Brazilië schudt de armoede met succes van zich af

De oorlog tegen de armoede heeft in Brazilië tot spectaculaire resultaten geleid: er leven nu 40 miljoen Brazilianen minder in armoede dan tien jaar geleden. Hoe volkskeukens, stadsmoestuinen, voedselbanken en gratis schoolmaaltijden een revolutie veroorzaakten.

Marjolein van de Water
Efigênia eet in een van de volksrestaurants in Belo Horizonte. Een maaltijd kost er nog geen 60 eurocent Beeld Sebastian Liste / NOOR
Efigênia eet in een van de volksrestaurants in Belo Horizonte. Een maaltijd kost er nog geen 60 eurocentBeeld Sebastian Liste / NOOR

Geconcentreerd en met haar tong tussen de tanden schept Efigênia da Silva (70) rijst en bonen van een metalen dienblad in een plastic bak. Zorgvuldig maakt ze het dienblad tot op de laatste kruimel schoon, het rumoer in het overvolle volksrestaurant lijkt volledig langs haar heen te gaan. 'Ik heb drie keer een half uur in de rij gestaan', vertelt ze giechelend. 'De eerste portie heb ik opgegeten, de andere twee neem ik mee naar huis. Zo heb ik tot overmorgen genoeg.'

In de vijf volksrestaurants in de Braziliaanse stad Belo Horizonte worden iedere dag zo'n 14 duizend lunchmaaltijden verkocht. Een groot dienblad vol rijst, bonen, vlees en groenten kost nog geen 60 eurocent, mensen die op straat leven, eten gratis. De rij staat tot buiten, daklozen eten zij aan zij met studenten en mensen die in de buurt werken.

'Dit restaurant openen is het beste dat de regering ooit heeft gedaan', zegt Da Silva. De bejaarde vrouw verdient haar geld door dagelijks de straten van de stad af te struinen op zoek naar plastic afval. Dat verkoopt ze vervolgens voor 3 eurocent per kilo. 'Het eten hier is lekker en geeft me veel energie', zegt ze monter. Ze wijst op haar mollige buik en zegt dan trots: 'Ik weeg nu wel 78 kilo.'

Honger uitbannen is een kwestie van politieke wil, zo blijkt in Brazilië. 'Zolang er Brazilianen zijn die honger hebben, is dat een reden ons te schamen', zei Lula da Silva nadat hij in 2002 voor het eerst tot president was gekozen. 'Ik maak voedselsoevereiniteit tot prioriteit', aldus Lula, die als kind schoenpoetser was en geregeld een maaltijd oversloeg. 'Als aan het einde van mijn mandaat alle Brazilianen dagelijks ontbijten, lunchen en dineren, dan heb ik de missie van mijn leven volbracht.'

Nul Honger

Lula voegde daad bij het woord en kwam in 2003 met het programma Fome Zero (Nul Honger). Een omvangrijk programma met uitkeringen voor de allerarmsten en gratis maaltijden voor kinderen op openbare scholen. Kleine boeren krijgen trainingen, subsidie en toegang tot leningen, en moeten uiteindelijk ten minste 30 procent van het voedsel voor de schoolmaaltijden en andere regeringsprogramma's leveren. Op die manier wordt ook armoede op het platteland aangepakt.

Jaar na jaar kwam er meer geld beschikbaar voor de sociale programma's. In 2005 was het budget nog 3,4 miljard euro, in 2010 was dat al gestegen naar bijna 6 miljard. De economische boom en de hoge prijzen van grondstoffen maakten deze uitgaven betrekkelijk eenvoudig. Tegelijkertijd ging het minimumloon flink omhoog en kregen miljoenen Brazilianen toegang tot een formele baan met arbeidsrechten. In 2009 liet Lula het recht op voedsel in de Grondwet opnemen.

Toen Lula's partijgenoot Dilma Rousseff in 2010 aan de macht kwam, zette zij het programma voort, zij het iets aangepast en onder de nieuwe naam Brasil sem Miséria (Brazilië zonder misère). De uitgaven bleven stijgen. Alleen al voor de armoede uitkeringen is dit jaar bijna 8 miljard euro begroot.

Volksrestaurant in Braziliaanse stad Belo Horizonte. Beeld Sebastian Liste / NOOR
Volksrestaurant in Braziliaanse stad Belo Horizonte.Beeld Sebastian Liste / NOOR

Veel geld, vinden veel Brazilianen uit de hogere en middenklassen, die de enorme kostenpost hekelen in de huidige tijden van economische problemen. Minister van Hongerbestrijding Tereza Campello ziet dat anders: 'Het is minder dan een half procent van het bruto binnenlands product', aldus de minister onlangs in een persconferentie. 'Daarmee vullen we de inkomsten aan van 14 miljoen families.'

Duur of niet, de inspanningen hebben vruchten afgeworpen. Het aantal Brazilianen dat in armoede leeft is tussen 2001 en 2012 met 75 procent gedaald, zo blijkt uit een in september vorig jaar gepubliceerd rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties. Bijna 40 miljoen Brazilianen zijn uit de armoede geraakt, zowel kinder- als moedersterfte nam af, het aantal ondervoede personen halveerde, en de ongelijkheid in het land werd kleiner.

'Het is de multidimensionale benadering die van de Braziliaanse aanpak zo'n groot succes heeft gemaakt', zegt FAO-directeur José Graziano. 'Het is erop gericht de structurele oorzaken van honger aan te pakken, in plaats van alleen de symptomen te bestrijden.'

Stadsmoestuinen

Belo Horizonte diende als voorbeeld voor het nationale beleid. Tien jaar voordat Lula in 2003 van armoedebestrijding een nationale prioriteit maakte, zette toenmalig burgemeester Patrus Ananias voedselsoevereiniteit al prominent op de agenda van de stad. Hij opende volkskeukens, stadsmoestuinen, voedselbanken en begon met gratis schoolmaaltijden. Ananias werd later Lula's minister van Sociale Ontwikkeling en Hongerbestrijding.

Na ruim twintig jaar zijn de programma's van Ananias nog altijd springlevend. 'Alles is erop gericht de levens te verbeteren van de allerarmsten, zowel hier in de stad als op het omliggende platteland', zegt Marcelo Lana, binnen gemeente Belo Horizonte verantwoordelijk voor voedselzekerheid.

In 1993 was nog bijna 20 procent van de kinderen onder de 5 jaar ondervoed in Belo Horizonte, vandaag de dag is dat nog maar 3 procent. 'Nadat voedselzekerheid ook op federaal niveau prioriteit was geworden, kwam er meer geld beschikbaar', vertelt Lana. In 2014 kostten de programma's van zijn secretariaat 21 miljoen euro, waarvan 7,5 miljoen van de federale overheid kwam. 'In het begin ging het puur om het bestrijden van honger. Inmiddels gaat het ook om de kwaliteit van het voedsel dat onze inwoners tot zich nemen.'

Om die te verbeteren zijn er cursussen voedingsleer op scholen en in buurtcentra, en leren kinderen op school hun eigen groenten verbouwen. Ook biedt de gemeente gratis winkelruimte voor zogeheten Sacolão-supermarkten. De ondernemers zijn dan wel verplicht dagelijks twintig fruit- en groentesoorten aan te bieden voor maximaal 35 eurocent per kilo. Van de overige producten mogen ze de prijs zelf bepalen.

In de moestuin van hun school verbouwen leerlingen voor het vak voedingsleer hun eigen groenten. Beeld Sebastian Liste/NOOR
In de moestuin van hun school verbouwen leerlingen voor het vak voedingsleer hun eigen groenten.Beeld Sebastian Liste/NOOR

Goedkope wortels

Rosalia Silva (56) komt vaak in de Sacolão in het centrum van de stad. Vandaag profiteert ze van de kilo-aanbieding courgettes, maar ze heeft ook een grote zak aubergines gekocht voor de normale prijs. 'Ik woon hier vlakbij', zegt ze en wijst naar een favela heuvelopwaarts. 'Het scheelt echt heel veel. Voor een kilo cassave betaal je elders zeker het driedubbele.'

Boven de schappen hangen tekstballonnen. 'Avocado, rijk aan ijzer, magnesium en vitamine A', staat er. Of: 'Appels, weinig calorieën en boordevol vezels.' Silva vult een zak met wortels, vandaag voor maar 35 cent de kilo. 'Het helpt zeker om gezonder te eten', zegt ze. 'Vroeger kocht ik nooit wortels.'

Medewerkers staan te graaien in een diepe bak aardappels en halen de exemplaren met zwarte plekken eruit. Alles wat niet meer verkocht kan worden gaat naar de voedselbank, een tweede verplichting die de gemeente de ondernemers oplegt. Van daaruit gaat het naar instellingen die niet aan de gemeente verbonden zijn, zoals verslaafdenopvanghuizen gerund door kerken. 'Op die manier zorgen we dat ook de allerkwetsbaarsten profiteren', aldus Lana.

De gemeente faciliteert ook 45 gemeenschapsmoestuinen door braakliggende stukken gemeentegrond rijp te maken voor het kweken van fruit en groente. Deelnemers zijn veelal afkomstig uit de armere laag van de bevolking, en produceren onder meer bananen, ananas, prei, kropsla, wortels en lente-ui. Alles zonder bestrijdingsmiddelen. Ze moeten zelf zorgen voor zaden en het terrein beheren, de gemeente biedt alleen technische hulp. Of ze de oogst zelf opeten of verkopen mogen ze ook zelf weten.

Een Sacolão-supermarkt waar dagelijks verplicht twintig fruit- en groentesoorten in de aanbieding zijn. Beeld Sebastian Liste/NOOR
Een Sacolão-supermarkt waar dagelijks verplicht twintig fruit- en groentesoorten in de aanbieding zijn.Beeld Sebastian Liste/NOOR

Inspiratiebron

Aan de rand van sloppenwijk Vila Pinho ligt zo'n gemeenschapsmoestuin, een oase van rust in de jungle van beton en cement, waar de huizen bovenop elkaar staan gebouwd en motors met veel herrie door de smalle straten scheuren. Kolibries fladderen tussen het groen, vlinders zweven langs het rijpe fruit aan de bomen en buurtbewoners zitten onder een afdakje goedkeurend te kijken naar de regen.

'Eindelijk regen', zegt Raquel Vasconcelos (48) die een geel regenjack aantrekt en het veld opgaat. 'De planten zullen dankbaar zijn.' Toen Vasconcelos hier dertien jaar geleden voor het eerst kwam, had ze geen flauw idee hoe het moest, groenten verbouwen. Nu verdient ze zo'n 350 euro per maand met de verkoop van haar producten. 'En het gaat niet alleen om het geld', zegt ze terwijl ze de volgroeide rucola plukt en in een emmer stopt. 'De planten hebben me genezen van mijn depressies.'

Een aantal deelnemers levert voedsel aan scholen, volkskeukens, crèches, bejaardentehuizen en andere gemeente-instellingen. Die instanties worden daarnaast van ingrediënten voorzien door kleine boeren uit de regio. 'Door de boeren een afzetmarkt te garanderen, bestrijden we armoede op het platteland', aldus Lana. 'We bieden de producenten technische steun en toegang tot krediet, zodat ze kunnen professionaliseren.'

De voedselpolitiek van Belo Horizonte is internationaal bejubeld. In 2003 kreeg het de Best-Practice-prijs van Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, kunst en cultuur. En in 2009 won het de Future Policy Award van de World Future Council. 'We zouden het voorbeeld van Belo Horizonte als les moeten gebruiken', zei Olivier de Schutter, tot vorig jaar speciale VN-rapporteur voor het recht op voedsel. 'Voedsel is geen handelswaar. Het is een mensenrecht en zou op die manier behandeld moeten worden.'

Ook het landelijke programma krijgt veel lof toegeworpen. 'Brazilië is een internationale referentie geworden op het gebied van voedselzekerheid, plattelandsontwikkeling en armoedebestrijding', aldus FAO-directeur Graziano. 'De FAO helpt andere landen om het Braziliaanse model, aangepast aan de lokale situatie, te implementeren.'

Op scholen in 15 andere Latijns-Amerikaanse landen worden nu gratis maaltijden verstrekt en lessen voedingsleer aangeboden. En ook daar koopt de regering en deel van de ingrediënten voor hun schoolmaaltijden direct bij kleine boeren in de omgeving. Ook in Ethiopië, Mozambique, Niger en Senegal vindt het Braziliaanse voorbeeld navolging. 'De ervaring van Brazilië is zeer waardevol', aldus Graziano. 'Het is voor veel landen een inspiratiebron.'

Stadsmoestuin. Beeld Sebastian Liste / NOOR
Stadsmoestuin.Beeld Sebastian Liste / NOOR

VN-millenniumdoelen naderen deadline

De armoedebestrijding in Brazilië, en specifiek in Belo Horizonte, wordt wereldwijd bejubeld en gekopieerd. Het Zuid-Amerikaanse land wist de armoede met 75 procent terug te dringen, fors meer dan de 50 procent die de Verenigde Naties zichzelf ten doel stelden bij het opstellen van de Millenniumdoelen in 2000. De wereldleiders spraken toen af de honger en de armoede in de wereld eind 2015 te hebben gehalveerd. Nu de deadline nadert wordt duidelijk of de doelen zijn bereikt. Millenniumdoel 1a, de halvering van extreme armoede is al 5 jaar geleden behaald. In 2010 leefden 700 miljoen mensen minder onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag. Toch leven nog steeds 1,2 miljard mensen wereldwijd in extreme armoede, zo meldt de VN.

Millenniumdoel 1b, halvering van het aantal mensen dat honger lijdt, is bijna behaald. Maar nog steeds gaan een op de negen mensen met honger naar bed. Meer dan 99 miljoen kinderen onder de 5 jaar zijn ondervoed en blijven achter in de groei.

Voor de overige doelen zoals het verminderen van moeder- en kindsterfte, bestrijden van infectieziekten, verbetering van de positie van vrouwen en meisjes, en verbeteren van toegang tot onderwijs, schoon water en sanitair zijn de resultaten wisselender. In 2016 worden 17 nieuwe doelen van kracht voor het jaar 2030.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden