Britten

De Britse minister van Financiën George Osborne verklaarde gisteren tegenover de Duitse krant Die Welt dat hij hoopt dat zijn land lid zal blijven van de Europese Unie. Maar daartoe zal de EU wel moeten veranderen in de door zijn land gewenste richting, anders is het afgelopen en laten de Britten Europa verweesd achter.


Fog in Channel; Continent Cut Off.


Osborne is twee handen op één buik met premier Cameron, dus we mogen aannemen dat die binnenkort hetzelfde zal roepen, vermoedelijk op 22 januari in Den Haag - Cameron legt zijn bommetje in het land waar hij de meeste bijval verwacht voor zijn kritische geluid. Misschien wil anglofiel Mark Rutte wel zijn co-referent zijn en ook pleiten voor heronderhandelen over de lidmaatschapsvoorwaarden.


Cameron hoopt dat zijn Conservatieven over twee jaar de verkiezingen winnen. Hij zal zijn landgenoten daartoe een referendum in het vooruitzicht stellen met het EU-lidmaatschap als inzet. Op dit moment is ongeveer de helft van de Britse kiezers ervoor uit de EU te stappen en is een op de drie tegen. De rest heeft geen idee waar Europa ligt.


Europa, dat is voor de meeste Engelsen het slagveld van de Eerste Wereldoorlog, het slagveld van de Tweede Wereldoorlog en het tweede huisje in de Dordogne, Toscane of aan de Spaanse Costa's. Hun land als 51ste staat van de VS is minder ver weg dan een Groot-Brittannië met de hoofdstad Brussel.


Europa: bemoeials die heel raar praten, Duitsers voorop. Win je de oorlog van ze, schrijven ze je nog de wet voor.


De eerste die na WO II, in september 1946, pleitte voor een VS van Europa was overigens de Britse oorlogspremier Winston Churchill. Die had daarbij uitdrukkelijk wel een federatie in gedachten zónder zijn eigen land. Dat had namelijk nog zijn eigen Verenigde Staten, the British Empire.


Toen dat een aflopende zaak bleek, richtten de Britten de blik oostwaarts, waar zich een grote markt bleek te hebben ontwikkeld voor de Britse auto-industrie (Jaguar) en de fietsen- (Raleigh), speelgoed- (Dinky Toys) en voedingsmiddelenindustrie (Marmite). In 1963 en 1967 wist de Franse president De Gaulle de Britse toetreding tot de EEG nog te dwarsbomen, maar in 1973 was hij dood en kwam het er toch van.


De overheersende attitude van het nieuwe lid balt zich onherroepelijk samen in één moment, op 25 juni 1984, tijdens de Europese top van Fontainebleau: Prime Minister Margaret Thatcher die met haar Asprey-tas op tafel slaat, onder het uiten van de onsterfelijke woorden: 'I want my money back!'


Er heeft in het Britse EU-lidmaatschap altijd een ondertoon van spijt gezeten, van weemoed en verlies, van verlangen naar voorbije tijden. De voormalige wereldmacht die opeens op voet van gelijkheid aan tafel zat met Luxemburg en Hoek van Holland e.o.: dat wás ook niet gemakkelijk.


Nog altijd is op de Britse eilanden sprake van een kloof tussen opgeblazen zelfbeeld en magere realiteit. Dat blijkt ook weer uit de woorden van Osborne, net als David Cameron en bijvoorbeeld Londens burgemeester Boris Johnson geboren met het natuurlijke meerderwaardigheidscomplex van de Oxford-corpsbal en het lid van de Bullingdon Club. Een vermakelijk soort romantische arrogantie is het, een relict uit de 19de eeuw dat we moeten koesteren.


De Amerikanen hebben er bij Cameron op aangedrongen lid te blijven van de EU en de Duitsers wezen deze week ook nog eens op het belang van de Britse aanwezigheid.


Het verstand zegt: blijf, het gevoel dat het voor iedereen beter is als ze gaan - ze hebben er nooit echt bij gehoord.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden