Britpop anno 2008: 'Look Dad No Tunes'

Gijsbert Kamer

Wie denkt dat de Britse gitaarop zich creatief in een diep dal bevindt moet even naar de nieuwe Razorlight luisteren. Je hoort je vermoedens na twee krampachtig gezongen liedjes van Johnny Burrell meteen bevestigd.

Je had er dit weekend ook voor naar het London Calling festival kunnen gaan. Tjonge wat een armoedige bedoeling was het daar. Ik schreef er al over in de krant van vandaag en zal niet in herhalingen vervallen, maar het meest verbaasde me misschien nog wel de reactie van het (jonge) publiek. Veel veertien- en vijftienjarigen die bij iedere houterige drumroffel en snaaraanraking wild in het rond sprongen, van het podium afdoken of gingen crowdsurfen.

Leuk die publieksparticipatie, zult u zeggen, en fijn dat er zo'n nieuwe aanwas aan publiek is gekomen op dit festival dat het jarenlang alleen van dertigplussers moest hebben.
Misschien wel. Ik zag echter vooral jonge kids, die geen flauw idee leken te hebben naar welke band ze eigenlijk stonden te kijken. Als ze vooraan maar lekker konden hossen. Het is een tendens die bij London Calling al enkele edities valt te bespeuren. London Calling is hierdoor geen merknaam voor nieuwe spraakmakende Britse popmuziek. Nee, het merendeel van het publiek dat er voor zorgde dat het festival ook nu al weer lang van te voren uitverkocht was, leek te komen voor een eigen feestje. Lekker met 'z'n allen hossen en springen.

Dat kon niet bij het ook wel erg monotone Glasvegas: de enige echt spraakmakende band op de affiche, en dus liep de zaal leeg.
Bromheads Jacket daarentegen voldeden precies aan de eis, en lieten het publiek gretig stagediven, voordat ze hun instrumenten vernielden.

Bromheads Jacket stond er al voor de derde keer en ze voldoen ook aan alle criteria die thans lijken te worden gesteld: brutaal en schreeuwerig, rommelige sound en vooral een compleet gebrek aan goede liedjes.

Een lezer wees me een tijdje geleden, naar aanleiding van een stukje van John Peel over de Britse band Half Man Half Biscuit, op enkele van hun titels.
Je zou inderdaad kunnen zeggen dat deze Britse band misschien wel betere titels dan liedjes heeft, maar wie schiet er niet onmiddellijk in de lach bij een titel als Joy Division Oven Gloves of Look Dad No Tunes.

Aan die laatste moest ik op London Calling veel denken: een goed liedje, waarom eigenlijk? Zo kan het toch ook.

Hierbij het eerste couplet:

My life is comfortable
But I don't want that image for my band
Inside I'm reasonabe
But I'll make out they just don't understand
When we don' t feel well, let's
Put on some velvets
Lean our guitars up against the amp

Nog altijd actueel lijkt me. Image is altijd al een belangrijke succesfactor geweest van Britse gitaarbands, maar er hoorden altijd toch op z'n minst een paar goede tunes bij. Het enthousiasme waarmee een volledig gebrek aan sterke songs in Paradiso twee avonden lang door het publiek werd onthaald, doet het ergste vrezen.

Gelukkig waren er nog een paar Amerikanen. White Denim was goed vrijdag en zaterdag stond om twee uur 's nachts A Place To Bury Strangers geprogrammeerd.

Ik werd op dit trio uit Brooklyn gewezen door een lezer in reactie op een stukje van mij over shoegazers en ben er achteraan gegaan. Wow: The Jesus And Marychain en My Bloody Valentine ineen, en toch niet gedateerd.

Gelukkig speelde de band zaterdag vroeg in de avond, als voorprogramma van MGMT, ook in de Melkweg, zodat ik niet tot midden in de nacht hoefde te wachten. Het publiek was ook hier jong, want MGMT is hip. De noise van A Place To Bury Strangers was niet aan hen besteed, zo bleek al snel. Maar wat was het goed.

Noise interesseert me maar matig als het als doel wordt gesteld (zoals veel Japanse acts van Boris tot Merzbow doen) maar wanneer er door een gitaarmuur een mooie melodie doorsijpelt dan ben ik verkocht. Sonic Youth, The Jesus And Marychain (op hun eerste plaat), MBV en recent Deerhunter heb ik altijd prachtig gevonden.

A Place To Bury Strangers past daar moeiteloos bij. Hun debuutalbum verscheen onlangs opnieuw met een paar singlekantjes erbij, en dat is een aanrader.
Als een kind zo blij was ik zaterdag toen ik bij de merchandise ook een mooi kartonnen doosje met zeefdruk zag waarin 3 vinylsingletjes zaten, ook al met mooi gezeefdrukte hoesjes. Oplage 200, meteen gekocht dus.

Opgetogen van het prachtige concert toog naar Paradiso voor nog een avond London Calling.

Het goede humeur raakte snel bedorven. Maar volgende week is er weer een platenbeurs in Utrecht , ik ga lekker zoeken naar alles van Half Man Half Biscuit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden