Britten sluiten Tour aan de borst

Wielrennen leeft in Engeland, bleek tijdens de eerste dagen van de Tour. Niet alleen bij het publiek maar ook in het peloton, waar Frans niet langer de exclusieve voertaal is.

LEYBURN - De doedelzak met zijn feestelijke jammertoon weerklinkt door Leyburn. Dichter bij Schotland zal de Tour dit jaar niet komen.


Om 14.00 uur op zaterdag staat het publiek dicht opeengepakt te wachten op de onbekende dingen die komen en gaan. Een uur later trekt de publiciteitskaravaan als een geluidsgolf voorbij en weer een uur later doet het peloton dat nog eens dunnetjes over.


Leyburn is een lint van bebouwing met halverwege een uitstulping. Dat is Market Place, vroeger het toneel van de agrarische handel. Tussen de huizen door rolt het schitterende groen van de Yorkshire Dales, dit weekeinde het toneel van de Tour. De middenstand in Leyburn is nostalgisch authentiek en deze dag geel van kleur.


Drie kerken telt dit dorp van nog geen tweeduizend inwoners. Rondom de St. Peter & St. Paul is het hekwerk geel. Bij de methodisten hangen gebreide truitjes voor de deur: geel, groen en wit met rode stippen. De kerk van St. Matthews is het uitbundigst. Aan de toren hangt een fiets, binnen hangen schilderijen die refereren aan wielrennen. Ook hier overheerst geel. Wie zei er ook alweer dat wielrennen een katholieke sport is?


De dominee verwelkomt de Nederlandse bezoeker zaterdag met een slap en vochtig handje op deze feestelijke dag. Hij zal er zondag in zijn preek even bij stilstaan. Is dat niet een tikkeltje godslasterlijk? 'Helemaal niet', zegt de dominee. 'De komst van de Tour bindt onze gemeenschap. Wat kan daarop tegen zijn?'


Burgemeester Jan van Zanen van Utrecht staat zaterdagochtend op een podium wanneer zijn collega van Leeds de Tour de France van 2014 op gang schiet. Volgend jaar zal hem die eer te beurt vallen.


In de reclamekaravaan werpt Nijntje, de iconische stripfiguur van Dick Bruna, alvast een schaduw vooruit. Miffy heet het konijntje buiten Nederland, ze zal die middag een hoogtepunt worden in Leyburn.


Van Zanen plaatst wat kanttekeningen bij de organisatie, maar is onder de indruk van het Engelse enthousiasme. Hij is genoeg ceremoniemeester om daaraan meteen toe te voegen dat het straks in Utrecht beslist niet minder zal zijn.


Vermoedelijk is de wens de vader van deze gedachte. Nederland moet zo langzamerhand een beetje blasé zijn van al die Giro's, Tours en een enkele Vuelta in de laatste jaren. Bovendien zal het enthousiasme zich beperken tot de route.


In Engeland heeft de Tour de werking van een olievlek. 20 kilometer van Leyburn en het parcours verwijderd, ligt Bedale. Op een grasveld kijken honderden mensen naar een groot scherm. Zij behoren dus niet eens tot de 2 miljoen toeschouwers die volgens officiële schattingen zaterdag ooggetuige zijn van de Tourstart. Het enthousiasme in het graafschap Yorkshire is zo groot dat wielrenners via Twitter vragen de weg vrij te houden.


In een paar jaar is wielrennen een grote sport geworden in Groot-Brittannië. David Brailsford stond aan de wieg. Hij werkte voor de Britse bond als coach toen er opeens geld binnen kwam. 'De nationale loterij besloot een aantal jaar geleden kleine sporten te subsidiëren. Daarvan heeft het wielrennen optimaal gebruikgemaakt. Toen is het fundament gelegd.'


Aanvankelijk beperkte dat succes zich tot de wielerbaan, maar met de bemoeienis van mediagigant Sky werd ook de openbare weg veroverd. Brailsford, inmiddels geridderd voor zijn zegenrijke werk, leidde de Skyploeg al naar twee Tourzeges. 'Een ander doel was de popularisering van het fietsen. Ook dat is gelukt. Meer dan een miljoen Engelsen zitten geregeld op de fiets.'


Het succes in Engeland is het succes van de Engelse taal in het wielrennen. Veertig jaar geleden waren er twee coureurs in het peloton die het hadden over cycling. Dat aantal is in 2014 opgelopen naar 25 en dan doet Bradley Wiggins - de Tourwinnaar van 2012 - niet eens mee.


Die ontwikkeling heeft haar sporen nagelaten. Twintig jaar geleden was Frans nog de exclusieve voertaal in de Tour, nu vind je met Engels ook de weg in de karavaan. Voor de 'Grand Départ' (dat wel) in Yorkshire zijn de talen samengevoegd en dan wordt het helemaal leuk. Beklimmingen in de eerste etappes heten 'Côte de Buttertubs' en 'Côte de Jenkin Road'.


De Australiër Neil Stephens zag het allemaal gebeuren. Twintig jaar geleden was hij een van de tien Engelstaligen in het peloton. 'We zochten elkaar echt op. Je was toch een soort van vreemdeling in de Tour.' De verandering zit volgens Stephens, nu ploegleider bij Orica, in de globalisering. 'Vroeger was de Tour in de marketing puur Frans. Nu is het een evenement met uitstraling op wereldschaal.'


De cultuur is erdoor veranderd. Je zou ook kunnen zeggen dat de Amerikaan Lance Armstrong de doping structureerde, maar daarover wil Neil Stephens het liever niet hebben. Hij maakte in 1998 deel uit van de Festinaploeg die wegens doping uit de Tour werd gezet. Bovendien is het nu ook een kwestie binnen Orica na de positieve plas van wielrenner Daryl Impey.


In het algemeen wil Stephens wel vaststellen dat met de Engelse taal de Tour moderner is geworden. 'De Tour is weer een sterk merk. Van deze tijd, maar met behoud van de traditie.' Daarbinnen is het zelfs mogelijk een ploeg te leiden waarin Engels de voertaal is. Wie het Engels niet machtig is, heeft bij Orica niets te zoeken.


Stephens: 'We zijn een internationale ploeg met een Australisch sausje.' Wat dat inhoudt? 'Dat we kameraden zijn. We werken hard, maar hebben ook lol samen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden