Brits en Frans engagement met Syrië gaan ver terug

AMSTERDAM - Het was te danken aan het ijveren van Groot-Brittannië en Frankrijk dat het wapenembargo van de Europese Unie tegen Syrië maandag niet is verlengd. Beide landen zijn steeds voorstander geweest van het leveren van wapens aan de Syrische rebellen, als tegenwicht tegen de Russische wapens voor het regime van Bashar al-Assad. Hun betrokkenheid met Syrië gaat ver terug.


Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland waren tijdens de Eerste Wereldoorlog behalve met Duitsland en Oostenrijk ook in oorlog met het Ottomaanse Rijk. Met steun van Arabische opstandelingen veroverden ze de Arabische provincies van de Turken.


In de geheime Sykes-Picot Overeenkomst van 1916 verdeelden ze de buit al in koloniale invloedssferen. Frankrijk zou Syrië, Libanon, Zuid-Turkije en Noord-Irak krijgen, Groot-Brittannië Palestina, Jordanië en Zuid-Irak, Rusland Oost-Turkije en de Bosporus.


Na de oorlog kende de Volkenbond Groot-Brittannië en Frankrijk langs die lijnen mandaatgebieden toe. In Syrië werd echter een koninkrijk uitgeroepen en ook elders in de regio klonk de roep om onafhankelijkheid.


Frankrijk en Groot-Brittannië stelden hun mandaten met militair ingrijpen veilig. De protectoraten bleven bestaan tot Syrië, Libanon, Jordanië en Irak na 1945 onafhankelijk werden. Maar de Sykes-Picot Overeenkomst en de Balfour Declaratie van 1917, waarbij het recht op een Joodse staat werd erkend, beïnvloeden nog altijd de verhoudingen in de regio.


Het bestaan van oude historische banden wil niet zeggen dat Groot-Brittannië en Frankrijk een eeuw later in de Syrische kwestie nog steeds opereren vanuit koloniale reflexen, zegt Ivan Briscoe van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael. 'De Britse regering denkt niet meer in termen van invloed-sferen en protectoraten. Dat gevoel van Empire is in de jaren veertig en vijftig verloren gegaan.'


Wat bepaalt dan wel de Britse en Franse opstelling? Dat beide landen als de grootste militaire mogendheden binnen de EU vanouds het meest geneigd zijn hun macht in de wereld uit te dragen en er ook de bijbehorende strategische visie op nahouden, zegt Briscoe. 'Zoals het besef dat het Syrische conflict niet alleen gaat over de toekomst van Syrië maar over de toekomst van de hele regio.'


Het grote verschil met de andere lidstaten van de EU is volgens Briscoe dat die elke betrokkenheid in de regio willen vermijden, terwijl het 'primaire instinct' van Groot-Brittannië en Frankrijk is: erbij zijn, meepraten en de ontwikkelingen mede sturen.


De Britse en Franse houding zijn ook ingegeven door de humanitaire ramp die zich in Syrië voltrekt, met meer dan 80.000 doden, een wassende vluchtelingenstroom en mogelijk de inzet van chemische wapens. 'Die morele ambitie, versterkt door een duidelijke antiterroristische logica, houdt ook het besef in dat je je macht moet inzetten om je humanitaire doelen te realiseren.'


Mogelijk speelt nog een ander, meer verborgen motief mee, aldus Briscoe, dat verband houdt met de spanningen tussen (moslim-) immigranten en autochtonen in eigen land. 'Groot-Brittannië en Frankrijk denken hun geloofwaardigheid onder moslims te kunnen opvijzelen door zich te scharen aan de zijde van de meerderheid van de Arabieren, die voor interventie in Syrië is.'


Anders dan een eeuw geleden kent de stoere houding van Groot-Brittannië en Frankrijk wel haar grenzen. 'Als er een echte militaire interventie moet komen, dan zullen het toch de Verenigde Staten en Turkije zijn die het vuile werk moeten opknappen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden