Brinkhorst moet einde maken aan subsidiëren bio-industrie

Dieren in de bio-industrie leiden een erbarmelijk bestaan en beloftes van de sector daarin verbetering te brengen worden niet nagekomen....

MINISTER Brinkhorst van Landbouw kwam onlangs met een onzalig plan voor de vestiging van een grote bio-industriefabriek in het Rotterdamse havengebied. Hij wil snel met het idee aan de slag en een subsidie ligt al klaar. Hij neemt daarmee het advies over van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek die zo'n bio-industrie-fabriek eerder in een rapport heeft geopperd.

In het rapport werd een plan ontvouwd voor een fabriek waar onder meer 300 duizend varkens en 1,2 miljoen legkippen zouden worden gehouden. De fabriek wordt 400 meter breed en een kilometer lang en krijgt zes verdiepingen. Vrijwel alle politieke partijen reageerden direct verontwaardigd. Maar is deze reactie niet een beetje hypocriet zolang de politiek de bio-industrie op het platteland ongemoeid laat?

Het wetenschappelijk adviesorgaan van de overheid, de Raad voor Dieraangelegenheden, heeft meerdere malen aangegeven dat het met het dierenwelzijn in de veehouderij zeer slecht is gesteld. Vleeskippen zijn zo doorgefokt op snelle groei dat er vijftien miljoen per jaar letterlijk dood neervallen, zogenaamde 'doodgroeiers'. In legbatterijen bezwijken jaarlijks honderdduizenden kippen. In enkele honderden bedrijven lijden biggen in de bio-industrie onder een nog onopgehelderde ziekte, 'wegkwijnziekte' gedoopt. Er is maar één conclusie: dieren in de bio-industrie leiden een erbarmelijk bestaan.

Na de varkenspest had iedereen de dode varkens in grijpers op het netvlies. Er mochten niet nogmaals miljoenen varkens worden vernietigd en de dieren moesten het beter krijgen. Om die reden werd de wetgeving in 1998 aangescherpt.

Dan hebben we het niet over wetgeving die varkens recht geeft op stro, ruime stallen en een uitloop naar buiten, maar om een wet die regelt dat bijvoorbeeld een zwangere zeug tussen stalen stangen mag staan als deze 'ligbox' maar ten minste een lengte heeft van twee meter. Voor de zeug net voldoende om een pas vooruit en een pas achteruit te doen en zich te strekken bij het liggen.

En de praktijk? Uit onderzoek van de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw blijkt meer dan de helft (57 procent) van de varkenshouders de minimale normen voor de bio-industrie te overtreden. Vaak zijn genoemde ligboxen 1.80 meter in plaats van de wettelijk vereiste twee meter zodat dan net iets meer zeugen in een stal gepropt kunnen worden. Zelfs dat kleine beetje bewegingsvrijheid wordt de dieren niet gegund.

Hoewel boeren vaak klagen over een keiharde overheid, is de praktijk anders. Deze massale wetsovertredingen in de varkenshouderij werden al in 1994 geconstateerd door de Inspectiedienst. Agressie van varkenshouders tegen controleurs van het ministerie van Landbouw leidde tot een controlestop. Er was onvoldoende draagvlak onder de varkenshouders voor een effectieve controle, constateerde de Inspectiedienst.

In overleg met de varkenssector werd beterschap beloofd; de varkenshouders zouden vanaf dan een plan maken om zich snel aan de wet te houden. In 1997 moest landbouwminister Van Aartsen constateren dat er niets terecht was gekomen van hun belofte; nog steeds overtrad meer dan de helft de (dierenwelzijns)wet.

Desondanks heeft de overheid deze varkenshouders nog steeds niet gedwongen zich aan de wet te houden. Er vinden te weinig controles plaats en meestal worden overtredingen afgedaan met een waarschuwing. Verder overlegt het ministerie al maanden met de sector om de aanscherping van de normen uit 1998 weer deels ongedaan te maken. En dan mogen varkens nog 'blij' zijn dat er nog wetgeving is die hen beschermt.

Voor veel dieren in de bio-industrie zijn er nog niet eens minimale normen opgesteld ondanks een belofte van het ministerie, jaren geleden. Te noemen vallen onder meer de honderdduizenden konijnen en vierhonderd miljoen vleeskippen. Vleeskippen zijn zo doorgefokt op snelle groei dat de organen die niet meer kunnen bijhouden. Miljoenen vleeskippen gaan jaarlijks nog voor de slachtleeftijd van zes weken dood.

Tegen de achtergrond van deze trieste feiten ontwikkelt de intensieve veehouderij haar plan voor een verdere industrialisatie in de aankomende decennia. En terwijl minister Brinkhorst de afgelopen maanden honderden miljoenen belastinggeld heeft besteed aan het uitkopen van varkensbedrijven, breiden honderden varkensbedrijven zich jaarlijks elders uit. Een uitkoopregeling wordt daarmee een verkapte subsidieregeling voor de bio-industrie. Met het recente plan van Brinkhorst om een 'varkensfabriek' in het Rotterdamse havengebied te bouwen, lijkt de minster zijn aanvankelijke verzet tegen de bio-industrie op te geven.

Aan het begin van zijn ambtsperiode als landbouwminister klonk regelmatig een verfrissend geluid. Hij gaf aan uit gezondheidsredenen vrijwel geen 'gangbaar' vlees te eten, kondigde een verbod op de nertsenhouderij aan, sprak over stimulering van de biologische veehouderij en pareerde ook kritiek van fractiespecialisten van het CDA en VVD door te wijzen op het feit dat deze woordvoerders zelf in de bio-industrie zitten. Dit gaf dierenbeschermingsorganisaties hoop dat het ministerie het roer eindelijk zou omgooien. Helaas valt deze hoop niet te rijmen met diens uitlatingen over de bio-fabriek in de Rijnmond.

Zouden niet 99 van de 100 mensen, als zij het voor het zeggen hadden, ervoor kiezen om het beschikbare overheidsgeld te steken in ontwikkeling van de biologische landbouw in plaats van in een verdere industrialisering van de intensieve veehouderij?

De laatste jaren groeit het aantal biologische boerderijen fors. Dit jaar wordt ongeveer een verdubbeling verwacht van het aantal biologische varkenshouderijen. Toch betekent dit nog altijd dat minder dan 1 procent van de varkens op deze respectvolle manier wordt gehouden.

In andere landen is de biologische veehouderij veel beter ontwikkeld. In Engeland loopt een groot deel van de zeugen buiten en ook in Denemarken, Zweden, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is de biologisch sector veel verder ontwikkeld. Het wordt dan ook de hoogste tijd dat de minister een keuze maakt voor diervriendelijke vormen van landbouw en de subsidiekraan dichtdraait voor verwerpelijke initiatieven uit de bio-industrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden