Brazilië na zege op Spanje nog meer favoriet voor WK

De 3-0-zege op Spanje toonde het ongelooflijke potentieel van het WK-gastland, maar heel swingend zal Brazilië volgend jaar niet spelen.

Brazilië streed voor elke graspol, danste op ongebreideld enthousiasme van miljoenen voetbalgelovigen in den lande en vertrouwde op de toverkunst van Neymar, het wonderkind dat zijn trucs eindelijk mondiaal etaleerde.


Brazilië won dus voor de derde keer op rij de Confederations Cup, de oefensessie voor het WK, dit keer na een heerlijke, felle en snelle strijd met Spanje, dat bondscoach Vicente del Bosque nochtans sluw zag glimlachen op een onbewaakt moment na afloop.


De lach van de oude meester zei: misschien komt het mijn Spanje even goed uit,deze schrobbering in tempel Maracana (3-0), in een door de Nederlandse scheidsrechter Kuipers behoorlijk geleid duel waarin Brazilië de gelauwerde tegenstander op vrijwel alle fronten aftroefde.


Brazilië dus. Zelfs voor de tv was de beleving in Rio de Janeiro imponerend, bijvoorbeeld vanwege de emotionele wijze waarop de spelers het volkslied meezongen, of doordat de muziek allang was weggestorven terwijl het volk in Maracana strofen van de hymne bleef zingen. Dat beeld past bij de bijna heilige missie van de eens zo 'Goddelijke Kanaries.' Winnen, nu dus, maar vooral volgend jaar, tijdens het WK in eigen land.


Ze provoceerden soms, de spelers in dat felle, wereldwijd gedragen geel met het groene biesje. Ze bleven gaan, ze koppelden hun natuurlijke techniek aan werklust en vertrouwen, aan aanvalslust ook. Bondscoach Scolari danste als een volksmenner door zijn coachvak, als een dirigent die een peppil te veel had genomen.


Ja, het moet gewoon in Brazilië, die zesde wereldtitel winnen. Niet om de tijdens de Confederations Cup opgelaaide sociale onrust in de straten van de steden te bezweren, maar gewoon omdat Brazilië nu eenmaal Brazilië is en het land zich schatplichtig voelt aan zichzelf, als voorbeeldland van voetbal, voorzien van thuisvoordeel bovendien.


Brazilië zette dus de eerste stap naar het echte voetbalfeest van volgend jaar en is nog meer favoriet dan het al was. Brazilië gaf de wereld- en Europees kampioen geen kans, en als Spanje al een kans kreeg, zoals Pedro vlak voor de 2-0, en Ramos van 11 meter bij 3-0, dan had Brazilië ook wat geluk, zoals het in eerdere duels van het toernooi niet tegenzat.


Hoe dan ook, leverde Scolari in een half jaar knap werk. Als de bondscoach eens even bleef zitten in de dug-out, zag je ze broederlijk naast elkaar: de baas en zijn hulp. Luis Felipe Scolari dus en Carlos Alberto Parreira, technisch directeur met een trainingspak. De tweede is dan officieel misschien de baas, hij is vooral assistent van de eerste.


Parreira was de bondscoach die de titel in 1994 terughaalde naar Brazilië, nadat hij vrijwel alle franje had weggesneden uit het elftal dat in de Verenigde Staten de schande moest uitwissen van 24 jaar zonder titel. Parreira vertrouwde op Romario en lachte de kritiek op het wat saaie spel weg.


Scolari deed min of meer hetzelfde in 2002, toen hij Ronaldo in het centrum van zijn zonnestelsel liet zweven. Neymar is de Ronaldo van 2014. Het is de eeuwige strijd in Brazilië. De belofte van mooi voetbal gestand doen én winnen. Het is Nederland, maar dan in het kwadraat.


Scolari bouwt, met de vele stenen die tot zijn beschikking staan. Zo stelt hij geen ouderwetse spelmaker op, een type als Willian, die vorig seizoen excelleerde bij Shaktar Donetsk. Wel speelde Luiz Gustavo, een goede, doch wat houterig ogende controleur, vaak reserve bij Bayern. Oscar, wel degelijk een genie, acteerde vrij sober. Opvallend is ook de keuze voor spits Fred, eens niet goed genoeg bevonden door Feyenoord en tegenwoordig afmaker bij Fluminense. Hij vormde een mooi duo met Neymar, ook bij de festiviteiten na afloop, toen Freds arm broederlijk over de schouders van de pingelaar lag.


Ongelooflijk is het potentieel van Brazilië, met tientallen spelers van internationaal topniveau, uitgezworven tot diep in Rusland en Oekraïne. Brazilië zou elke wereldtitel kunnen winnen, maar de praktijk is weerbarstig. Gelukkig . Nu was Paulinho van Corinthinans de relatief onbekende uitblinker op het middenveld, begeerd door Tottenham en ook Real Madrid inmiddels. De backs vallen aan, David Luiz is een opvallende verschijning als centrale verdediger en doelman Julio Cesar liet zijn oude vorm van Inter zien. Maar heel erg swingend is het niet en zal het vermoedelijk ook niet worden.


Brazilië wil aantonen dat het een vergissing was, die vroege uitschakelingen in de kwartfinales van de laatste twee WK's, door Frankrijk en Nederland, telkens een jaar nadat de Confederations Cup was gewonnen. Dat was pech, dat was een fout. Dat mag niet nog eens gebeuren.


Een voetbalgek volk vertrouwt sinds zondag volledig op Scolari en op het teamverband, in de hoop dat wonderkind Neymar de immense druk van de ranke schouders werpt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden