Britten gaan strijd aan met helse landmijnen

Een blond meisje speelt een Impromptu van Schubert. Telkens als ze een bladzij van de muziek omslaat, valt er even een stilte in de St....

Van onze correspondent

Bert Wagendorp

LONDEN

Onder de gebrandschilderde ramen staan beelden van de kunstenaar John Buckley. Buckley ging zes jaar geleden naar Cambodja, om daar met eigen ogen de gevolgen te aanschouwen van de helse machine die door het Rode Kruis wordt omschreven als de 'wreedste onder de terroristen': de landmijn.

'Het heeft me zes jaar gekost om betekenis te geven aan de levende nachtmerrie', schrijft Buckley op de achterkant van een foto van een van zijn beelden. 'Ik zag hoe dokters stukken vlees uit het raam gooiden en zo hun eigen monument maakten voor de verschrikking die landmijnen veroorzaken. Geschreeuw werd gevolgd door stilte, als de geamputeerden door de pijn het bewustzijn verloren. Als ze bijkwamen, begon het gegil weer.'

Buckley gaf de nachtmerrie gestalte door beelden te maken: primitieve protheses die hij uit Cambodja meenam, smeedde hij, gecombineerd met mijnen, tot objecten van waanzin en verminking.

Het was prinses Diana, voormalig echtgenote van de Britse kroonprins, die in Groot-Brittannië het probleem van de landmijnen onder ieders aandacht bracht. In januari bezocht zij Angola, waar naar schatting 15 miljoen onontplofte landmijnen, overblijfselen van een lange burgeroorlog, het leven van honderdduizenden mensen op het platteland voortdurend bedreigen.

De foto's van Diana, in beschermende kleding wandelend door een mijnenveld, verschenen op alle voorpagina's. 'Dat was heel belangrijk', zegt Sean Sutton, van de MAG (Mines Advisory Group), een organisatie die zich bezighoudt met hulp en voorlichting aan mensen die in hun dagelijkse leven worden geconfronteerd met de mechanische sluipmoordenaars.

Twee weken geleden leidde onder meer de golf van publiciteit rond Diana's bezoek tot een ingrijpende stap van de nieuwe Britse regering. Minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, verklaarde dat zijn regering binnenkort een verbod zal afkondigen op de im- en export en de fabricage van tegen personen gerichte mijnen.

'Dat was heel verrassend', zegt Sutton, 'en een gevolg van de sterk toegenomen publieke druk. Negentig procent van de Britten vindt nu dat mijnen moeten worden uitgebannen.' De Britse militaire voorraden zullen uiterlijk in 2005 worden vernietigd. Onder het verbod vallen ook de zogenaamde 'slimme mijnen'. Die maken zichzelf na verloop van tijd onklaar. Sutton: 'Maar bij 10 tot 30 procent van die mijnen werkt dat mechanisme niet.'

Groot-Brittannië is een van de eerste westerse landen - Canada ging voor - die een verbod op uitvoer en productie van landmijnen zullen invoeren. Eind dit jaar moeten meer landen volgen. Op de Conferentie van Ottawa in oktober 1996 beloofden ruim vijftig landen ernaar te zullen streven eind 1997 een verbod in te voeren.

Niet dat daarmee het probleem de wereld uit zal zijn. De grootste producenten van landmijnen, Rusland, China en India, doen niet mee. En zelfs al zouden ze dat wel doen, dan liggen er wereldwijd nog altijd 115 miljoen mijnen te wachten op het moment dat ze worden beroerd.

Jaarlijks worden 24 duizend mensen door landmijnen gedood of zwaar verminkt, dat is 65 per dag. De meeste slachtoffers vallen in Afrika, waar eenderde van alle landmijnen verborgen ligt. Per jaar worden ongeveer honderdduizend mijnen geruimd, maar het hopeloze van de situatie blijkt uit het aantal dat er ieder jaar weer bijkomt: twee miljoen.

Martin Bell, de voormalige oorlogsverslaggever van de BBC die tegenwoordig als parlementslid in het Lagerhuis zit, wijdde eind vorige maand zijn maiden-speech aan het probleem. 'Mijnen storen zich niet aan bestanden', zei Bell. 'Ze blijven generaties lang ontploffen, ze vermoorden en verwonden onschuldigen. Ze worden gelegd door soldaten voor soldaten. Maar hun slachtoffers zijn bijna altijd burgers en vooral twee categoriën burgers: boeren en kinderen.'

De huidige generatie landmijnen kan tot zeventig jaar actief blijven. Dertig procent van de één miljoen slachtoffers sinds 1970 was jonger dan vijftien. Mijnen zijn op de wereldmarkt te koop vanaf drie gulden. Het opruimen van één mijn kost, volgens cijfers van het Rode Kruis, rond de 1500 gulden. Volgens de opruimingsstatistieken valt bij het ruimen van elke vijfduizend mijnen één dode.

Dat zet de problemen van een land als Egypte in perspectief. Uit de oorlogen die dat land voerde, resteert een erfenis van 23 miljoen mijnen. In Iran liggen er zestien miljoen. Irak telt 2200 mijnenvelden. In Cambodja liggen tien miljoen mijnen, in Bosnië zes miljoen. Afghanistan (tien miljoen onontplofte mijnen) is het land waar de kleurige, zogenaamde 'vlindermijn' veel wordt aangetroffen en grote aantrekkingskracht uitoefent op kinderen, die er speelgoed in zien.

Sutton: 'Om land weer bruikbaar te maken en mensen op het platteland weer veilig te laten leven, moeten al die mijnen onschadelijk worden gemaakt. En dat kan meestal alleen handmatig. Dit probleem zal ons nog generaties achtervolgen, zelfs al zouden morgen alle landen een verbod instellen.'

Mijnen vernietigen niet alleen levens, ze vormen ook een bedreiging voor de economie en de sociale stabiliteit van de meestal arme landen waar ze liggen. Sutton: 'In Angola zijn hele gebieden ontvolkt, doordat het voor boeren onmogelijk is geworden het land te bewerken. Slachtoffers worden opeens afhankelijk van de vaak toch al straatarme gemeenschap.'

'Ik liep door de vloeibare lucht van Siem Reap', schrijft John Buckley, 'op zoek naar beelden in dit surrealistische landschap. Maar het enige wat ik zag was diepe angst en onzekerheid. Het heeft me zes jaar gekost om me daarvan te bevrijden. Maar nu is me dat gelukt. De mensen van Cambodja kunnen dat niet. Zij zijn nog slaven van de landmijnen. Dat is een politieke beslissing. Kan kunst politiek beïnvloeden?'

Het blonde meisje doet de klep van de vleugel naar beneden. In St James Church valt een diepe, beklemmende stilte, alsof het antwoord op die vraag luidt: 'Nee'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden