Britse Tories bewijzen zichzelf slechte dienst

EEN MAAND geleden lag de wereld nog aan zijn voeten. Nu lijkt de Conservatieve sprookjesprins Michael Portillo bezig met zijn zwanenzang....

Dinsdag maakten de Conservatieve parlementariërs een einde aan de stormachtige politieke carrière van Michael Portillo door hem in de race om het leiderschap te laten vallen.

Portillo leek te zijn voorbestemd om ooit politiek leider van de Tories te worden. Hij bezat de eruditie en uitstraling om zowel de intellectuele bovenlaag als de grote kiezersmassa aan te spreken. Daarnaast had hij de vernieuwingsdrift om de partij een nieuwe, eigen weg in te laten slaan die de Conservatieven weer kansrijk zou maken in het gevecht met Tony Blairs New Labour. Portillo's carrière van vallen en opstaan gaf zijn status van Conservatieve Messias zelfs iets mystieks.

Toen William Hague na de verkiezingsnederlaag van 7 juni de pijp aan Maarten gaf, leek niemand anders het roer te kunnen overnemen dan Michael Portillo. Maar precies op dat moment begon hij al met het delven van zijn eigen graf - op een wijze waarbij iedereen zich nu afvraagt of hij wel echt leider van de Conservatieven wilde worden. Binnen een maand wist hij zoveel partijgenoten tegen zich in het harnas te jagen, dat hij uit het strijdperk was verdwenen voordat de finale kon beginnen.

Tot verbijstering van zijn collega's liet Portillo zich bij de kandidaatstelling meteen al kronen, op een peperduur en chic diner van grotestadsintellectuelen. Daarna kondigde hij aan legalisering van cannabis te willen overwegen en verklaarde hij zich voorstander van afschaffing van de beruchte sectie 28, de vermalijde wet die Britse scholen verbiedt het taboe op homoseksualiteit te doorbreken.

Portillo wilde hiermee de aanhang van de Conservatieven verbreden en vooral de jonge generatie kiezers aanspreken, die op 7 juni massaal waren thuisgebleven. Maar zijn medeparlementariërs beschouwden zijn libertijnse opvattingen als een vorm van arrogantie waarmee de partij zich van de traditionele achterban zou vervreemden. Daarnaast ontwaarden zij hierin de geest van de met alle winden meewaaiende machtspoliticus Portillo: de man die in de jaren tachtig nog de vurigste aanhanger van het Thatcherisme was, scheen nu de grote hervormer te willen spelen. Zij lieten hem daarom op bijna onthutsende wijze vallen en maakten op die wijze duidelijk dat de Tories in hun ogen nog niet aan grote veranderingen toe zijn.

Labour had drie verkiezingsnederlagen nodig voordat Tony Blair met zijn New Labour de slag om de modernisering van het socialisme kon winnen. De Tories hebben nu pas twee verkiezingen verloren. Vooralsnog heerst er bij de parlementariërs meer vertrouwen in de zekerheid van het verleden dan in de onzekerheid van de toekomst.

De 300 duizend leden van de Conservatieve Partij die het laatste woord hebben in het gevecht om het leiderschap, krijgen niet de keuze tussen een traditionalist en een vernieuwer voorgelegd, maar de keus tussen een anti- en een pro-Europeaan. Iain Duncan Smith - een eurosceptische vader van vier kinderen die de waarden van het Thatcherisme uitdraagt - zal het nu moeten opnemen tegen Kenneth Clarke - een eurofiele ex-minister die vooral door Brussel in de armen gesloten zal worden.

De kandidaatstelling van Clarke is opmerkelijk, omdat de Conservatieve fractie voor het overgrote deel Europa niet bijster goed gezind is. Maar de euro boezemt de Tory-parlementariërs nog altijd minder angst in dan een cannabisroker in de pub of een homofiele leraar voor de klas.

Of de selectie van deze twee coryfeeën verstandig is, valt te betwijfelen. De keuze voor een uitgesproken pro- of anti-Europeaan zal de partij mogelijk veel meer schade toebrengen dan die tussen een vernieuwer of een traditionalist. Zowel een overwinning van Duncan Smith als een van Clarke zal de verdeeldheid van de partij blootleggen en zal volgens sommigen zelfs kunnen leiden tot een scheuring. Bovendien lijkt noch Iain Duncan Smith - te veel een kopie van de als leider mislukte William Hague - noch Kenneth Clarke - dan al ver over de aow-gerechtigde leeftijd - over de uitstraling te beschikken om de Labourkiezers in 2005 te verleiden tot een overstap naar de Conservatieve Partij.

Portillo heeft met zijn campagne dan ook niet alleen zijn eigen graf gedolven, maar meteen ook dat van de Tories nog verder uitgediept.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden