Britse kranten vechten vol emotie mee

Dit is geen oorlog waar de Britten trots op zijn. Het volk staat achter 'onze jongens', maar waarvoor die hun leven geven, blijft omstreden....

Toen William Howard Russell, de eerste oorlogsverslaggever uit de modenere tijd, in 1854 naar de Krim-oorlog werd gestuurd en in The Times mocht schrijven wat hij zag, waren de Britten zo geschokt en verontwaardigd over de wantoestanden aan het front dat de regering moest aftreden. Russell beschreef hoe soldaten crepeerden van honger, ziekte en kou.

De nieuwe regering stuurde een fotograaf, de eerste oorlogsfotograaf, naar het front. In ruim honderd foto's van waardig poserende militairen bewees hij dat er geen vuiltje aan de lucht was. Het volk was gerustgesteld.

Wie moet je geloven, wat mag je vertellen; van de overheid, van jezelf? Het is een onderwerp waar de Britse media nooit over uitgesproken raken. Kijkers, luisteraars en lezers doen hartstochtelijk mee, iedere dag weer.

Een minister heeft de BBC ervan beschuldigd de 'vriend van Bagdad' te zijn. Verslaggevers slaan terug en turven hoe vaak de voorlichters al dan niet moedwillig verkeerde informatie gaven. Blair zegt dat op de tv heel veel is te zien, maar ook heel veel niet: de martelingen, de intimidatie, de gruwelen van het Saddam-regime.

Nooit is een oorlog zo intens en zo direct in de huiskamer gekomen. Nooit is er zo'n concurrentie van de vijand geweest die de grens heeft verlegd over wat je aan bloed en afgerukte ledematen mag laten zien. En ook de kranten confronteren hun lezers met bloedige foto's van half onthoofde kinderen: 'Uit onze naam?'

Na de steriele video-oorlog van twaalf jaar geleden kwam het idee van de embedded verslaggever, de journalist die met de soldaten aan het front eet, drinkt en slaapt. Kamaraderie zou hem of haar inkapselen. Een beetje Saving Private Ryan en dan zou hij/zij vertellen hoe blij de Irakezen de bevrijders verwelkomen.

Het is anders gelopen. Andrew Marr, BBC-commentator, zei: 'Defensie kan onze bewegingsvrijheid beperken, maar niet de vrijheid om te rapporteren wat we zien.'

Dit is geen populaire oorlog, geen oorlog waar, zoals zo vaak in het verleden, de Britten trots op zijn. Het volk staat achter 'onze jongens', zeker maar waarvoor die hun leven geven, blijft omstreden. Engeland is een land met een grote militaire traditie, maar ook met een sterke vredesbeweging met een lange geschiedenis. De polariteit gaat door tot in de diepste vezels van berichtgeving, analyse en commentaar.

De onderbuikgevoelens zie je niet alleen in de populaire tabloidpers als The Sun, maar ook in de kwaliteitspers, die eveneens in voor en tegen is gespleten. Van consensus is geen sprake. De kranten vechten mee, persoonlijk en vol emotie. The Independent, (tegen de oorlog, links-liberaal, hoog opgeleide lezers) heeft zijn Midden-Oosten-correspondent Robert Fisk in Bagdad zitten.

Fisk, die gezaghebbende boeken over het Midden-Oosten heeft geschreven, was razend over de bom op een markt in Bagdad. Zijn verslag begon: 'Het was een schande, een obsceniteit. De afgerukte hand op de metalen deur, een plas van bloed en modder op straat, de hersenen op de vloer van een garage, het verbrande skelet van een moeder en haar drie kinderen in de resten van een smeulende auto.' Deze heftige woorden werden afgedrukt in koeien van letters die de bovenste helft van de voorpagina volledig besloegen; als de aanhef van een bittere aanklacht. Dan heb je geen foto's meer nodig.

De volkse Mirror deed het anders. Het blad, in tabloidformaat, plaatste de foto van een wanhopige vrouw op de voorpagina en daaronder een lachende Bush met als enige tekst: 'He loves it.'

De embedded verslaggevers krijgen van hun kranten alle ruimte. Weinig triomfalisme. Ook de angst en de pijn worden de lezer niet bespaard, zoals van de gewonde soldaat wiens tank tot tweemaal toe door de Amerikanen onder vuur werd genomen. Hij zag de piloot, seinde en riep in wanhoop. De tank werd opgeblazen. Zijn vriend redde het niet. Zonder emotie sprak de jongen over de trigger-happy cowboys uit Amerika. Er zijn meer Britten gedood door Amerikanen, dan door Irakezen. Het anti-Amerikanisme in de Britse media neemt toe.

Het Pentagon gaat het tonen van lijkkisten tegen. De Britse doden worden als helden herdacht, met veel ritueel en ceremonie. Maar ook met human interest-verhalen over hun geliefden, trotse ouders en droeve kinderen.

Tegelijk vragen de columnisten, hoogleraren en analisten zich af hoeveel body bags aanvaardbaar zijn. Dertig verliezen in twee weken is laag. In de Eerste Wereldoorlog sneuvelden op een dag aan de Somme 19.240 soldaten. Maar toen waren er geen embedded verslaggevers die met videophones rechtstreeks in de huiskamer kwamen. Een krant schreef toen over 'lichte verliezen'. Ook ten tijde van Vietnam bestonden nog geen live tv-reportages.

24-Uur-tv is de eerste week geweldig. (De BBC heeft 200 mensen ter plekke. De beroemde John Simpson, 'de bevrijder van Kabul' zit in het Noorden verkeerd.) Maar de kijkers zappen weg. De spanning verdwijnt. De embedded verslaggevers bieden te veel drama zonder plot, zoals in de soap opera. De bevrijding van de krijgsgevangene Jessica Lynch werd de hoognodige oppepper van de week. Het zicht op de oorlog vervaagt. The fog of war trekt niet op.

De Britse islamieten kijken veel naar Al Jazeera, zij wantrouwen de Britten. Begrijpelijk, maar veel journalisten tonen hun scepsis. Ministers ondervragen zij hard. Geen van de voorlichters heeft het gezaghebbende entertainment-kaliber van generaal Schwarzkopf uit de Eerste Golfoorlog. Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, had als aanvoerder van de Eerste Golfoorlog nadrukkelijk bepaald dat het gauw voorbij moest zijn.

Tv-kijkers zijn ongeduldig en de publieke opinie slaat snel om. De krijgshistoricus John Keegan gaat in The Daily Telegraph te keer tegen de cynisch-negatieve oorlogsverslaggevers, 'de kippen zonder kop die stuiptrekkend rondfladderen' en in dit 24-uurs-tv-tijdperk moeten reageren op de kleinste gebeurtenis en niet zien wat echt gebeurt: 'De oorlog verloopt bewonderenswaardig goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden