InterviewBrandweercommandant Tijs van Lieshout

Brandweercommandant Tijs van Lieshout: ‘Als je hier niet past, is het niet fijn. Dat moet anders’

Een jaar geleden trad oud-militair Tijs van Lieshout aan om orde op zaken te stellen in het Amsterdamse brandweerkorps, waar ‘angry white men’ de dienst zouden uitmaken. Hoever is hij gekomen?

Tijs van Lieshout: ‘We zullen moeten wachten. Elk jaar gaan er weer een paar van die knoesten, oudgedienden, met pensioen.’ Beeld Kiki Groot
Tijs van Lieshout: ‘We zullen moeten wachten. Elk jaar gaan er weer een paar van die knoesten, oudgedienden, met pensioen.’Beeld Kiki Groot

‘De cultuurverandering in dit korps moet komen van de bevelvoerders.’ Dat zegt Tijs van Lieshout als hij in oktober 2019 begint als commandant van de Brandweer Amsterdam-Amstelland. ‘Ik kan wel een keer op een kazerne langskomen en zeggen hoe men zich moet gedragen. Maar die bevelvoerders, op één na allemaal mannen, zitten daar elke dag. Zij geven leiding aan de ploegen die uitrukken, zij moeten ingrijpen bij ongewenst gedrag en iemand beschermen als die steeds het pispaaltje is.’

Dat gaat lang niet altijd goed, concludeert Van Lieshout een jaar later. ‘Laatst werd ik nog midden in mijn weekend gebeld door iemand die door een paar bevelvoerders op de nek werd gezeten, gekleineerd en in appgroepen afgezeken. En een van onze managers liep onlangs nog mee op een 24-uursdienst waar een foute grap werd gemaakt over homo’s. Ze keek een tijdje naar de bevelvoerder, maar die greep niet in. Toen ze dit later met de bevelvoerder besprak, zei die: ‘Ik ben niet hun vader, ik hoef ze niet op te voeden.’ Dan snap je er dus geen biet van. Dan geef je geen leiding.’

Jarenlang hebben de mannen op de Amsterdamse kazernes betrekkelijk ongestoord hun werk gedaan. Leidinggevenden die aanmerkingen hebben op de machocultuur of de gewoonte om in de tijd van de baas bij te klussen, stuiten op onwil of zelfs obstructie. Totdat in 2016 Van Lieshouts voorganger Leen Schaap binnenkomt en hardhandig de deken van de organisatie wegtrekt. Rücksichtslos gaat de voormalige ME-commandant de strijd aan met de ‘angry white men’ die op de kazernes de dienst zouden uitmaken en elkaar dekken. In de media klapt Schaap uit de school over racisme, seksisme, diefstal en intimidatie in het korps. Hij laakt de ‘maffia van de medezeggenschap’, die elke verandering tegenhoudt. Een reactie blijft niet uit: Schaap ontvangt doodsbedreigingen vanuit het korps.

Na Schaaps vertrek in 2019 wordt oud-legerofficier Tijs van Lieshout aangetrokken om orde op zaken te stellen. ‘Het is tijd voor een volgende fase in de modernisering’, zegt hij bij zijn aanstelling als commandant. Hij wil ‘eruit komen’ met het korps. ‘Ik zie genoeg mensen die dat samen met mij willen realiseren.’ De Volkskrant sprak Van Lieshout het eerste jaar een aantal keer over zijn missie en kijkt nu met hem terug.

In de eerste weken in Amsterdam bezoekt Van Lieshout alle Amsterdamse kazernes, vaak oude gebouwen die oer-Hollandse namen dragen als ‘Anton’, ‘Dirk’, ‘Nico’ en ‘Teunis’. Op zo’n vijfhonderd beroepsbrandweerlieden lopen er in totaal nog een stuk of twintig ‘knoesten’ rond, concludeert hij na de rondgang: oudgedienden die de sfeer negatief beïnvloeden en zich in anonieme brieven tegen elke vernieuwing keren. Hij laat hun personeelsdossiers komen, maar die blijken veelal leeg. Van Lieshout vermoedt dat sommige dossiers zijn leeggehaald.

U zei destijds dat u het liefst een deel van die mannen zou uitkopen, maar dat burgemeester Halsema daar weinig in zag, omdat je dan slecht gedrag beloont.

‘Ik heb laten berekenen wat dat zou kosten en het is veel te duur. Ik kan het ook niet aan de buitenwereld verkopen. We zullen een aantal jaar moeten wachten, elk jaar gaan er weer een paar van die knoesten met pensioen.’

In de rest van de bevelvoerders heeft u dus wel vertrouwen.

‘In de meeste wel, er werken hier ook echt goede bevelvoerders. Maar sommige zijn inderdaad niet goed genoeg. Daarom maken we voor de hele groep nu een driejarig leiderschapstraject. Dat zouden we dit voorjaar al doen, maar door corona is het in september echt begonnen. Ik heb voor een deel van het programma mijn vrienden bij de commando’s aangeschreven om me daarbij te helpen. Militaire trainers leren hun over normaliseren, discipline, kom je afspraken na, lul niet over maar met elkaar, integriteit, inclusiviteit. Voor bijna al die bevelvoerders geldt dat ze problemen op de kazerne het moeilijkste onderdeel van hun werk vinden. Hoe leef je op een gezonde manier samen? Hoe zorg je dat afwijkende meningen wel mogen, zonder dat ze getorpedeerd worden?’

Tijs van Lieshout: ‘Afwijkend gedrag wordt moeilijk ge­tolereerd. Er is hier in het verleden veel gepest en ik vrees dat het nog steeds gebeurt.’ Beeld Kiki Groot
Tijs van Lieshout: ‘Afwijkend gedrag wordt moeilijk ge­tolereerd. Er is hier in het verleden veel gepest en ik vrees dat het nog steeds gebeurt.’Beeld Kiki Groot

Een cursus gaat zulk soort mannen toch niet veranderen?

‘Het is niet vrijblijvend. Ik wil dat ze er iets mee doen, hun functioneren verbeteren. Zo niet, dan zullen ze daarvan consequenties ondervinden. Ik verwacht dat er mensen zullen zijn die niet meer verbeterbaar zijn. Dan kijk ik praktisch. Als je 56 bent, nog twee jaar moet en geen operationeel risico bent, dan mag je die laatste jaren volmaken als bevelvoerder. Maar leidinggevenden die nog even te gaan hebben en zich als een eigenwijs konijn opstellen, zal ik demotie geven.’

Vraag een kind een generaal te tekenen en er is een goede kans dat het resultaat lijkt op Tijs van Lieshout: breedgeschouderd, opgeschoren marinierskapsel, stevige gladgeschoren kinnebak en grote doortastende ogen. Maar zodra Van Lieshout zijn mond opendoet, is het stereotype ver weg. Met een vriendelijke Brabantse tongval vertelt hij levendig over de situaties die hij tegenkomt. Bij anekdotes zet hij soms een bijna cabaretesk stemmetje op, als hij iemand aanhaalt met wie hij het niet eens is. Wanneer iets zijn goedkeuring kan wegdragen, klakt hij juist instemmend met zijn tong.

Van Lieshout vertelt graag dat hij twintig jaar geleden op koers lag om generaal te worden. ‘Dat klinkt een beetje pedant, maar ik gaf als jonge officier al leiding aan zo’n achthonderd man in Nederland en aan een missie in Bosnië. In 1998 volgde ik de leergang voor leiderschap aan het Command and General Staff College in de VS, waar elk jaar één Nederlandse militair naartoe wordt gestuurd. Dat is doorgaans een voorbode voor een plaats in de legertop.’

Dat pad eindigt in 2003, als blijkt dat zijn zoon lijdt aan autisme en veel zorg nodig heeft. Lange uitzendingen zijn voortaan onmogelijk, besluiten Van Lieshout en zijn vrouw. Er volgt een carrière bij brandweerdiensten, veiligheidsregio’s en adviesbureaus op het gebied van veiligheid. Voordat hij overstapt naar Amsterdam-Amstelland is Van Lieshout commandant van een korps in Noord-Brabant en voorzitter van het overleg van directeuren van veiligheidsregio’s. Die laatste functie behoudt hij bij zijn transfer naar Amsterdam.

Terug naar oktober 2019. Tijs van Lieshout brengt op een donderdagochtend samen met de Volkskrant een bezoek aan kazerne Hendrik. Vanuit de woonkamer bieden grote ramen uitzicht op een krioelend kruispunt aan de rand van de Jordaan. Maar aan de grote eettafel laten twaalf mannen en een vrouw hun blik vooral heen en weer gaan tussen de in grote handen geklemde koppen koffie en de man in uniform met blinkende koperen knopen en een brede rij rode en gouden strepen op de schouders.

Ter ere van de commandant wordt na ruim een uur praten de frituur aangezet – ‘normaal lunchen we altijd gezond’. Terwijl Van Lieshout een frikandel voorziet van mayonaise, vuurt hij vragen af op de mensen aan tafel. Onder meer over het vak. Hoe vaak wordt er geoefend? Is iedereen bekend met de nieuwe blustechnieken? Operationeel heeft het korps het goed voor elkaar, vindt de commandant. ‘Dit korps is straatwijs. Als het alarm afgaat, dan rennen we naar buiten.’ Maar de getraindheid kan beter, zegt hij. Hij is kritisch op het feit dat collega’s die niet optimaal getraind zijn de hand boven het hoofd wordt gehouden door hun kazernegenoten en gewoon meegaan op een ‘uitruk’. Door zijn opmerkingen over hun vakmanschap maakt hij impliciet duidelijk dat hier na de ‘blauwe’ politieman Schaap weer een ‘rode commandant’ zit, een brandweerman.

Ook snijdt hij de ‘bokkestreken’ aan die ‘in het verleden gepleegd zijn’: de dildo die een vrouwelijke kantoormedewerker in een la vond, maar ook de bedreigingen aan het adres van Schaap. Tegelijkertijd toont Van Lieshout begrip voor brandweerlieden die vertellen dat zij zich tegenwoordig generen als ze op een feestje vertellen waar ze werken. ‘Ik las in de krant ook dingen waarvan ik dacht: werk ik daar? Ik herkende het gewoon niet, maar ik werd er wel op aangekeken.’

null Beeld Kiki Groot
Beeld Kiki Groot

Dan neemt Memet het woord, een breedgeschouderde man met een zachte stem. Hij vertelt dat hij is opgegroeid in Turkije en nu twaalf jaar bij de brandweer werkt. Van Lieshout vraagt hem wat hij heeft gemerkt van racisme in het korps. Het valt mee, zegt Memet. Hij benadrukt ‘dat je als nieuwkomer in Nederland wel moet meedoen’. Richard, een brandweerman met Surinaamse roots, zegt iets vergelijkbaars. ‘Maar ik heb sowieso niet zo veel met de hele racismediscussie, ik heb ook niets tegen Zwarte Piet.’

Waarom voelde die man zich geroepen om Zwarte Piet erbij te halen?

Van Lieshout: ‘Dat is overlevingsgedrag: conformeren. We hebben best veel jongens met een Marokkaanse, Turkse of Surinaamse achtergrond. Het aantal vrouwen neemt ook langzaam toe. Maar de meerderheid zijn witte mannen en ik vermoed, op basis van de mensen die ik tegenkom in het korps, dat een deel behoort tot het ontevreden deel van de samenleving.’

Met een verongelijkt stemmetje: ‘Alles wordt mij afgepakt.’

‘In een groep houdt iedereen sowieso altijd rekening met de dominante cultuur. Dat is nog sterker wanneer je 24 uur met elkaar werkt, kookt, tv-kijkt, eet, slaapt en heftige dingen meemaakt. Afwijkend gedrag wordt moeilijk getolereerd. Er is hier in het verleden veel gepest en ik vrees dat het nog steeds gebeurt. Ik denk niet zozeer dat de organisatie last heeft van puur racisme of seksisme, maar wel van pestgedrag in de breedte. Als je hier niet past, is het niet fijn.’

Tijs van Lieshout: ‘Ik wil meer invloed op de selectie van mensen die dagelijks bepalend zijn op de ­kazerne.’ Beeld Kiki Groot
Tijs van Lieshout: ‘Ik wil meer invloed op de selectie van mensen die dagelijks bepalend zijn op de ­kazerne.’Beeld Kiki Groot

In september 2019 gaan de wantoestanden bij het Amsterdamse brandweerkorps de oceaan over, als het door miljoenen beluisterde Amerikaanse radioprogramma This American Life een aflevering maakt over het werk van Leen Schaap. Die aflevering, ‘Burn It Down’, wordt op de site van National Public Radio (NPR) inmiddels direct in verband gebracht met de cultuurverandering die in de VS sinds de dood van George Floyd wordt geëist van politiekorpsen. De situatie bij de Amsterdamse brandweer is volgens NPR een ‘casestudy die laat zien wat er gebeurt als je dat probeert’. In de bewuste aflevering vertelt Schaap dat burgemeester Femke Halsema hem heeft gevraagd op te stappen omdat het hem niet lukt de verhoudingen met het korps te herstellen. Schaap voelt zich duidelijk verraden door Halsema. De brotherhood of angry white men heeft de strijd gewonnen, luidt zijn conclusie.

Daar is Van Lieshout het niet mee eens, vertelt hij op zijn werkkamer aan de Amstel, boven brandweerkazerne Willem. ‘Leen heeft laten zien dat de commandant weer de baas is. Hij heeft gewonnen.’

Weet u dat zeker? Toen hij wegging, plaatsten brandweerlieden een foto op Facebook waarop ze feesthoedjes droegen.

‘Schaap heeft hier zo met modder gegooid dat veel mensen zeiden: blij dat hij weggaat. Maar hij heeft tucht en orde teruggebracht op de kazernes, hobbyhuisjes zijn afgebroken. Hij heeft het korps gedemystificeerd en dat is goed. Het zijn onze jongens, maar niet onze helden. Het is gewoon een baan. Nee hoor, ik ben niet negatief over Schaap. Maar na zo’n taai gevecht kun je niet door.’

Waarom wilde u na al die verhalen in godsnaam nog naar Amsterdam?

‘Waarom wil je dit, als Brabo… (Hij lacht.) Ik wilde weten of ik het zou kunnen, leidinggeven aan zo’n ingewikkelde organisatie. Waar de pers, de gemeenteraad en zelfs de landelijke politiek bovenop zitten. En dat ook nog in een regio waar zo veel gebeurt. Het is de Champions League van leiderschap.’

Direct na zijn aantreden in Amsterdam kan Van Lieshout laten zien uit welk hout hij is gesneden. Bij kazerne Anton in Zuidoost heeft half september een bizar incident plaatsgevonden. Oud-profvoetballer Kelvin Maynard werd in zijn auto beschoten en reed het kazernegebouw binnen. Nog voor de manschappen hun kleren hadden kunnen aantrekken, begonnen zij met reanimeren, tevergeefs.

Kort na het incident verschenen in Antilliaanse media foto’s van het slachtoffer. Die konden alleen maar door brandweerlieden zijn gemaakt. Weer stond het Amsterdamse korps vol in de schijnwerpers als disfunctionerende organisatie.

Het klinkt cru, maar voor u was dat incident een kans.

‘Ja, dat is zo. Ik koos positie als schild voor het korps. Dat zou Leen denk ik anders hebben gedaan. De foto was gemaakt door een jonge brandwacht en gedeeld in de appgroep van de kazerne. Daarvandaan is de foto doorgestuurd en uiteindelijk bij de media terechtgekomen. Dat is tegen elke regel en heel onzorgvuldig tegenover de nabestaanden. Maar omdat het om de Amsterdamse brandweer ging, werd er tot in de Tweede Kamer schande van gesproken en werden er zware sancties geëist. Als datzelfde incident was gebeurd in Brabant of Limburg, hadden we gezegd: ‘Stom.’ Het is grond voor een berisping, maar niet voor ontslag.’

null Beeld Kiki Groot
Beeld Kiki Groot

Toch zag je bij dat incident precies gebeuren wat Schaap zo kwalijk vond. De mannen op de kazerne dekten elkaar. Ze vertelden niet eerlijk wie de foto had gemaakt en wie hem had doorgestuurd.

‘Ja, iedereen verwijderde alle appjes. Dat snap ik wel, als je kijkt uit welke fase we kwamen. Schaap had de gewoonte om bij elke misstand een ontslagprocedure te starten, wat hij overigens steeds bij de rechter verloor. Ik heb tegen de mannen gezegd: zo wordt het nooit iets in deze tent. Als wij fouten maken, moet je dat niet verstoppen en ontkennen. Want deze organisatie blijft fouten maken. Tijdens incidenten, tijdens reanimaties. Daar moeten we open over zijn en van kunnen leren.

‘Uiteindelijk hebben ze verteld wat er is gebeurd. Een van de mannen heeft een berisping gekregen, met een brief in zijn personeelsdossier. De andere betrokkenen gaan binnenkort, als de coronacrisis het toelaat, op scholen voorlichting geven over verantwoord mediagebruik. Dat vind ik een passende straf.’

Een ander bepalend moment doet zich voor op dinsdag 3 december. Op kazerne Hendrik gaat het die ochtend niet goed met brandwacht Memet. Hij is in de war en doet vreemd. Na zijn dienst houden collega’s hem op de kazerne en bellen zijn vrouw. Zodra die arriveert, gaat Memet door het lint, hij verwondt een collega met een schaar. Daarna springt hij met een mes in zijn handen uit het raam van de kazerne, waarbij hij in zijn mes valt. Zijn collega’s van Hendrik en Teunis reanimeren hem, terwijl Memets vrouw ernaast staat. Hij overlijdt ter plekke.

Van Lieshout heeft een overleg met de korpsleiding als het verschrikkelijke bericht binnenkomt. ‘Natuurlijk besefte ik direct dat ik hem een paar weken eerder op de kazerne had ontmoet. En direct was er ook het ongemakkelijke gevoel: heeft dit met pesten of racisme te maken?’ Memet pleegde zijn daad onder invloed van een psychose, zo zal de recherche later concluderen. Van Lieshout: ‘Maar vast staat ook dat Memet een tijd geleden wel degelijk met pestgedrag te maken heeft gehad. Tegelijkertijd waren collega’s in de jaren voorafgaand aan die verschrikkelijke daad juist heel zorgzaam voor hem. Het is ingewikkeld, maar vooral verdrietig.’

Heeft dat incident impact gehad op de cultuur in het korps?

‘De brandweer was sinds lange tijd weer hecht en saamhorig. In het verleden was er veel spanning tussen de uitrukdienst en de mensen op het hoofdkantoor. Daar was op dat moment niets van over. We vormden een lange erehaag voor kazerne Hendrik om Memet te herdenken. Aangrijpend en mooi. We zijn daardoor weer iets meer één organisatie.’

In de eerste weken merkte u persoonlijk iets van intimidatiegedrag. U ontving een dreigbrief thuis, waarin onder meer stond: ‘Ben je zelf ook autistisch?’, een verwijzing naar uw zoon.

‘Je moet daar een beetje de humor van inzien. Het was zo amateuristisch, vol spelfouten. Maar het is natuurlijk niet normaal. Toch heeft ook die brief iets goeds opgeleverd. Ik kwam erdoor in contact met de groep in het korps die anonieme brieven stuurde naar de burgemeester. Zij noemen zich ‘de ondergrondse’, een geuzennaam, maar je mag ze van mij ook ratten noemen, die in het riool lelijke roddels verspreiden. Ik had een donkerbruin vermoeden wie het waren en toen ik met Oud en Nieuw een 24-uursdienst ging meedraaien, bleken er een paar in de dienst te zitten. Ik sprak hen aan en ze gaven toe dat ze tot de groep behoorden, maar zeiden dat ze niets te maken hadden met de dreigbrief. Die vonden ze walgelijk.’

Die brief heeft er dus voor gezorgd dat de ondergrondse bovengronds kwam?

‘Ja.’

Tijs van Lieshout: ‘Ik heb tegen de mannen gezegd: zo wordt het nooit iets in deze tent. Als wij fouten maken, moet je dat niet ontkennen.’ Beeld Kiki Groot
Tijs van Lieshout: ‘Ik heb tegen de mannen gezegd: zo wordt het nooit iets in deze tent. Als wij fouten maken, moet je dat niet ontkennen.’Beeld Kiki Groot

Heeft u ze toen aan tafel gehad?

‘Nou, de helft. Het zijn mensen die hier al lang werken, sommigen zijn al met pensioen, er zat ook een vakbondsman bij. Het zijn mensen die vinden: wij moeten ons verweren!’

Van Lieshout boekt vooruitgang, constateert hij zelf, als hij terugblikt op zijn eerste jaar. De relaties met de kazernes zijn verbeterd, het leiderschapstraject voor bevelvoerders is begonnen, er stromen langzaam meer vrouwen in, er zijn er nu zestien. Ook is er onlangs een overeenkomst gesloten met de ondernemingsraad (OR) over een nieuw dienstrooster.

Maar het belangrijkste strijdpunt is nog niet beslist: het anciënniteitsprincipe bij de benoeming van bevelvoerders moet eraan.

‘Zeker. Dat dat nog bestaat, is belachelijk. De gedachte was vroeger dat iedereen aan het eind van zijn carrière aan de beurt komt om bevelvoerder te worden, zodat je op basis van een relatief hoog salaris met pensioen kunt. De afgelopen jaren wordt gelukkig steeds meer getest of collega’s wel geschikt zijn als bevelvoerder. Maar het is een heipaal in mijn onderhandelingen met de OR dat anciënniteit er helemaal af gaat.

‘Tegenwoordig hebben we een goede instroom van ‘blikkies’, zoals de opleidingsgroepen hier heten. Als daar een geboren leider tussen zit, moet die nu twintig jaar wachten voordat hij of zij bevelvoerder kan worden. Ik wil meer invloed op de selectie van mensen die dagelijks bepalend zijn op de kazerne.’

Uw plaatsvervangend commandant, Marleen van de Kerkhof, zegt dat ook de geestelijke gezondheid van het korps een groot punt van zorg is.

‘Ja, dat is de laatste jaren onderbelicht gebleven in de discussie. Er lopen hier veel gehavende mensen rond. Mede door het hoge aantal reanimaties, waarvoor de brandweer altijd de aangewezen partij is. Er zijn hier gasten die meer dan duizend reanimaties hebben gedaan. Niet alleen van hartfalen, maar ook opvallend veel zelfdodingen en liquidaties. De brandweer probeert dan mensen te reanimeren die zes schoten in hun borst hebben of van zevenhoog naar beneden zijn gesprongen. Dat hakt er soms in, vooral als het om kinderen gaat. Dan zitten hier ook nog eens relatief veel oud-militairen, die op missies al heftige dingen hebben ervaren en na nog een heftig incident van het padje raken.

‘Sommige collega’s hebben een kort lontje. Op het werk gaat het dan na verloop van tijd niet meer. Het ziekteverzuim is hier rond de 12 procent, terwijl het 3 tot 4 procent hoort te zijn. Maar thuis zijn dat natuurlijk ook geen leuke mensen; de spanning moet eraf en dan maken ze soms dingen kapot. Dat zijn drama’s voor hun gezinnen. Ik maak me daar ontzettend veel zorgen over. We hebben nu contact met defensie en de politie over ptss-behandelingen, maar ook op dat vlak hebben we nog een lange weg te gaan.’

Hoelang gaat het duren voordat de organisatie weer gezond is?

‘De gemeenteraad van Amsterdam vroeg me dat laatst ook. Toen zei ik: tien jaar. Nou, veel consternatie en gemopper.’

Op zichzelf wel begrijpelijk.

‘Dit gaat niet over nieuwe auto’s kopen of een kazerne schilderen. Dit gaat over menselijk gedrag, en dat kost tijd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden