Britten blijven bedanken voor euro

Going down, going down – het Britse pond verkeert in een steile duikvlucht. De munt keldert vrijwel dagelijks.

Van onze correspondent Gert-Jan van Teeffelen

Het is een hard gelag voor de Britten, die jarenlang zorgeloos het Kanaal konden oversteken. Op ‘het continent’ was alles – van tweede huizen tot en met liters pils – spotgoedkoop dankzij het sterke pond. Acht jaar geleden kreeg je voor een pond 1,75 euro, en vorig jaar nog 1,40. In de praktijk is er nu al amper verschil meer. Britse reizigers merken tot hun schrik dat de inhaligste wisselkantoren op vliegvelden nu nog hooguit één euro willen geven voor een pond, en soms zelfs minder.

De diepe val weerspiegelt de slechte vooruitzichten voor de Britse economie. Investeren in Groot-Brittannië wordt minder aanlokkelijk geacht. En omdat de Bank of England de rente de komende maanden mogelijk zal verlagen richting 0 procent, sluizen spaarders en bedrijven hun tegoeden massaal het land uit, op zoek naar een beter rendement.

De neergang heeft de deur weer geopend voor de discussie of Groot-Brittannië zou moeten toetreden tot de eurozone. Van een enthousiast debat is echter geen sprake; slechts weinigen in Westminster durven dit gevoelige thema te beroeren.

Het vuurtje werd onlangs opgepookt door José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie. Hij liet weten dat ‘mensen die er toe doen in Groot-Brittannië’ hem in vertrouwen hadden verteld dat invoering van de euro wordt overwogen.

Sindsdien buitelen Britse politici, premier Gordon Brown voorop, over elkaar heen om te verzekeren dat hiervan geen sprake is. De officiële lijn van Labour is weliswaar dat de euro een ‘langetermijndoel’ is, maar dit had tot dusver een hoogst theoretisch gehalte.

Bij de Britse bevolking is de EU immers verre van populair. In de kranten staan bijna dagelijks voorbeelden – overigens meestal uit hun verband gerukt – van bemoeizuchtige Brusselse regeltjes.

Dat wil niet zeggen dat Britten wakker liggen van Europa. Volgens een woordvoerder van Ipsos Mori, een gerespecteerd opiniepeiler, moet je Britten ‘met een stok slaan’, willen ze uit zichzelf over de EU of euro beginnen. En als naar de gemeenschappelijke munt wordt gevraagd, luidt het antwoord steevast: ‘Nee, dank u’.

De voorstanders van het pond claimen dat de lage koers het land zal helpen, omdat de export zal profiteren. Deze stelling wordt enigszins ondergraven door het feit dat het belang van de Britse industrie sterk is afgenomen.

De malaise maakt Brown hoe dan ook kwetsbaar, nu hij in het Lagerhuis om de oren wordt geslagen met uitspraken uit het verleden. Zo claimde hij ooit dat hij, dankzij zijn solide beleid, de economische cyclus had ‘afgeschaft’: ‘No more boom and bust’. Ook zei hij dat een ‘zwakke munt een teken is van een zwakke economie, wat het teken is van een zwakke regering’.

Voor oudere Britten is de situatie een déjà vu – het land kent een rijke historie aan ‘sterlingcrises’. De laatste maal was tijdens de recessie in 1992, toen minister van Financiën Norman Lamont de koers wanhopig probeerde te stutten met steunaankopen en een renteverhoging tot 15 procent.

De munt viel echter alsnog uit het Europese Monetaire Stelsel, waarin de bandbreedtes van wisselkoersen waren vastgelegd. Sindsdien deint het pond mee op de golven van de wereldeconomie, een reis die met de dag minder comfortabel wordt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden