Brekebenen en baanbrekers

De universiteit van Leiden is gesticht in 1575. Willem Otterspeer beschrijft haar geschiedenis per eeuw. Vier eeuwen, vier delen. Het nu verschenen derde deel gaat dus over de periode 1776-1876....

De tijd had zich voor hem iets gelukkiger kunnen laten opdelen. Geestelijk en dus ook wetenschappelijk beginnen we in de 18de eeuw, die, zeker bij een per se conservatieve instelling als een universiteit, de 19de eeuw ruim haalt. Elk tijdperk duurt langer dan zijn jaartallen. Rond het midden van de 19de 9de eeuw verandert het wetenschappelijk klimaat grondig. grondig Een nieuw hoofdstuk van de wetenschapsgeschiedenis dient te worden geschreven. Politiek zijn we in de patriottentijd patriottentijd, de Franse tijd, het herstel van 1813 en het jaar van de grote ommekeer, 1848, met de glorie van het liberalisme. liberalisme Een eeuw van heel veel verschillende geschiedenissen. Die laat zich nauwelijks als een geheel beschrijven. Ook doordat sommige zaken bij de tijd ac achterblijven. De auteur moet nogal eens sc schuiven of personen en ideeën uit de verte ophalen, en de lezer moet vaak heel goed om zich heenkijken om te zien waar hij is.

Dat even durende gebrek aan oriëntatie is ook een gevolg van de detaillering, van de geschiedsc geschiedschrijving van een instituut. We komen het verleden en zijn vertegenwoordigers heel dichtbij, misschien nog het meest in de hoofdstukken waarin de curatoren en hoogleraren worden voorgesteld. Als bijna-bekenden en ons zó vertrouwden, dat we, wanneer we bijvoorbeeld lezen: 'Die faculteit (de medische, F.) bestond in 1815, als we Oosterdijk, rude donatus, niet meerekenen en ook Brugmans even buiten beschouwing laten, uit Du Pui, Sandifort, Krauss en Ypey.', een bevestigend 'dat is waar ook' geacht worden uit te spreken. We moeten ons nogal eens een geschiedenis of personen herinneren die we niet kennen.

De variëteit naar geest en politieke en sociale gebeurtenissen dwingt de auteur vaak tot een herbeginnen. Die vaststelling wordt versterkt door de kwaliteit van de beginzinnen van sommige hoofdstukken; ze maken de slotzin van het voorgaande hoofdstuk onzichtbaar. Wie een hoofdstuk zo begint: 'In welke tijd en binnen welke onderwijswet het hoger onderwijs gegeven werd, altijd zijn er onder professoren brekebenen en baanbrekers geweest', begint een nieuw boek. Misschien kan ik het 't beste zo zeggen: dit derde deel is veeleer een verzameling vaak meesterlijke monografieën dan een samenhangend boek. Dat de auteur zich nogal eens herhaalt, kan mede een bewijs voor dat gebrek aan eenheid zijn.

De geschiedenis van een universiteit is ook de geschiedenis van de wetenschap en de wetenschappers. Wetenschapsbeoefening is internationaal; een eventuele verbijzondering, variatie of uitbreiding van de nieuwe kennis of inzichten heeft aan de afzonderlijke universiteiten plaats door de hoogleraren. Hun kwaliteiten of gebrek daaraan, hun conservatisme of vooruitstrevendheid, bepalen het niveau van de universiteit. Otterspeer geeft van de ontwikkelingen van de wetenschap in de gegeven periode een uitstekend beeld; hoogtepunt is voor mij hoofdstuk 13 van het tweede deel, 'Van filosofie naar wetenschap', dat over wis-en natuurkunde en medicijnen handelt. Een grote lijn in het boek – een fascinerende – is de ontfilosofering en de ontmoralisering van de wetenschap. Elk wetenschappelijk onderdeel werd eens in een groot kader gezet; het was niet autonoom, eerder demonstratiemateriaal voor een grotere visie. De in het boek genoemde titels van inaugurale redes zijn voor die 'grootheid' veelzeggend. Met de ontfilosofering verdwijnt ook de bijna alle kennis omvattende hoogleraar. Er figureren schitterende veel-en allesweters in het boek. Voor de voltooiing van de ontwikkeling, die ook een proces van vrijmaking is, kan het eredoctoraat dat in 1875 aan Darwin werd toegekend, haast symbolisch worden genoemd.

In de beschrijving van de benoemingen van de hoogleraren is Otterspeer welhaast kroniekmatig volledig. Ik meen dat we meer over de baanbrekers hadden mogen horen, de brekebenen hadden dan verzwegen kunnen worden. Volledigheid is altijd een licht irriterende deugd, omdat ze onvolledigheid meebrengt. Hoewel: de miniatuurportretjes van de hoogleraren zijn soms meesterwerkjes. (Sommige passages in de wetenschappelijke gedeelten trouwens ook; Otterspeer ontwikkelt soms een groot definitievermogen, als in deze meesterlijke alinea: 'Bij de aanleg van de verzamelingen die Reinwardt in zijn leven

bijeenbracht, en bij de wetenschappen die hij beoefende, vervulde het individuele voorwerp van zijn belangstelling als het ware de rol van het citaat in de humaniora, waarbij de suggestieve werking prevaleerde boven strakke bewijsvoering .')

Als in het vorige deel zijn de hoofdstukken die een sociaal historisch karakter hebben, boeiend. Ik bedoel vooral die over het maatschappelijk leven, de stand en de 'rijkdom' van de professoren, en die over het al of niet georganiseerde leven van de studenten. Heel mooi is de beschrijving van een college van de grote Fruin in een donkere kamer in zijn eigen huis, Voor heel geestige, veelzeggende karakteristieken van professoren en studenten kan de auteur terugvallen op Klikspaan, een van de grootste schrijvers van onze 19de eeuw. De veelzijdigheid van de hoogleraren spiegelt zich in de hoeveelheid verplichte propedeusevakken; alleen het universele lijkt tot het bijzondere te kunnen leiden. Of studeren vroeger zo ideaal was, betwijfel ik. En de maatschappelijke toekomst na het afstuderen was ook allerminst gunstig, zeker voor juristen, maar ook – wat ik niet had verwacht – voor theologen.

Anekdotisch hoogtepunt van dit deel is het verslag van het bezoek van een hondsbrutale Napoleon aan de Leidse universiteit in november 1811. Prachtig is hoe hij uitvaart tegen de theoloog Carolus Boers: 'U bent calvinist, hè', kreeg hij toegevoegd, die dat bedremmeld bevestigde. 'Ha, die Calvijn, dat was een groot man. (. . .). Ja, maar toch, die kerktypes zijn allemaal hetzelfde. Als ze onderdrukt worden, roepen ze om tolerantie, maar ze zijn nog niet vrij of ze slaan zelf aan het ondedrukken. (. . .) En mijne heren, (hierbij wendde hij zich tot de afgevaardigden van de kerkgenootschappen) of u nu calvinist, katholiek, lutheraan of anabaptist bent is me om het even, als u me in het hiernu maar gehoozaam bent.'

Het hoogste respect houd ik voor de wijze waarop Otterspeer de ontwikkelingen in de wetenschappen beschrijft en belangrijke publicaties van sommige geleerden samenvat. Het bijzondere is niet alleen zijn veelzijdigheid, maar ook zijn stilistisch vermogen in die beschrijijvingen. Hij houdt alles zo goed in zijn geest en in de hand, dat het merkwaardig is dat deze anti-vroomheidsfrase hem ontsnapt is. Het gaat over de grote geleerde C. W. Opzoomer: 'Geboren in een gelukkig gezin uit vrome maar beminnelijke ouders – zijn vader was werkzaam bij het stedelijk armbestuur van Rotterdam – was hij gedurende zijn hele schooltijd gemakkelijk de eerste van de klas.' Het kan ook duidelijk zijn dat Otterspeer soms genoegen vindt in wat ouderwets taalgebruik en reumatische wendingen. Zo laat hij de studenten gebruikmaken van de diensten van prostituees.

Honderden professoren zijn mij gepasseerd, tientallen curatoren, vele geleerden met ontelbare ideeën, geleerde boeken en toespraken – de lucht boven Leiden moet zwaar zijn geweest. Bijna alle geleerden zijn vergeten, want gevolgd door geleerden met andere gedachten en methoden. De geschiedenis van de wetenschap is misschien wel de mooiste die er is; hier kan men die lezen tussen de muren van een provinciestad, in een academiegebouw dat elke Engelsman belachelijk moet hebben gevonden, in de kleine collegezaaltjes en in de hoofden van keurige conservatieve en liberale heren. De geest kruipt waar hij wil. Dat is het verhaal van dit deel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden