Britten leveren bewijs voor Russische betrokkenheid bij Skripal-vergiftiging

Maar de Russische ambassadeur in Londen wil van niets weten

De Russische geheime dienst heeft getest of deurknoppen kunnen worden gebruikt om mensen te vergiftigen met zenuwgas. Tevens heeft het de Skripals al zeker vijf jaar bespioneerd, onder meer via Yulia Skripals e-mails. Dat heeft de Britse nationale veiligheidsadviseur Mark Sedwill vrijdag bekendgemaakt.

De bank waarop Sergej Skripal en zijn dochter zijn gevonden wordt ingepakt voor onderzoek. Foto EPA

Met deze ongebruikelijke openbaring van vertrouwelijk materiaal willen de Britten twijfel wegnemen over hun overtuiging dat Rusland achter de Novichok-vergiftiging van Yulia en haar 66-jarige vader Sergei zit, een voormalig lid van de Russische militaire inlichtingendienst. De dochter is eerder deze week uit het ziekenhuis van Salisbury ontslagen.

De onthulling van Sedwill komt daags na het rapport van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) waarin staat dat het inderdaad ging om Russisch zenuwgas en dat het zo puur was dat het in een militair lab gemaakt was. Sporen zijn gevonden op de deur van Skripals woning. In zijn rapportage schrijft Sedwill dat Vladimir Poetin in het begin van de eeuw zelf betrokken is geweest bij het opzetten van een chemisch programma. Deze informatie bracht de Britten tot de overtuiging dat het Kremlin meer wist van de eerste chemische aanval op Britse bodem, iets waar oppositieleider Jeremy Corbyn vraagtekens bij heeft gezet en door Rusland is ontkend. Het rapport is naar de NAVO gestuurd.

De onthulling kwam vrijdag als een verrassing voor de Russische ambassadeur in Londen, die in zijn ambtswoning een lange en levendige persconferentie gaf. Alexander Yakovenko beweerde het rapport eerst te willen bekijken en voegde eraan toe dat de Russen werken aan een eigen rapport over Salisbury. Hij hekelde de weigering van de Britse autoriteiten om met hem in gesprek te gaan over de vergiftiging van de Skripals en de dood van Nikolay Glushkov in Londen, een maand geleden. Volgens verweet hij de Britten een gebrek aan openheid door de weigering om informatie over te delen, niet alleen in de Skripal-zaak maar omtrent de dood door polonium van Alexander Litvinenko en andere Russische sterfgevallen op het eiland.

Yakavenko vroeg zich af waarom er sinds haar herstel niets meer is vernomen van Yulia. ‘Hoe kan het dat in een land van vrije pers geen journalist contact mag hebben met haar?’, hield hij de verzamelde media voor. Volgens hem bestaat er ‘een filosofisch verband’ tussen Salisbury en Syrië in die zin dat het in beide gevallen zou gaan om een anti-Russische hetze. Om de vermeende onbetrouwbaarheid van de Britten aan te tonen als het gaat om het Midden-Oosten toonde hij beelden van Blair vlak voor de Irak-oorlog, van een emotionele Blair na het Chilcot-rapport en van Blair die pleit om Syrië aan te vallen. Volgens hem zullen inspecteurs van de OPCW komende dagen ontdekken dat er in Douma geen gas is gebruikt, de inspecteurs wier werkwijze en onafhankelijkheid hij betwijfelde in de zaak-Salisbury.

Meer over