Brands was poëtisch tegenhanger van Cobra

Tegenover het expressionistische geweld van Cobra was het werk van Eugène Brands, die gisteren overleed, poëtisch, licht, verfijnd en teer....

EUGÈNE BRANDS was een man van de kleur. 'Ik werk niet zo met vorm', zei hij, 'alles komt bij mij vanuit de kleur. Als ik kleur moet bekennen laat ik de vorm vallen. Kleur appeleert aan het gevoel en dat moet in werking gesteld worden. Vorm doet een beroep op het verstand.' Van Mondriaan moest hij niets hebben, diens werk betitelde hij als een 'manifest van een accountant'.

Amper een paar maanden, in het oprichtingsjaar 1949, heeft Eugène Brands deel uitgemaakt van Cobra, het is altijd bepalend geweest voor zijn naam en reputatie, vooral later. Hij maakte deel uit van een legende; het bevorderde de aantrekkingskracht van zijn werk op modieuze kopers en dat was nooit weg, glimlachte hij, als het onderwerp ter sprake kwam.

Maar Cobra had ook wat aan hem te danken. Willem Sandberg, de directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, vroeg Brands in dat roemruchte jaar 1949 voor een expositie. En Brands, op zijn beurt, nodigde zijn nieuwe collega's uit om eraan mee te doen. Het werd een legendarische tentoonstelling, die eerste manifestatie van Cobra, met een tumultueuze opening waarbij nog werd gevochten ook. In één klap was de beweging bekend, al moest de officiële kritiek er nog lang aan wennen.

'Knoeiers, kladders, verlakkers', schreef Het Vrije Volk. En De Volkskrant tierde: 'Terwijl de echte kunstenaars hongeren, maakt de directeur van het Stedelijk de mensen murw voor de vernietiging van de oude cultuur van het Avondland, voor minachting van de kunst der eeuwen, voor aanbidding van mistekende momentopnamen van geesteszieken, voor het gebral van onmondige revolutiemakers.'

De moderne beweging had het land wakker geschud, maar aan Eugène Brands was de opwinding al niet meer besteed. Hij trad terug, de beweging was hem te rauw, en zijn kunst stond er toch te ver van verwijderd. De anderen trokken naar Parijs, hij bleef in Amsterdam en ging zijn eigen weg, die een halve eeuw later een duidelijke, constante lijn laat zien.

Panta rhei - alles stroomt, alles vloeit - werd zijn lijfspreuk en leidraad, samen met een mateloos ontzag voor het mysterie van het heelal, voor 'hoe in het oneidige zwart van die eeuwige duisternis materie is kunnen ontstaan'. Brands ontwikkelde zich tot een lyrisch, abstract impressionist. Tegenover het wilde expressionisme van Cobra, stelde hij een verfijnde, tere, poëtische stijl - elegant, zoals hij er zelf, in persoon, ook uitzag.

'Een schilderij moet ontstaan', zei hij in 1987 over zijn manier van werken. 'Ik maak het niet. Ik ben een antenne. De vorm wordt niet vooraf bepaald of overdacht. Ik begin met schilderen van dunne kleurvlakken of observeer wat er met de verf gebeurt en daar ga ik dan op in. Het ontstaan van een schilderij is een bijna autonoom gebeuren. Er is een medium voor nodig. Dat is de schilder.'

En dat medium schilderde werk in zonnige kleuren, dat dromerig maakte. 'Optimisten zoals ik', zei hij een paar jaar geleden, 'hebben het slecht in deze rottige wereld. Die rotzooi, die oorlogen, dat gemoord op de tv, daar kijk ik altijd van weg. Ik wil dat niet tot mijn leven toelaten. Ik moet me er wel van losmaken om te kunnen werken. Los van de wereld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.