

Oecumenische raad

Volgens anderen is dit slechts een deel van het verhaal. In het centrum van Mombasa staan niet alleen talloze moskeeën, maar ook de kathedraal van de katholieke kerk. Daar werkt Wilbud Lagho. Hij is de vicaris van het bisdom, een christen met een scherp oog voor de alledaagse werkelijkheid om hem heen, en lid van de oecumenische raad in de kustplaats, waarin ook moslims zitten. Sociaal-economische marginalisering, meent Lagho, is niet de belangrijkste reden voor radicalisering van moslimjongeren in Kenia en de regio.

'Het is waar dat de staat te weinig belangstelling toont voor het lot van jongeren. Maar belangrijker is dat diezelfde staat het mogelijk maakt dat uit het buitenland islamitische predikers naar de kust komen om hun radicale versie van het geloof te verkondigen en verspreiden. Salafisten en wahabisten wordt hier geen strobreed in de weg gelegd. Ze komen uit Pakistan, Saoedi-Arabië en andere landen in het Midden-Oosten, zoals Qatar. Zij brengen de jeugd, maar ook gematigde imams, op het pad van de radicale islam.'

De Keniaanse inlichtingendiensten zijn hiervan op de hoogte, meent vicaris Lagho. 'Maar als het geld spreekt, zwijgt de waarheid.' Hij doelt op de vaak forse economische investeringen die landen in het Midden-Oosten in Kenia doen. De regering van president Uhuru Kenyatta geeft hieraan de voorkeur. Bovendien, aldus Lagho, zijn er altijd corrupte ambtenaren te vinden die zich door haatpredikers laten omkopen en hun een verblijfsvergunning geven.

De autoriteiten letten nu scherper op wat er in het openbaar in de islamitische gebedshuizen wordt verkondigd. Dat blijkt bijvoorbeeld in de Musa-moskee in de wijk Majengo van Mombasa. Lange tijd hadden extremistische predikers en radicale jongeren het in deze buurt voor het zeggen. De moskee moest dicht, maar is inmiddels met een nieuw bestuur weer open en houdt zich momenteel keurig aan alle richtlijnen.

Zo lijkt het althans. Volgens Phyllis Muema van de particuliere hulporganisatie Kecosce voltrekt de radicalisering van moslimjongeren aan de Keniaanse kust zich voor het grootste deel in het verborgene. 'De extremisten zijn ontzettend slim', zegt Muema. 'Ze hebben hun strategie veranderd. Wij begrijpen dat ze nu de sociale media gebruiken. En ze weten dat een meerderheid van onze jeugd op Facebook zit. Het is moeilijk voor een moeder om dat in de gaten te houden, om dan te weten wat er in de hoofden van hun kinderen omgaat.'

De organisatie Kecosce van Phyllis Muema, die voor onder meer moslimjongeren werkt maar niet door moslims wordt geleid, heeft als een der weinige het vertrouwen van de Keniaanse autoriteiten. Muema ontving zelfs een even officiële als zeldzame 'presidentiële aanbeveling'. Zij zegt dan ook niet helemaal toevallig dat de regering 'goed werk' doet, 'maar wel pas nadat wij de autoriteiten flink hadden aangesproken op hun falend beleid, of liever gezegd: het ontbreken van een beleid'.

Vakopleidingen

Kecosce probeert jongeren eenvoudige vakopleidingen te geven en aan leningen te helpen om een eigen bedrijfje te starten. Ook zoekt de organisatie de dialoog tussen islamitische leiders en vertegenwoordigers van de politie, 'in de hoop dat duidelijk wordt dat zij niet tegen elkaar hoeven te staan, maar wel degelijk kunnen samenwerken om het islamitisch extremisme aan te pakken. Al weten we ook dat de extremisten hun eigen wegen hebben en over enorm veel geld beschikken.'

Geld dat de moslimorganisatie Muhuri, waarvan de rekeningen zijn geblokkeerd, momenteel dus niet ter beschikking staat. Fahad Changi blijft zeggen dat hij en zijn mensen niets met de radicale islam van doen hebben en blijft hopen dat Muhuri snel weer normaal haar werk kan doen.

Het is hard nodig, meent Changi. Want wie in Afrika op zoek gaat naar gemarginaliseerde jongeren in gebieden waar ook radicale predikers opduiken, kan bijvoorbeeld terecht in Nigeria, en bij Boko Haram. 'Ik vrees dat dat de richting is die wij kunnen inslaan', zegt Changi. 'Want ook hier in Kenia is iets heel ernstig misgegaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden