Britten zijn weer terug bij twee smaken van vroeger: Conservatieven of Labour

De kleine partijen hebben in de Britse verkiezingen forse klappen opgelopen. Ze werden veel kleiner of verdwenen zelfs van het toneel. Het aandeel van de Conservatieven en Labour in het parlement is juist het grootst sinds de jaren zeventig. Daarmee is het Verenigd Koninkrijk in grote lijnen teruggekeerd naar het aloude tweepartijensysteem.

Handpoppen van Theresa May en Jeremy Corbyn.Beeld afp

'Je leeft met het zwaard, je sterft door het zwaard.' Met deze verwijzing naar de Griekse tragediedichter Aeschylus zei Nick Clegg vaarwel van zijn kiesdistrict. De voormalige vicepremier viel in zijn zwaard. Nooit is de leider van de Liberaal-Democraten hersteld van zijn steun aan het Conservatieve besluit de studiegelden te verhogen nadat hij had beloofd ze af te schaffen. Zijn partij won maar vier zetels en verloor een procent van haar stemmenaandeel. De door Cleggs opvolger Tim Farron gehoopte herrijzenis van de eurogezinde partij van de nuance bleef uit.

Het was nog altijd beter dan UKIP dat zoveel stemmen verloor dat leider Paul Nuttall besloot op te stappen. In Schotland verloor de Scottish Nationalist Party eenderde van haar zetels, in Wales verloor het nationalistische Plaid Cymru terrein en in Noord-Ierland verdwenen de gematigde partijen (UUP en SDLP) van het politieke toneel. De Groenen wisten hun zetel te behouden in de hippiestad Brighton.

Het patroon is duidelijk: de kleine partijen beleefden een zware nacht. Het contrast met het versplinterde politieke landschap in Nederland is opvallend.

Paul Nuttall, UKIP.Beeld afp

Tweepartijensysteem

In grote lijnen is het Verenigd Koninkrijk teruggekeerd naar het aloude tweepartijensysteem. Het aandeel van de Conservatieven en de Labour Partij is het grootst sinds het begin van de jaren zeventig. De cijfers spreken voor zich.

Jeremy Corbyn behaalde meer dan 40 procent van de stemmen, wat bijna evenveel is als Tony Blairs eerste verkiezing in 2001. Sterker, Labour boekte de grootste winst sinds de verkiezingen van 1945. Theresa May evenaarde het percentage dat Margaret Thatcher behaalde bij haar monsterzege op Labours Michael Foot in 1983.

De grote partijen bieden heel andere visies, waarbij de links-rechtstegenstelling niet meer de hele verklaring vormt. Natuurlijk: Labour wil een terugkeer naar het orthodoxe socialisme, terwijl de Conservatieven ondanks de sociaal-democratische retoriek van Theresa May blijven geloven in de markteconomie. Maar er zijn andere tegenstellingen bij gekomen. Labour wil een pragmatische Brexit, terwijl de Conservatieven een harde Brexit najagen. Labour is de partij van de hoogopgeleiden geworden, de Tories hebben relatief meer steun onder de laagopgeleiden. En daar is natuurlijk het generatieconflict: de jongen bij Labour, de ouderen bij de Conservatieven.

Er viel weer wat te kiezen, maar de Britten konden geen keuze maken. Of, zoals The Sex Pistols vier decennia geleden zongen in Anarchy in the UK: Don't know what I want / But I know how to get it

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden