Britten and the boys

Honderd jaar na zijn geboorte, wordt uitgebreid stilgestaan bij werk en leven van componist Benjamin Britten. De combinatie van idylle en duistere dreiging was steeds aanwezig. En altijd speelden jonge jongens een grote rol. De Nederlandse Opera voert woensdag zijn Death in Venice op.

Zie hem zitten in zijn strandstoel, aan het Lido van Venetië. Gustav von Aschenbach, de oudere schrijver, staart smoorverliefd naar Tadzio, de oogverblindende jonge knaap. De twee vloeiden uit de pen van Thomas Mann; Luchino Visconti toonde hen in een beroemde film. En volgende week treffen ze elkaar in Amsterdam, als Het Muziektheater met de opera Death in Venice het honderdste geboortejaar viert van Benjamin Britten, Engelands grootste componist.


'Ah Tadzio, Eros, charmeur!' zal Aschenbach zingen op Brittens noten. En Tadzio zal dansen, zwijgend en onbereikbaar. Man valt voor jongen, maar de liefde kan niet zijn. Zelden heeft een componist zo zitten werken aan zijn eigen verhaal.


Benjamin Britten (1913-1976), die reus van het Europese componeren, had een zwak voor jongens van om en nabij de 13 jaar. Hij nam ze mee uit zwemmen, tennissen en vogels kijken. In snelle auto's joeg hij ze over de glooiende dreven van Suffolk, aan de Oost-Engelse kust. Sommigen kregen een knuffel; een enkeling sliep in zijn bed.


Britten and the boys - het blijft delicate materie. Bij de aftrap van de Britten Centennial speelde de kwestie weer op. De jongens werden van stal gehaald in de nasleep van de affaire rond Jimmy Savile, de BBC-presentator die een ranzig spoor had getrokken van misbruikte meisjes.


'We hielden onze adem in', bekent Colin Matthews. Als Brittens assistent hielp hij in 1973 bij het in partituur brengen van Death in Venice. Tegenwoordig zit hij in de staf van de stichting die Brittens erfgoed beheert vanuit The Red House in Aldeburgh ('Oldbrò'). In deze villa van rode baksteen woonde Benjamin Britten met zijn partner, de befaamde tenor Peter Pears.


Matthews wijst naar de overkant van een weelderige tuin. Daar, in chique nieuwbouw, zetelt het Britten-Pears Archive. 'Iedereen mag komen uitpluizen hoe het met de jongens zat. We hebben gekozen voor totale transparantie.'


Jongens vulden Brittens leven en ze vulden zijn muziek. Voor de atonale oproerkraaiers van de jaren zestig vormde hun brave geluid een reden te meer om de niet-revolutionaire componist passé te verklaren. Meestal zingen de knapen zo engelachtig als de Engelse kathedraaltraditie ze maar kan maken. Maar soms zingen ze helemaal niet, zoals het vissershulpje in Peter Grimes. Het enige geluid dat het joch maakt, is de gil waarmee hij in zee stort.


Met deze opera brak Britten in 1945 door. Een buitenopvoering in Aldeburgh vormde onlangs de zilte climax van het Brittenjaar. Terwijl de wind de golven op het kiezelstrand smeet, hoorde het in dekens weggekropen publiek een saillante trek die Brittens opera's van begin af aan kenmerkt.


Waar jongens zijn, is dreiging. Het mariniersdrama Billy Budd: een jongmaatje wordt gegeseld, als de voorbode van veel erger. The Turn of the Screw: in een horrorachtige context suggereert een kinderstem gruwelijk misbruik. In zulke stukken kun je je op Britten verkijken. Lang laat hij je in de waan dat hij knappe, maar gevaarloze noten schrijft. En opeens plaatst hij een klem op de keel.


Wie op zulke momenten goed luistert, zei de dirigent Leonard Bernstein, hoort in Brittens muziek iets donkers en duisters, een drijfwerk waarvan de radertjes knerpend in elkaar grijpen - and they make a great pain.


Voor de oorzaak van die pijn kent de Brittenliteratuur een handig kopje: innocence corrupted, de bezoedelde onschuld. En dan gaat het om de onschuld die op z'n einde loopt bij jongens van twaalf, dertien jaar, wanneer de hormonen ontwaken en de stembreuk nadert. De dichter Rupert Brooke wijdde er een klacht aan. 'Bestaat er, op doodgaan na, een grotere tragedie voor een jongen dan ouder te worden, te leven!'


Benjamin Britten had het hem kunnen nazeggen. De lange reeks jongens in zijn leven droegen namen als Piers Dunkerley en Anthony Mead. En eenmaal volwassen kregen ze altijd dezelfde vraag. Hoe zat het eigenlijk met de seksuele interesses van meneer Britten?


De journalist die het heeft uitgezocht, komt aangewandeld op de boulevard van Aldeburgh. John Bridcut: een tengere 60-plusser, every inch het tegendeel van een schandaalzoeker. In 2004 maakte hij een BBC-documentaire over de kwestie; twee jaar later verscheen zijn boek Britten's Children.


Bridcut speurde vijftien jongens op die zich door Britten lieten fêteren. Ze keken stuk voor stuk terug op een fijne vriendschap, zonder gefoezel en gedoe. Voor Bridcut vormden hun getuigenissen het overtuigende bewijs dat de componist z'n handjes thuis hield. Sterker nog: 'Brittens uitwerking op jongens was heilzaam en inspirerend.'


Het is een ongemakkelijke constatering in een tijd die het debat over kerels en knapen vooral voert tegen de achtergrond van ontmaskerde priesters en verbannen pedoseksuelen. Maar stel dat Brittens omgang met 13-jarigen inderdaad platonisch was, hoe stak zijn geest dan in elkaar?


Peter Pears, zijn partner en muze, schreef Brittens hang naar jongens toe aan het brute ontwaken uit een rimpelloze jeugd. Ben Britten, het wonderkind van Mozartiaanse snit, zou de stap naar volwassenheid nooit hebben kunnen zetten.


Wat dat aangaat, herbergt het Britten-Pears Archive een onthullend document. Lett's Schoolboy Pocket Diary staat op de kaft. Het is een agenda, compleet met Latijnse vervoegingen, morsecodes, zwemrecords en andere handige schooljongensweetjes. Onder de personalia staan, behalve de naam Britten, ook zijn leeftijd (13), de lengte en het gewicht. Bizar: toen Britten de agenda invulde, was hij al een illustere componist van 40.


De schrijver W.H. Auden had z'n eigen idee over Brittens fascinatie. In het Londen van de jaren 1930 waakte hij over de jeugdige kunstenaar, die zijn weg in de wereld nog moest vinden. Brittens obsessie voor graatmagere adonissen, meende Auden, was een verdringingstruc van zijn onderbewuste. De componist durfde zijn ware, volwassen homoseksualiteit niet onder ogen te zien.


En hier betreedt de Brittenkunde een 'psychoseksueel mijnenveld'. De term komt uit de mond van Paul Kildea, zijn recentste biograaf. Hij kijkt uit over het heidelandschap van Snape Maltings, waar Britten een 19de-eeuwse brouwerij liet vertimmeren tot een sublieme concertlocatie, nog altijd het hart van het Aldeburgh Festival.


'Laten we om te beginnen homoseksualiteit en gevoelens voor kinderen uit elkaar peuteren', zegt Kildea. 'Die twee hebben namelijk niets met elkaar te maken. En laten we vervolgens het p-woord mijden. Pedofilie gaat te veel gebukt onder de associatie met criminele roofdieren als Jimmy Savile. Brittens boy thing was van een volstrekt andere orde.'


Feit één: tussen kinderen voelde Britten zich op z'n best. Toen hij op een feestje in New York werd gemist, vonden ze hem gezellig meespelend op de kinderkamer. Feit twee: in zijn relaties met jongens was hij zowel vriend als vader. Curieus is de afspraak die hij maakte met een librettist. Britten had gevraagd of hij diens zoontje mocht 'delen'. Cadeaus, een dagje uit - 'het vult een leemte', luidde zijn verklaring.


Toch lag over sommige relaties wel degelijk een seksuele gloed. Het zichtbaarst misschien bij David Hemmings. In 1954 reisde hij als 12-jarige jongenssopraan met Britten naar Venetië, waar hij zong in de wereldpremière van The Turn of the Screw.


Bij de repetities in Aldeburgh had de dirigent Charles Mackerras al gemerkt hoe Britten zich gedroeg als een 'verliefde zot'. Een verontruste sopraan zag zich genoodzaakt Hemmings in Venetië te chaperonneren. Nearly catastrophic, omschreef Peter Pears de situatie tussen het sterzangertje en de componist. 'Ik was dol op hem, echt waar', zegt de volwassen Hemmings in Britten's Children. 'En ja, ik heb in zijn bed geslapen. Maar alleen omdat ik bang was!'


Als Benjamin Britten zijn zelfbeheersing ooit heeft verloren, moet het zijn geweest bij Harry Morris. De componist was 23, de jongen 13. Tot aan zijn dood in 2002 bleef Morris bij zijn verhaal: met een stoel had hij zich Britten van het lijf moeten houden.


Als het klopt, zegt biograaf Kildea, had het controleverlies wellicht te maken met een recente ervaring in een Londense homosauna. Auden had Britten erheen gesleept; hij wilde nu eindelijk weleens vaart maken met de seksuele ontbolstering. 'Zeer aangename sensaties', noteerde de componist. 'Louter zinnelijk, maar erg gezond. Wat een buitengewone ervaring om je weerstand tegen iets te voelen afzwakken.'


De zinnelijkheid was vermoedelijk van korte duur. Voor Ben deed seks er niet echt toe, verklaarde later Peter Pears. 'Hij sublimeerde zijn driftleven in muziek', zegt biograaf Kildea.


Aan de verpleegkundige die hem bijstond in zijn laatste jaren, bekende Britten dat hij altijd had gegruwd van zijn verlangens. De vrouw werd zijn vertrouwelinge in de periode dat hij de laatste hand legde aan Death in Venice. Man valt voor jongen. Maar ook: kunstenaar kijkt zijn levensthema eindelijk recht in de ogen.


'Zie', zingt Aschenbach, 'ik ben over alle angst heen, blind voor gevaar, dronken, machteloos, reddeloos verloren in de gelukzaligheid van de waanzin. Ah!'


Sensuele fluit mondt uit in een orgie van zilverig slagwerk. 'Aan het eind van Death in Venice', zegt biograaf Paul Kildea, 'hoor je een extatische ontlading. Het zijn de klanken waarin Benjamin Britten zijn seksualiteit aanvaardt.'


Benjamin Britten: Death in Venice. Amsterdam, Het Muziektheater, 3/7 t/m 7/7, dno.nl.


Had Britten syfilis?


In een nieuwe biografie over Benjamin Britten (rechts op de foto) onthult Paul Kildea dat het hartprobleem waaraan de componist op z'n 63ste is gestorven, vermoedelijk het gevolg was van syfilis. Britten zou de besmetting hebben opgelopen via zijn partner, de tenor Peter Pears (links op de foto). Over de medische onderbouwing van Kildea's claim voeren cardiologen inmiddels oorlog. Uit de muziekwereld klinkt vooral de verzuchting of het onderhand eens op kan houden met speculaties over Brittens privéleven. Kildea beziet de kwestie in een tragisch perspectief. 'Benjamin Britten, die altijd kerngezond was en vrijwel celibatair leefde, werd geveld door een aandoening die tegenwoordig eenvoudig kan worden behandeld. Hij had nog wel vijftien jaar kunnen componeren.' (Foto Maria Austria.)


1 The Young Person's Guide to the Orchestra. Onmisbaar in elke opvoeding. Op een thema van Purcell passeren alle instrumenten van het symfonieorkest de revue.


2 Serenade voor tenor, hoorn en strijkorkest. Diep inkervende liedcyclus over de nacht, de slaap en de dood.


3 A Ceremony of Carols. Soms aan de zoete kant, maar dat mag in de kerstperiode geen probleem zijn.


4 Les illuminations. Liedcyclus op de extatische poëzie van Arthur Rimbaud, met het ijle Being beauteous als hoogtepunt.


5 The Rape of Lucretia. Opera die op verkrachting afkoerst met een sinistere kwinkslag ('Jammer dat de zonde zo mooi is dat ze aanvoelt als deugd.')


vijf luistertips

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden