Brein en ziel van het Duitse elftal

Fritz Walter wordt wel 'de legende van het Duitse voetbal' genoemd. Hij leidde in 1954 de 'Walter-Elf' naar de eerste wereldtitel door het grote Hongarije van Puskas te verslaan....

Rolf Bos

LEG een oudere Duitser de datum 4 juli 1954 voor en hij zal enthousiast vertellen dat het de dag was dat Duitsland voor het eerst wereldkampioen voetballen werd. In één adem door zal hij roepen dat het 'wonder' plaatsvond in het Wankdorfstadion in Bern en dat Fritz Walter de uitblinker was in de finale tegen Hongarije.

Duitsland werd nadien nog tweemaal wereldkampioen, een eventuele vierde titel zal 'Fritz' niet meer meemaken. Hij overleed maandag in Kaiserslautern, de stad waar hij zijn hele voetbalcarrière doorbracht bij de FC, en waar het stadion van de 'Roten Teufel vom Betzenberg' naar hem is vernoemd.

Op die historische dag in het Wankdorfstadion mocht Walter als aanvoerder van de Duitsers de Coupe Jules Rimet heffen en dat was een grote slag voor alle niet-Duitse voetballiefhebbers. Hongarije, met Puskas, Kocsis en Csibor, was torenhoog favoriet. In de voorronden had het Duitsland nog met 8-3 afgedroogd.

Vlak voor tijd schoot Helmut Rahn de Mannschaft echter met een Flachschuss naar 3-2. 'Tor!, Tor!, Tor!', schreeuwde radiocommentator Herbert Zimmerman de Duitse huiskamers in, en even later: 'Aus! Aus! Weltmeister!' Rahn schoot het beslissende doelpunt binnen, maar Walter (broer Ottmar speelde ook mee) was de smaakmaker. De aanvoerder in het team van coach Sepp Herberger was 'ein genialer Spielmacher' die al 33 jaar oud was.

De zoon van een herbergier debuteerde op 14 juli 1940 tegen Roemenië. Het was volop oorlog, maar er werd gewoon gevoetbald. Liefst 23 maal daarna was soldaat Walter in die donkere jaren nog Nationalspieler. In 1943 werd ook hij naar het front gestuurd. Aan het eind van de oorlog werd hij krijgsgevangen gemaakt door de Russen. Een lang verblijf dreigde in Siberië, maar de voetballer werd herkend door een Russische majoor en naar huis gestuurd.

In 1950 speelde hij voor het eerst weer een interland. Nadien zouden er nog veel (in totaal 61) volgen voor de Duitser, die halverwege de jaren vijftig voor veel geld naar Atletico Madrid kon.

De voetballer die vlak voor wedstrijden altijd stijf stond van de stress (en daarom veel tijd op het toilet doorbracht), had geen zin in buitenlandse avonturen, hij had last van vliegangst.

Dus bleef Fritz Walter ('Kopf und Seele der deutschen Elf') zijn geboortestad trouw, hij voetbalde er tot 1959, geld verdiende hij met het exploiteren van een bioscoop en een wasserij. Ook was hij actief in de Sepp Herbergerstichting, die zich bezighoudt met de terugkeer van jeugdige delinquenten in de maatschappij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden