Broederschap Vox-klassen

Broederschap: Van vmbo-basis tot vwo in één klas – en wat er dan gebeurt

Zonder Vox Klassen zouden goede vrienden Mingus, Yassin en Jur elkaar waarschijnlijk niet zijn tegengekomen. Beeld Ivo van der Bent

Vwo’ers komen in hun schoolcarrière nauwelijks nog vmbo’ers tegen en andersom. Dat vergroot de breuklijnen in de maatschappij. Peter Giesen ging kijken hoe het  uitpakt als je kinderen niet al scheidt als ze 12 zijn.

‘De stelling van Pythagoras, die begrijp je toch wel, hè?’, zegt Jur Bakker (14) tegen zijn vriend Mingus Claessen (14). In groepjes van twee zitten de leerlingen in de schoolbanken van Vox-klassen in Amsterdam-Noord. Havo/vwo-leerlingen leggen de sinus en de cosinus uit aan hun klasgenoten die vmbo doen. Vwo’er Jur pakt de rekenmachine erbij en laat vmbo’er Mingus zien hoe je de sinus uitrekent.

Een tafeltje verder heeft een vwo’er duidelijk moeite met de elementaire beginselen van de goniometrie.

‘Doe jij nou vwo?’, plaagt Mingus.

‘Ach man, houd je mond’, reageert de jongen. ‘Met andere vakken ben ik vijf keer zo goed als jij!’

Jur legt zijn arm over de schouders van Mingus. ‘Niet huilen, Mingus’, lacht hij.

Bij Vox zitten leerlingen van alle niveaus door elkaar, van vmbo-basis tot vwo. De school begon drie jaar geleden als nieuw onderwijsinitiatief met 21 leerlingen en 3 docenten. Inmiddels zijn er 125 leerlingen en 18 docenten.

Vox staat haaks op de landelijke ontwikkelingen. Leerlingen worden steeds meer van elkaar gescheiden, constateerde de Onderwijsraad onlangs in een bezorgd rapport. Sinds jaar en dag wordt Nederland door organisaties als de Oeso bekritiseerd vanwege de vroege selectie van leerlingen. Op hun 12de worden kinderen gesorteerd voor onderwijsroutes die hun verdere loopbaan sterk bepalen.

De afgelopen jaren is die scheiding alleen maar sterker geworden, zegt Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad en hoogleraar onderwijsbestuur. Het aantal leerlingen op categorale scholen, die slechts één niveau aanbieden, is gestegen van 14 naar 16 procent. Maar ook binnen scholengemeenschappen worden de leerlingen steeds meer van elkaar gescheiden. Het aantal categorale brugklassen, waar alle leerlingen hetzelfde niveau doen, is gestegen van 30 procent in 2007 naar 45 procent in 2017. Vooral kinderen van hoger opgeleide ouders kiezen vaak voor een homogene brugklas. Voor leerlingen met de hoogste Citoscores is dat 60 tot 80 procent, aldus cijfers van de Onderwijsinspectie.

‘Vroeger bond de verzuiling hoger- en lageropgeleiden. De notaris kwam de melkboer nog tegen in zijn eigen zuil’, zegt Hooge. Tegenwoordig heeft elke groep zijn eigen voorzieningen, zijn eigen hobby’s, zijn eigen cultuur en zijn eigen media. ‘Er zijn minder gelegenheden waar mensen met verschillende sociale en culturele achtergronden elkaar tegenkomen’, stelt de Onderwijsraad.

En op school gebeurt dat ook minder dan voorheen. Het onderwijs is een markt geworden waar scholen opzichtig naar de beste leerlingen lonken. In haar kritische boek De bijlesgeneratie geeft Louise Elffers, docent onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en lector aan de Hogeschool van Amsterdam, het voorbeeld van het Amsterdams Lyceum, jarenlang een brede scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo. Omdat ouders van vwo-kinderen steeds vaker voor een categoraal gymnasium kozen, daalden de leerlingaantallen. Het lyceum stootte zijn mavo- en havo-afdeling af, en prompt groeide het uit tot een van de populairste scholen in de hoofdstad. Het aantal scholen dat slechts één niveau aanbiedt is de afgelopen jaren licht gegroeid.

De angst voor het vmbo is groot, zegt Elffers. ‘In mijn boek haal ik ouders aan die zeggen: ik stuur mijn kind naar bijles om te voorkomen dat het naar het vmbo gaat. Als je vraagt waarom, dan gaat het altijd om de leerlingpopulatie. Ja, dan zie ik daar vmbo’ers die staan te roken of drinken. Het is een heel zwart-wit beeld’, zegt Elffers. Zeker in de grote steden wordt het beeld nog eens versterkt doordat leerlingen met een migratie-achtergrond een meerderheid vormen op veel vmbo-scholen. Veel witte ouders zijn bang dat hun kinderen zich niet thuis voelen op zulke scholen. Niet zo lang geleden ging tweederde van de kinderen naar het vmbo, nu is dat nog 55 procent. Dat komt niet doordat de kinderen ineens veel slimmer zijn geworden, maar doordat ouders er alles aan doen om het vmbo te vermijden.

Angst voor nivellering

Vroege selectie wordt vaak verdedigd met het argument dat kinderen ‘nu eenmaal’ een verschillend niveau hebben. Het mengen van die niveaus zou slechts tot nivellering leiden. Daar valt echter veel op af te dingen. Kinderen van hogeropgeleide ouders met een vmbo-t-advies gaan aanzienlijk vaker naar de havo dan kinderen van lager opgeleide ouders met hetzelfde advies (zie figuur 1). Van daaruit stromen ze weer vaker door naar het hoger onderwijs dan kinderen die in eerste instantie naar het vmbo zijn gegaan.

Tussen de verschillende niveaus bestaat veel meer overlap dan vaak wordt aangenomen. Bij het internationale Pisa-onderzoek maken leerlingen opgaven die zo min mogelijk voorkennis veronderstellen, teneinde landen met heel verschillende onderwijsstelsels met elkaar te kunnen vergelijken. In Nederland bleken de beste vmbo’ers even goed te scoren als de zwakste vwo’ers (zie figuur 2).

Het scheiden van leerlingen heeft ook nadelige maatschappelijke gevolgen. ‘Onderzoek laat zien dat leerlingen die langer met verschillende niveaus samen onderwijs hebben gevolgd beter scoren op burgerschapsvaardigheden dan leerlingen die al vroeg in homogene groepen zitten’, zegt Elffers. ‘Daarbij gaat het om zaken als democratische oriëntatie. Vind je dat anderen ook recht hebben op hun mening en mogen meebeslissen? Hoe homogener je groepen organiseert, hoe minder begrip er is voor andere groepen. Als jij het gevoel hebt dat je als vwo’er in een spoor voor toekomstige leiders zit, dan denk je al snel: laat ons het maar doen, wij weten het beste wat er moet gebeuren.’

Vox is geen gewone school, dat zie je meteen als je een klas binnenkomt. In de grote ruimte voor het eerste leerjaar staat een plantenkas met een lange houten picknicktafel,  naast de hoge stoel van een tennisscheidsrechter en een huisje van schoolbordmateriaal waarop in vier talen ‘welkom’ staat gekrijt. De leerlingen halen hun kennis zo veel mogelijk uit ‘vakoverstijgende’ projecten, zoals de middeleeuwse stad of het menselijk lichaam.

Vrienden

Bij Vox vind je alledaagse vormen van broederschap. Jur Bakker (vwo) is een sportieve, nuchtere jongen uit Edam. Mingus Claessen (vmbo) is een skater die als model werkt en in de tv-serie Vakkenvullers speelt. Hij komt uit een creatief gezin in Amsterdam-Noord. Yassin Bali (14, vmbo) is een rustige, sportieve jongen, ook uit Amsterdam-Noord. Zijn ouders komen uit Marokko. Zonder Vox zouden Jur, Mingus en Yassin elkaar waarschijnlijk nooit zijn tegengekomen. Nu zijn ze vrienden.

‘Ik vind het leuk dat je hier alle niveaus door elkaar hebt’, zegt Mingus, die een hoodie over zijn muts draagt. ‘Jur kan heel goed uitleggen, beter dan de leraren.’

Jur: ‘Mingus helpt me weer met praktische dingen, bijvoorbeeld als we een film opnemen.’

Yassin: ‘Aan Jur vraag ik vaak om dingen, bijvoorbeeld een woordje, uit te leggen. Van Mingus leer ik hoe je sfeer moet maken. Zelf ben ik wel goed in praktische dingen. Ik heb bijvoorbeeld voor een project een robot gemaakt.’

Mingus: ‘Ik doe vmbo en kan me optrekken aan andere leerlingen.’

Yassin: ‘Ik probeer zeker van het vmbo naar de havo te gaan. Daar ga ik voor.’

Enige twijfels

Jur Bakker woont met zijn ouders en zus in een vrijstaand huis in Edam. ‘Eerlijk gezegd hebben we niet bewust voor Vox gekozen’, zegt zijn moeder Mascha. Jur wilde eigenlijk naar het Hyperion, een ‘vwo-plus’-school in Amsterdam-Noord, maar daar werd hij uitgeloot. Bij Vox was wel plaats. ‘We hadden wel onze twijfels. Ik kan me voorstellen dat een mavo-kind wordt opgetrokken door een havo- of vwo-kind. Maar een vwo-kind kan alleen omlaag. Daar hebben we erg op gelet.’

Jur bleef goed presteren. ‘En hij heeft ook andere dingen geleerd’, zegt zijn vader Mike Bakker, accountmanager bij een plasticfabrikant. ‘De frustratie die je kunt hebben bij het samenwerken met anderen, leren dat niet iedereen altijd dezelfde dingen doet of denkt als jij. Dat had hij op een vwo of gymnasium niet zo geleerd.’ Mascha: ‘Op je werk moet je omgaan met mensen van allerlei niveaus. Het is handig als een manager weet wat er op de werkvloer leeft, en omgekeerd.’

Vwo’er Jur en zijn ouders hadden aanvankelijk een andere school gekozen. Zijn prestaties blijven echter goed en hij leert bovendien dat niet iedereen altijd dezelfde dingen doet of denkt als jij, zegt zijn vader. Beeld Ivo van der Bent

De ouders van Yassin Bali hebben wel bewust voor Vox gekozen. ‘Als je naar een vmbo-school gaat, word je meteen in een hokje geplaatst. Je krijgt een etiket. Bij Vox kunnen kinderen zich verder ontwikkelen’, zegt zijn moeder, die verpleegkundige is.

‘Veel mensen hebben een slechter beeld van vmbo-kinderen’, zegt zijn vader, die een taxibedrijf heeft.

‘Precies. Alsof je er niet toe doet’, zegt de moeder van Yassin. ‘Laatst had ik nog een discussie met een jongen die ook verpleegkundige was, maar havo had gedaan en daarom vond dat hij een hoger salaris moest verdienen. Ik zei: een verpleegkundige is een verpleegkundige. Iemand die mbo heeft gedaan heeft misschien veel harder moeten strijden om op dat niveau te komen.’

En als je van Marokkaanse afkomst bent, moet je nog eens extra je best doen, zegt Yassins vader. ‘Natuurlijk zitten er rotte appels tussen, maar daar hoef je toch niet iedereen op aan te kijken? Ik ben portier geweest in het uitgaansleven, ik kwam Marokkaanse jongens tegen die op ruzie uit waren. Maar er zijn ook Marokkaanse jongens die de universiteit doen. Die worden dan ook geweerd. Dat is onrechtvaardig.’

Mingus Claessen woont in Amsterdam-Noord, in een buurt van gepensioneerde ‘Noorderlingen’ en gezinnen die het IJ overgestoken zijn. ‘Voor Mingus wilde ik niet te laag insteken’, zegt zijn moeder, Marlouke Theeuwen, eigenaar van een kindercastingbureau. ‘Bij Vox heeft hij de kans gekregen om een tijdje havo te proberen, maar uiteindelijk bleek vmbo-t toch beter bij hem te passen.  We hebben nooit de verwachting gehad dat hij atheneum of gymnasium zou doen. We hadden eigenlijk niet zo veel verwachtingen. Je merkt wel dat er soms op het vmbo wordt neergekeken. Je voelt in de samenleving dat het iets belangrijks is, welke school jouw kind doet. En dan vind ik het soms wel lastig om te zeggen: mijn kind doet vmbo. Soms zeg ik het ook niet.’

Het Nederlandse onderwijs is niet ingericht op broederschap. Hogeropgeleiden schermen zich af, lageropgeleiden voelen zich vaak miskend. In Amsterdam wil de gemeente daarom de vorming van brede scholengemeenschappen weer stimuleren.

‘De hoeveelheid categorale scholen was doorgeslagen’, zei wethouder Marjolein Moorman (PvdA) in Het Parool. ‘Kinderen worden zo al jong in hokjes geplaatst en dat is vreemd. Je woont in de meest diverse stad van het land, maar je gaat niet met elkaar naar school, dat is een gekke boodschap.’ Is het de schuld van een bovenlaag die zich afschermt, die inclusief praat, maar exclusief handelt en haar kinderen het liefst naar het gymnasium stuurt?

De bijlesgeneratie van Louise Elffers ontbeert de schrille toon waarmee ‘de elite’ nog al eens ter verantwoording wordt geroepen. Elffers begrijpt de ouders van havo- en vwo-kinderen heel goed. Zij hebben hun eigen problemen en worden geconfronteerd met de keerzijde van de vooruitgang: doordat zo veel jongeren doorstromen naar het hoger onderwijs, is aan de bovenkant enorme concurrentie ontstaan. Je kunt het ouders moeilijk kwalijk nemen dat ze het beste voor hun kind willen.

‘Als je brede scholengemeenschappen verkoopt als een gelijke-kansenproject, zul je niets bereiken’, zegt Elffers. ‘Je kind is geen sociaal project’, stelt docent Bas Huijbers, een van de grondleggers van Vox.

‘Middenschool’

Broederschap laat zich moeilijk afdwingen. In de jaren zeventig werd het plan voor een ‘middenschool’ van de sociaaldemocratische minister Van Kemenade afgeschoten. Alle leerlingen op één school zou volgens de critici tot ondraaglijke nivellering leiden. Een brede school met verschillende niveaus lijkt vooral aantrekkelijk voor ouders van kinderen met een vmbo-advies die hopen dat hun kind gemakkelijk hogerop kan. Veel ouders van vwo-kinderen kiezen liever voor een categorale school. Maar dat hoeft niet per se zo te zijn, zegt Elffers. Natuurlijk zullen sommige ouders hun kind per se naar een gymnasium willen sturen, maar anderen voelen best voor een school met meer diversiteit. 

Elffers: ‘Veel ouders vinden een inclusieve samenleving belangrijk. Je moet ze de kans bieden die idealen te combineren met de wens om de beste kansen te creëren voor hun kind. Door brede scholengemeenschappen te creëren waar sterkere leerlingen ook kunnen versnellen, verdiepen en verbreden, geef je die mogelijkheid.’

Vox biedt onder meer Spaans en Cambridge-Engels aan. Ook het projectonderwijs is aantrekkelijk voor de slimste kinderen, zegt Bas Huijbers: ‘Als je je wilt verdiepen in een onderwerp als duurzaamheid, dan krijg je hier alle ruimte.’

Bij Mingus thuis. ‘Voor Mingus wilde ik niet te laag insteken', zegt zijn moeder. Beeld Ivo van der Bent

Op zo’n brede scholengemeenschap kunnen leerlingen gemakkelijk doorstromen naar een hoger niveau. Ook hoger opgeleide ouders hebben daar belang bij, denkt Elffers. In De bijlesgeneratie beschrijft zij hoe een bovenlaag in de ban is geraakt van een koortsachtig streven zo hoog mogelijk te reiken, met bijles, Citotrainingen, examentrainingen en stevige gesprekken met de leerkracht van groep acht, die soms zelfs uitmonden in dreigementen of rechtszaken. Scholieren klagen over stress en burn-out. Een onderwijssysteem dat leerlingen gemakkelijker een tweede of derde kans geeft, zou de druk van de ketel kunnen halen.

Elffers vindt dat ook het beroepsonderwijs – de lagere niveaus van het vmbo – in die brede scholengemeenschappen zou moeten worden opgenomen. ‘Dan kun je gewoon voor beroepsonderwijs kiezen, zonder dat daardoor meteen allerlei deuren dichtgaan. Op zo’n brede school ga je eigenlijk niet meer naar het vmbo, maar naar een school waar je praktijkgerichte en theoretische vakken kunt doen om uit te vinden wat het beste bij je past. Misschien is dat een praktijkrichting, maar je houdt je mogelijkheden langer open.’

Daarnaast zouden veel havo- en vwo-kinderen het ook leuk vinden om praktijklessen te volgen, denkt Elffers. Zolang de strikte hiërarchie tussen beroepsonderwijs en algemeen vormend onderwijs wordt gehandhaafd, zal het vmbo een slecht imago hebben, aldus Elffers. Het beroepsonderwijs is een fuik: ouders en kinderen zien heel goed dat ze worden opgesloten op het laagste niveau, alle campagnes over vakkanjers met gouden handjes ten spijt.

Kleinschalig initiatief

Vox-klassen is nu drie jaar bezig. Vox is een kleinschalig initiatief, bedoeld om een leemte op de Amsterdamse onderwijsmarkt te vullen. De schoolleiding pretendeert niet een model voor heel Nederland te zijn. Maar zij is heel tevreden over de resultaten en de sociale mix op school. Teamleider Anneke Volp: ‘Vwo’ers helpen andere kinderen en omgekeerd. Vorig jaar was vmbo’er Yassin de enige die een echte schrijver had geregeld voor onze Boekenweek. Niveau zegt niets over leiderschap. Vmbo’ers zijn vaak goede projectchefs. En er zijn introverte vwo’ers die daar wel bij varen.’

Intern adviseur Daphne van Manen: ‘Vaak zie je op scholen aparte vmbo-, havo- en vwo-culturen. Hier is het veel vloeiender. Ik ben vaak verbaasd als ik opzoek welk niveau kinderen doen. Vaak is het anders dan ik denk. Volgens mij is het goed om kinderen niet in een hokje te plaatsen.’

Broederschap

Peter Giesen keerde vorig jaar terug uit Frankrijk, waar hij vijf jaar correspondent van de Volkskrant was geweest. Hij trof een Nederland aan met diepe breuklijnen, tussen hoger en lager opgeleiden, tussen stad en ommeland, tussen verschillende etnische groepen. Steeds meer zoeken burgers het ‘wij-gevoel’ in hun eigen groep. Maar wat betekent dat voor broederschap, het ‘wij’ van de samenleving als geheel? In een serie artikelen onderzoekt Giesen op welke manier sociale breuklijnen overbrugd kunnen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden