Breuk vaak door wantrouwen

Onderwerp van breuk is zelden de echte oorzaak...

AMSTERDAM Een kabinetscrisis is zelden wat zij lijkt. Het onderwerp waarop gebroken wordt, is bijna nooit de echte steen des aanstoots, zo laat de parlementaire historie zien. Een hemeltergend onderling wantrouwen, totaal op elkaar uitgekeken zijn of electoraal gewin zijn drijvende krachten op weg naar de ontbinding.

Zo viel het tweede kabinet-Lubbers (CDA-VVD) in 1989 op het eerste gezicht over de invoering van het reiskostenforfait. Maar de christen-democraten en liberalen hadden het na zeven jaar gehad met elkaar. De VVD’ers konden niet omgaan met de dominantie van premier Lubbers. Ze stonden slecht in de peilingen en waren onderling verdeeld. VVD’ers maakten in samenwerking met De Telegraaf het klimaat rijp om te breken vanwege het reiskostenforfait.

De officiële reden van de breuk in het CDA/PvdA/D66-kabinet in 1981 was onenigheid over het financieel-economisch beleid. Maar in feite ging het om een botsing van beschadigde karakters. Zowel CDA als PvdA had zijn grootste vechtjas afgevaardigd. De twee boegbeelden Joop den Uyl (PvdA) en Dries van Agt (CDA) hadden elkaar in het kabinet-Den Uyl (1973-1977) wekelijks het leven zuur gemaakt en kwamen door een wrede speling van het lot elkaar weer tegen in het tweede kabinet-Van Agt. Dat zakte al door zijn hoeven voor het debat over de regeringsverklaring. Er werd gelijmd, maar na negen maanden bezweek het alsnog.

Soms implodeert een regeringspartij en moet het ontslag worden aangeboden aan de koningin. Dat was zo met het tweede kabinet-Balkenende (2003-2006), toen D66 ten onder ging aan onderlinge twisten. Toenmalig fractieleider Lousewies van der Laan greep de interne misère aan om het handelen van minister Verdonk jegens Ayaan Hirsi Ali zwaar genoeg te wegen voor een kabinetscrisis.

In 1958 brak de PvdA-fractie met het vierde kabinet-Drees. De sociaal-democraten waren na vier kabinetten wel heel erg onherkenbaar geworden. De katholieken en socialisten polariseerden. De fractie onder leiding van Jaap Burger kwam tegenover het kabinet te staan.

In dat jaar 1958 had de PvdA voor de zomer al twee verkiezingen verloren: die voor de provincies en voor de gemeenteraad. Na de zomer ging de beuk erin: op Fakkeldragersdag (een socialistische toogdag) formuleerde Burger onmogelijke eisen aan het kabinet. Zo wilde Burger midden in de Koude Oorlog een verlaging van de defensie-uitgaven. De eisen zouden niet worden ingewilligd. De PvdA bleef – op een kort tussenkabinet na – vijftien jaar in de oppositie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden