Brandstichters en brandweerlieden

Column

Welke strijd woedt er eigenlijk in het Midden-Oosten? Is die sektarisch (tussen soennieten en sjiieten) en nationalistisch (Israëli's tegen Palestijnen en Arabieren tegen Perzen) of gaat het dieper? Deze vraag legde ik voor aan Nader Mousavizadeh, een voormalige hoge VN-functionaris en medeoprichter van een geopolitiek adviesbureau. Zijn antwoord: 'De echte strijd in deze regio is die tussen brandstichters en brandweerlieden. Er wordt door diverse leiders opzettelijk brand gesticht om hun kortzichtige doelen te bereiken. In het Westen dreigt een verhaal te ontstaan van een onomkeerbaar soennitisch-sjiitisch conflict. Dat is onjuist en het ontslaat de leiders in de regio van de verantwoordelijkheid hun macht wettig en controleerbaar te gebruiken.'


Natuurlijk zijn die sektarische scheidslijnen er wel, voegt hij eraan toe, maar het is 'niet onvermijdelijk' dat de regio één grote sektarische vlammenzee wordt. Om die sektarische vuren echt te doen ontbranden, heb je brandstichters nodig.


De Syrische president Assad is zo'n brandstichter. Toen hij te maken kreeg met een geweldloos burgerprotest tegen zijn tirannieke bewind, opende hij het vuur op de demonstranten in de hoop dat de soennitische meerderheid met geweld zou reageren tegen zijn alawitisch-sjiitisch minderheidsregime. Dat lukte en nu werpt Assad zich op als verdediger van een seculier Syrië tegen soennitische fanatici.


De Iraakse premier Maliki is ook een brandstichter. Zodra de Amerikanen weg waren uit Irak, arresteerde hij soennitische leiders en kregen de soennieten geen geld meer, net zomin als de soennitische stammen die tegen Al Qaida streden. Toen de soennieten daar tegen in opstand kwamen, wierp Maliki zich op als verdediger van de sjiitische meerderheid tegen soennitische 'terroristen'. Dat lukte.


Ook de Palestijnse extremisten die onlangs drie Israëlische tieners ontvoerden, zijn brandstichters. Zij wilden iedere hoop dat de Israëlisch-Palestijnse vredesbesprekingen weer op gang kwamen de grond in boren en de gematigde Palestijnen in verlegenheid brengen. Daarbij kregen ze wel hulp. De radicale medestanders van de joodse kolonisten in de Israëlische regering, zoals Naftali Bennett en de minister van Volkshuisvesting Uri Ariel, zijn brandstichters. Ariel kondigde plannen aan voor de bouw van zevenhonderd huizen voor joden in het Arabische Oost-Jeruzalem, opzettelijk precies op het moment dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry weer een diplomatiek offensief ondernam. Dat offensief strandde daardoor.


Op al deze plekken zijn ook brandweerlieden. Mensen als Tzipi Livni en Simon Peres in Israël, de voormalige Palestijnse premier Salam Fayyad, Mohammad Javad Zarif in Iran en de grootayatollah Sistani in Irak, maar op het ogenblik staan ze machteloos tegenover de hartstocht die door de brandstichters wordt opgeroepen.


Wie nooit in de Arabische wereld heeft gewoond, kan zich moeilijk voorstellen dat in landen als Irak, Libanon of Bahrein sjiieten en soennieten vaak met elkaar trouwen. Die echtelieden worden gekscherend 'sushieten' genoemd. Sektarische moordpartijen zijn niet de regel. Een recente opiniepeiling in zeven Arabische landen wijst uit dat 'een forse meerderheid in elk van die landen voorstander is van Amerikaans beleid dat gericht is op een oplossing van het conflict in Syrië door onderhandelingen en meer steun voor Syrische vluchtelingen. Een meerderheid is tegen enige vorm van Amerikaanse militaire betrokkenheid.'


Onlangs hield ik een toespraak voor afgestudeerden aan de Amerikaanse Sulaimani Universiteit van Irak in Koerdistan. Van de studenten bestaat 70 procent uit Koerden; de overigen zijn sjiieten en soennieten uit heel Irak. Met de juiste leiders kunnen deze mensen prima met elkaar overweg. Daarom zijn de meeste Irakezen er helemaal niet voor Irak in drie gebieden op te delen.


Natuurlijk vergt de harmonie tussen de verschillende groeperingen een zekere orde, maar die hoeft niet met de knoet te worden opgelegd. In april van dit jaar zijn er in Irak nog eerlijke verkiezingen geweest. Het kan dus best. Deze samenlevingen moeten overschakelen van bestuur met ijzeren vuist naar 'ijzersterke instituties die legitiem en voor iedereen zijn, die verantwoording afleggen en sterk genoeg zijn om de maatschappelijke structuren overeind te houden', zegt Mousavizadeh. Daarvoor heb je het juiste leiderschap nodig.

Vertaling: Leo Reijnen

Thomas Friedman is columnist van The New York Times.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.