'Breng vrijheid van onderwijs bij de tijd'

De regels om een nieuwe school te beginnen, zouden moeten worden gemoderniseerd. Het bestaande stelsel is overwegend gebaseerd op de verzuilde samenleving, die allang niet meer bestaat. Oprichters van nieuwe scholen lopen daardoor tegen grote problemen en barrières aan.

Leerlingen van een montessorischool in Amsterdam maken de Cito-toets in 2010. Montessorischolen worden geschaard onder het 'algemeen bijzonder onderwijs'. Beeld ANP

Dit stelt de Onderwijsraad in een advies over de vrijheid van onderwijs, dat vandaag in Den Haag wordt gepresenteerd. De raad komt daarmee tegemoet aan de vraag van de Tweede Kamer naar een moderne uitleg van Artikel 23 van de Grondwet. Of dat beroemde artikel uit 1917 moet worden aangepast en hoe het er dan moet uitzien, wordt vandaag bekend.

Stelsel 'op slot'
De raad constateert dat het stelsel 'op slot' zit. 'Het netwerk van scholen is nagenoeg voltooid (...). Sinds het begin van deze eeuw zijn er in het primair onderwijs nog slechts enige tientallen nieuwe scholen bijgekomen. Dat geldt ook voor het voortgezet onderwijs.' Dit brengt de vrijheid van onderwijs in het gedrang, vindt de raad. Het is bijna onmogelijk geworden een school te beginnen door het gestolde onderwijslandschap en de vereiste hoge minimumaantallen leerlingen.

De voorzitter van de Onderwijsraad, Geert ten Dam, schetst in een vraaggesprek dat vrijdag in de Volkskrant verschijnt, de achtergrond van het advies. 'Er zijn veel mensen die denken: dat honderd jaar oude grondwetsartikel, zouden we dat niet eens een keer op zolder opbergen? Wij hebben daarom nauwgezet gekeken naar de precieze waarde ervan, juist in deze tijd.'

Aansluiten
Grondwetsartikel 23 geeft burgers de vrijheid een school te stichten op basis van hun levensvisie. Maar die moet wel aansluiten bij een van de gangbare levensbeschouwelijke richtingen, zoals katholiek, protestants-christelijk of islamitisch. Als ze voldoet aan deugdelijkheidseisen zoals bevoegde docenten en een schoolplan, krijgt de school evenveel geld als het openbaar onderwijs. Veel montessori-, dalton- en jenaplan-scholen hebben een plek gevonden in de verzamelrichting 'algemeen bijzonder onderwijs'.

Het door scholen met een geloofsachtergrond beheerste veld is geen spiegel meer van de geseculariseerde bevolking. Verreweg de meeste Nederlanders zijn geen lid van een kerkgenootschap. Toch waren in 2010 nog 29,8 procent van de basisscholen rooms-katholiek, 25,6 procent protestants-christelijk en 6,3 procent algemeen bijzonder; 32,2 procent was openbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden