Britten na huzarenstukje in de jungle: 'missie volbracht'

De Britten kunnen nog altijd een gecompliceerde militaire operatie tot een goed einde brengen: de tijden van 'The Guns of Navarone' herleven....

Operatie Barras, de missie die tot doel had zes Britse gijzelaars en hun Sierraleoonse verbindingsofficier te bevrijden, begon zondag in de ochtendschemering.

Drie Chinook-helicopters met 150 para's van het Eerste Regiment, een aantal mariniers en commando's van de elite-eenheid SAS, vertrokken om 6.16 uur van de hoofdstad Freetown naar een zestig kilometer verder gelegen gebied in de Occra-heuvels, doorsneden door de driehonderd meter brede rivier Okel Creek.

Hier hielden zich de West Side Boys op, samen met de zestien dagen eerder in gijzeling genomen Britten. De helicopters vlogen met beperkt licht en zo laag mogelijk, vervaarlijk zwenkend tussen de toppen van de junglereuzen en mangroven-wouden. De rebellen mochten de helicopters niet zien. Hun leider 'brigade-generaal' Foday Kallay had verzekerd de gijzelaars onmiddellijk dood te zullen schieten als er ook maar een Brit met kwade bedoelingen in de buurt zou komen. De ochtendkakafonie van oerwoudgeluiden moest het lawaai van de hefschroefvloot doen verstommen.

Jordaanse troepen van de VN-vredesmissie hadden op Brits verzoek de toegangswegen naar de verblijfplaats van de rebellen afgesloten, twintig kilometer verderop. Hierdoor zou Kallay geen versterkingen kunnen oproepen.

De troepen wisten wat ze moesten doen. Snelheid was essentieel. 'Evenals chirurgische precisie', zei commandant Gordon Hughes van de Britse troepen in Sierra Leone. Weliswaar was de formatie pas een week eerder met de taak belast, maar de operatie was uitentreuren geoefend: eerst in Groot-Brittannië en later in Senegal, waar de troepen vorige week woensdag waren gearriveerd.

Alle manschappen waren drie maanden daarvoor ook al in Sierra Leone geweest. Ze kenden het terrein. De vijf eerder vrijgelaten gijzelaars hadden precies kunnen vertellen waar hun kameraden zich bevonden: in een aantal hutten van een voormalige palmolie-plantage in Geri Bana op de noordoever van de rivier. Ze wisten ook in welke hut rebellenleider Kallay sliep, vlak in de buurt van de gijzelaars.

Aan beide zijden van de rivier beschikten de West Side Boys over ongeveer zestig manschappen. Aan de zuidoever hadden de rebellen een van de Britten gekaapte Landrover geparkeerd die was uitgerust met een zware mitrailleur. 'Het was een uiterst gecompliceerde en riskante operatie', zei stafchef generaal Sir Charles Guthrie. Wel konden de Britse elite-eenheden de bewegingen van de rebellen exact volgen, onder meer dankzij de satelliettelefoons die de West Side Boys in ruil voor de vrijlating van vijf gijzelaars hadden gekregen.

Om half zeven landde de eerste Chinook-helicopter op de noordoever. De para's moesten zo snel mogelijk vijfhonderd meter jungle zien te overbruggen naar de hutten waar de gijzelaars zich bevonden. De beide andere Chinooks werden naar het dorpje Magbeni aan de zuidoever gedirigeerd. Hun manschappen moesten voorkomen dat de zware mitrailleur zou worden ingezet. De Lynx-helicopters gaven de manschappen dekking.

De para's wisten de hutten direct te vinden. De bewakers werden meteen geliquideerd, waarna de gijzelaars konden worden meegenomen. Ook de verbaasde Kallay werd van zijn bed gelicht. Maar toen de groep weer terug wilden lopen naar de helicopter, werden ze totaal onverwacht onder vuur genomen. 'Het was de meest angstige ervaring uit mijn leven', zei een van de para's gisteren. Sommige soldaten liepen hierbij zware verwondingen op.

De eerste fase van het gevecht nam niettemin nog geen twintig minuten in beslag. Om tien voor zeven zaten de bevrijde gijzelaars veilig in de lucht. Maar de Britse troepen wilden zich niet beperken tot de bevrijdingsactie: de West Side Boys zouden definitief moeten worden uitgeschakeld. De gevechten werden daarom voortgezet, vooral aan de zuidoever waar de West Side Boys hun meeste wapens hadden geconcentreerd.

Anderhalf uur lang vonden heftige beschietingen plaats. Hierbij viel ook een dode aan Britse kant, de jonge artillerie-korporaal Brad Tinnion. Daarna nam de strijd af. Pas om 4 uur 's middags werd het laatste schot gelost. Vijfentwintig rebellen bleken te zijn gesneuveld, onder wie vier vrouwen - 'geen burgers, maar meevechtende soldaten', verklaarde de Britse legerwoordvoerder. Achttien West Side Boys, onder wie hun leider, waren gevangen genomen.

'Missie volbracht', werd bij terugkeer in Freetown gezegd. Experts in Londen prezen het huzarenstukje. 'Ondanks de dode een uiterst succesvolle actie', zei militair deskundige Nigel Vison.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.