Brave rechters

Rechters zijn gewone mensen. Ik ken er bijvoorbeeld een die regelmatig door rood licht fietst. Hoe gewoon de rechter is, blijkt ook uit een onlangs in opdracht van het Nederlands Juristenblad (NJB) uitgevoerde enquête....

Dat ligt in sommige sectoren van de advocatuur wel anders. De landsadvocaat bijvoorbeeld heeft volgens NRC Handelsblad van 7 juni jongstleden iets tegen kroketten, want: 'In de lift krijgt men een odeur van baksel'. Voor mode moeten we bij de jonge Moszkowicz zijn. Altijd handgemaakte overhemden en immer de eigen zijden toga, want een gehuurde toga is 'alsof je andermans onderbroek aantrekt', aldus het septembernummer van Quote.

Rechters zijn volgens de NJB-enquête evenwichtig, saai en braaf en vormen daardoor een geruststellend gezelschap. Anderzijds schijnt dat ook weer niet iedere burger vertrouwen in te boezemen. Ter gelegenheid van de NJB-enquête is aan het publiek de volgende stelling voorgelegd: 'Het vertrouwen van de Nederlandse bevolking in de beslissingen van de Nederlandse rechters is groot'. Slechts 43 procent is het daarmee eens. De stelling is wat ongelukkig geformuleerd, maar toch is het wantrouwen van 37 procent, niet bemoedigend.

Mogelijk verklaart dit wantrouwen de actuele aandacht voor het verschijnsel wraking van rechters. Een geslaagde wraking leidt ertoe dat de betreffende rechter zich van verdere bemoeienissen met de zaak moet onthouden. Volgens de wet kan een rechter door een procespartij worden gewraakt 'op grond van feiten of omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden'.

Duidelijke voorbeelden van feiten of omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de onpartijdigheid van de rechter zijn familie- of amoureuze betrekkingen tussen de rechter en één van de procespartijen. Minder duidelijk ligt het bij zakelijke betrekkingen. Rechters mogen (bezoldigde) nevenfuncties uitoefenen en doen dat ook veelvuldig.

Mag de rechter nu oordelen over een kwestie die in de belangensfeer van die nevenfunctie ligt? Voor wraking lijkt volgens de rechtspraak méér nodig dan het enkele feit van het bestaan van de nevenfunctie. Zolang de nevenfunctie zich binnen de toegestane kaders begeeft, wordt de rechter verondersteld strikte onpartijdigheid in acht te kunnen nemen, in feite totdat het tegendeel is gebleken.

Toch is voorstelbaar dat je als rechtzoekende liever een andere rechter zou zien. Denk bijvoorbeeld aan de rechter, in vrije tijd bestuurslid van een commerciële stichting, die moet oordelen over het ontslag van een van de medewerkers van de stichting. Getuige de geringe hoeveelheid rechtspraak over dit soort kwesties, zijn rechters kennelijk verstandig genoeg zich dan terug te trekken. Houden zij zich echter niet aan die gedragslijn, dan lijkt wraking niet onzinnig.

Ooit verzocht een procespartij om wraking van de rechter omdat deze hem 'als mens en als magistraat een intense afkeer inboezemde'. De rechter zelf was zich van geen kwaad bewust. De Hoge Raad zag geen reden voor wraking, omdat onlustgevoelens zonder grond, geen objectieve rechtvaardiging zijn voor twijfel aan de onpartijdigheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden