Brave nachtlichtjes als bezielend vuur

Tien jaar geleden was de droom uit. De sensationele ontdekking van het proces van 'koude fusie', waarbij atoomkernen onder kamertemperatuur een reactie met elkaar aangaan, bleek een illusie, een luchtballon, een neptheorie....

Dat de Nederlandse kunstenaar Rob Birza (1962) zijn overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam naar een illusie heeft vernoemd is geen toeval. Het is het ironisch besluit van iemand die graag met vuur speelt, die opzettelijk de zaken op scherp stelt - met alle risico's van dien. 'Cold Fusion' is de ultieme poging daartoe.

Een tentoonstelling als een illusie. Dat is een mooie, relativerende gedachte. Voor deze 'cold fusion' net zo goed een andere. Postmodern, voor geen gat te vangen, lach er maar om, why not? Wie de tomeloze werkdrift van Birza kent, neemt die gedachte ook letterlijk. Want met gemak zou Birza de kleine tien zalen die hij nu in het Stedelijk vult ook met ander werk kunnen vullen.

Maar 'Cold Fusion' gaat natuurlijk niet alleen over een tentoonstellingsconcept. Op de eerste plaats komen de werken: zij moeten van hun maker het onmogelijke mogelijk maken - verbindingen aangaan met elementen die hen wezensvreemd voorkomen - en dát weer ter discussie stellen. Als bouwvakkers die de fundamenten van hun eigen, met zorg gebouwde huizen ondergraven.

Het is geen makkelijke opgave die de kunstenaar zichzelf heeft gesteld als je het bovenstaande naar de letter leest. Maar kijk naar de praktijk in het Stedelijk Museum en de teleurstelling slaat je om het hart. Want de wezensvreemde elementen die in Birza's werk een verbinding met elkaar aangaan, zijn niet nieuw of opzienbarend, maar kenmerken van kunst die al weer heel wat jaren meegaat. Het bezielende vuur dat de 'cold fusion' uitdraagt, is in werkelijkheid een braaf nachtlichtje.

Sinds zijn afstuderen aan de Ateliers '63 in Haarlem in 1987 heeft Birza het tij meegehad. Daar was hij dan: de kunstenaar die na alle jaren van conceptuele en abstracte kunst weer eens ferme afbeeldingen op doek durfde te zetten, vakbekwaam was en er bovendien blijk van gaf over de geschiedenis van de kunst te hebben nagedacht.

Zijn ambivalente houding ten opzichte van het modernisme bijvoorbeeld, drukte Birza uit in een serie abstracte schilderijen die hij met voor de schilderkunst 'onzuivere' elementen - in repen geknipte stukken kunstgras en potscherven - 'bevuilde'. De reeks Concrete Abstractions (1994-1995), in de eerste zaal van het overzicht in het Stedelijk, is daarvan het vervolg.

Birza werd de afgelopen tien jaar binnengehaald als wonderkind, als knuffelbeer van de Nederlandse kunst. Zo kon de zomer van 1998 onbescheiden 'De zomer van Birza' heten. Van Brabant tot Friesland tot Noord-Holland was werk van de kunstenaar te zien, werk dat nu voor een groot deel weer in het Stedelijk hangt.

Terecht is Birza te bewonderen, vanwege de manier waarop hij zijn door hemzelf geprepareerde eitempera op doek aanbrengt. Hij is virtuoos in zijn kleurstellingen, in de diepte die hij weet op te roepen in zijn doeken. Hij appelleert aan kennis en cultuur, aan veel wat wij waardevol vinden in een kunstwerk.

Maar zijn werk is ook modieus en neigt naar oppervlakkigheid. Genres en motieven: Birza lapt ze aan zijn laars en laat in navolging van pop-kunstenaars als Roy Lichtenstein of Andy Warhol zien dat alles, elk motief - hoe verachtelijk of oubollig ook - hedendaagse kunst kan worden.

En zo schildert Birza in 1998 Cosie Monsters from Inner Space. In de zaalteksten lees je dat Birza de monsters op deze schilderijen aan splattermovies en horrorstrips ontleende en daarmee een motief dat doorgaans niet in beeldende kunst wordt gebruikt kunstfähig maakt. Zoals Michael Tedja, David Bade of Erik van Lieshout doen, denk je dan.

Ook in stijl en techniek betoont Birza zich een omnivoor -'stijlsurfen' noemt Dominic van den Boogerd, de huidige directeur van de Ateliers, dat bewonderend in de catalogus bij de tentoonstelling. De stijlwisseling wordt Birza's handelsmerk, de verschillende media waarin hij zich uitdrukt - videokunst, schilderkunst, installatiekunst -, zijn signatuur. Maar over kwaliteit of inhoud zegt zo'n methodiek natuurlijk niets.

Inhoud is niet: een lelie agressief schilderen, een monster vriendelijk afbeelden of stripfiguren incorporeren in je werk. Inhoud is een uitspraak doen over wat dat te betekenen heeft. Soms slaagt Birza erin zo'n uitspraak te doen. Zoals in de serie assemblage-achtige schilderijen die hij de eerste helft van de jaren negentig maakte. In deze werken worden geen intellectualistische steekspelletjes gehouden, wordt niet gesurfd voor de lol. In deze werken gebeurt het onwaarschijnlijke: er onstaat hitte in een Siberische kou.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden