Broeikasbewijs zoeken in de modder

Het zijn opwindende weken voor Friederike Wagner. Tamelijk snel na het begin van haar vijfjarig onderzoek staat de 35-jarige botanisch paleo-ecoloog voor een doorbraak in haar onderzoek naar fossiele plantenresten....

Door secuur tellen van huidmondjes en bladcellen van fossiele loofbladeren, denkt Wagner als eerste in de wereld weldra een kwantitatief verband vast te stellen tussen CO 2

-gehalte in de lucht, neerslagpatronen en plantengroei. Uiteenrafelen zal ze de natuurlijke CO 2

-schommelingen enerzijds en de bijdrage van de mens anderzijds. Een artikel voor een toptijdschrift zit in de pen.

'Planten klagen niet', zegt Wagner op haar werkkamer op De Uithof in Utrecht. 'Als er meer koolzuurgas in de lucht zit, groeien planten harder en kunnen ze toe met minder huidmondjes. En ook een droog jaar is terug te zien in de anatomie van het blad: meer cellen per vierkante millimeter als teken van minder volgroeide cellen.'

Wagner heeft geen kinderachtig onderzoeksveld. In de natuurlijke archieven van bladresten in veenafzettingen bestudeert ze de laatste duizend jaar van de geschiedenis. 'Aan de veranderingen in het blad kunnen we namelijk de natuurlijke schommeling van CO 2

en neerslag in de loop der eeuwen vaststellen. Dat geeft meer zekerheid om de menselijke CO 2

-bijdrage aan het versterkte broeikaseffect te kwantificeren en voorspellingen te doen.'

Zeker twee maanden per jaar is Wagner, afkomstig uit Duitsland, in de moerassen van de Everglades in Florida. Daar boort ze in klei- en veenlaagjes naar gave bladeren. Duizend jaar oude exemplaren komen goed geconserveerd tevoorschijn uit de blubber.

'Dit veldwerk', zegt Wagner, 'zou ik voor geen goud willen missen. Ik sta daar helemaal nat en vies in de blubber. Maar ik voel dan wel waar ik het voor doe. In gedachten zie ik daar in het veld de eeuwigdurende ontwikkeling van zo'n gebied voorbijtrekken, afwisseling tussen natte en droge tijden, warm en koud. Een blad liegt niet.'

Dat ze als klein meisje helemaal in de ban was van stenen, is nog niet zo bijzonder, wel dat ze op de middelbare school wist dat ze later naar olie wilde zoeken. 'De geologie was mijn grote droom. Het had de magie van het avontuur, veel reizen naar de gekste gebieden op aarde.'

Na een kortdurend baantje als consultant voor de olie-industrie, keerde ze terug naar de wetenschap. Het werd de geschiedenis van het klimaat. De olie is weg, de drang naar avontuur daarentegen gebleven.

De opwinding die haar kleine Utrechtse onderzoeksgroep - een promovendus en enkele studenten - momenteel in haar greep heeft, betreft een ijkmethode voor haar theorie voor de laatste honderd jaar. 'Juist in droge jaren zien we een groter aantal kleinere bladcellen, en als gevolg van de continue stijging van het CO 2

-gehalte zien we inderdaad minder huidmondjes', zegt Wagner opgetogen.

'Doordat van de laatste honderd jaar de exacte neerslaggegevens en koolzuurconcentraties bekend zijn, hebben we een systeem om te kalibreren in handen. We kunnen het aantal huidmondjes koppelen aan het CO 2

-gehalte en de grootte van de bladcellen aan het neerslagpatroon en vervolgens aan het natuurlijke El-Niño-mechanisme. Daarmee kunnen we kwantitatieve gegevens leveren voor de hypothesen over broeikaseffect en El Niño, die veroorzaakt wordt door verstoring van oceanische en atmosferische stromingen.'

Zelf zegt Wagner geluk gehad te hebben door zo snel een complete duizendjarige bladreeks in Florida op te boren. Na exacte datering daarvan met de bekende koolstof (C14)-methode, volgde het bleken van de bladeren. 'Dat doen we gewoon met wc-reiniger, want dat is het goedkoopst.'

Langdurig zitten Wagner en medewerkers vervolgens zorgvuldig huidmondjes en bladcellen te turven. Op het lab is de forse microscoop verbonden met een pc, die de meetsessies direct opslaat. Kantoorwerk dat in schril contrast staat met de avontuurlijke veldactiviteiten.

Toch is het geen kantoorbaan die Wagner erop nahoudt. Elke middag tussen half vijf en zes doet ze haar kamerdeur open en hangt het bordje 'storen - borrel!' op. 'Een teken dat iedereen welkom is om te brainstormen over nieuwe ideeën, met een biertje en zakje chips. Ik ben een groepsbeest', bekent ze. 'Ik heb veel ideeën, maar behoef een klankbord en klaagmuur om ze te toetsen en aan te scherpen.'

In perioden van piekactiviteit, zoals deze maand, gaat dat zeven dagen in de week door, met werkdagen van tien uur. Haar partner werkt in de kamer naast haar, op de muur bonken volstaat. 'Hij zit in het Tertiair', zegt Wagner, doelend op de geologische periode. Toch voert hij hand- en spandiensten uit bij het veldwerk van zijn geliefde.

's Ochtends om zes uur vindt Wagner tijd voor het huishouden, de laatste jaren was ze tot diep in de nacht ook nog in de weer met de verbouwing van een oud pand in Utrecht. Veldwerk in de privésfeer, eigenlijk. 'Timmeren, muren afbikken, stukadoren, schilderen en zo.'

Hoewel in Duitsland afgestudeerd in de geologie, zou ze haar onderzoek niet gemakkelijk meer in het Duits kunnen uitleggen. 'Vooral over planten en klimaat heb ik zeer veel in Utrecht geleerd. Ik ben hier gepromoveerd en nu in dit onderzoek verzeild geraakt.'

Over enkele weken organiseert Wagner een congres in Florida, waar de contacten met de universiteit goed zijn. Dan is Florida klaar en gaat ze het duizendjarige bladerenrijk zoeken in Peru en Australië, brandpunten van El Niño. Nieuwe belevenissen, die het definitieve onderscheid tussen natuurlijke en menselijke invloed op het klimaat moeten aantonen. In de modder. 'En dan 's avonds feesten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.