Brands punt

Wie BBC's topinterviewer Jeremy Paxman het zwijgen oplegt, heeft wat in zijn mars. Morgen staat hij in Amsterdam: Russell Brand, comedian met een boodschap.

Niemand kan het acteur en comedian Russell Brand kwalijk nemen dat hij, ehm, maatschappelijk gezien, niet zo serieus genomen wordt. Verwachten we van de 19-jarige superster Justin Bieber historisch besef? Of van Rihanna betrokkenheid bij de rechten van de vrouw? Niet echt toch? 15 jaar geleden kreeg Mariah Carey, toen superster, de vraag of ze zich de honger in wereld aantrok. Haar antwoord: 'Als ik tv kijk en ik zie die arme hongerende kinderen, moet ik huilen. Ik bedoel, ik zou het heerlijk vinden om zo dun te zijn als zij, maar niet met al die vliegen en dood and stuff.'


Natuurlijk zijn we verbaasd, verontwaardigd en vol leedvermaak bij zo'n opmerking, maar maakt het uit? Ze zijn goed in wat ze doen (ons vermaken), ze zijn niet goed in wat ze niet doen (de wereld verbeteren). Sois belle et tais toi - hun sterrendom is ook in ons belang, verstrooiing hebben we nodig.


Russell Brand is van de excentrieke rollen. De zweverige goeroe, de verlopen rockster. Die als rockjunkie in de film Get 'm to the Greek acteur Jonah Hill zo ver krijgt een muur van bont te aaien tot hij kalmeert - steeds de mantra 'stroke the furry wall' herhalend. Dat kaliber.


Russell Brand is getrouwd met het kittige popsterretje Katy Perry, of niet meer, of toch weer wel. Toen hij in 2009 voor het eerst een stand-upcomedyshow in New York deed en het publiek moest uitleggen dat hij in zijn geboorteland Groot-Brittannië al best beroemd was - grote hilariteit - moedigde hij het Amerikaanse publiek aan hem ook in het celebrity-kamp te verwelkomen met het argument: 'Mijn persoonlijkheid werkt gewoon niet zonder roem. Zonder roem zou mijn haardracht slechts een psychische stoornis zijn.'


Die haardracht bestond die avond niet alleen uit de combinatie lange-Jezuskrullen-en-zorgvuldig-getrimde-baard, achter op het hoofd was ook nog een uitgetoupeerd vogelnest aangebracht. Russell Brand, kortom, werd beroemd in Groot-Brittannië én de VS, omdat hij grappig, charmant, hilarisch en grensoverschrijdend is als acteur en komiek. Dat snappen we wel. Maar hoe komt het dan dat we zijn maatschappelijke opvattingen wél serieus nemen? What went right?


Het interview dat politiek interviewer Jeremy Paxman van BBC Newsnight met de komiek hield op 23 oktober, dat ging goed. Drie weken geleden liet Brand zich van een voor velen onverwachte kant zien in een tien minuten durend gesprek met deze sceptische, door de wol geverfde journalist, die het debattechnisch gezien al na 3 minuten moest afleggen. Aan het eind van het interview liet de BBC Paxmans gezicht wijselijk niet meer zien: aan alles voelde je als kijker dat de journalist geen woord meer kon uitbrengen.


Brand had in het gesprek het falen van het politieke systeem benoemd. Er was weerstand, natuurlijk: hij begon te vertellen dat hij niet stemt en ook nooit gestemd heeft. Reden voor velen, terecht, te roepen dat Brand zich hiermee buiten het democratisch stelsel plaatst en, iets minder terecht, hem in essentie ondemocratisch te noemen.


Het is het soort maatschappijkritiek dat je niet verwacht van een komiek. Niet omdat zij geen kritiek hebben of te weinig kennis zouden bezitten, maar omdat een stand-upcomedian zich zelden buiten zijn domein van humor begeeft. Brand uit zich niet alleen met humor en beschouwing, maar óók met betrokkenheid en een echte aanzet tot alternatieven. Kortom, als deelnemer aan het debat. 'Waarom zou ik het recht niet hebben dingen te veranderen? Omdat ik acteur ben? Jij hoeft me dat recht niet te geven, ik néém het' - de apotheose van een zorgvuldig opgebouwde speech, zijn bloedeigen 'Ich bin ein Berliner'-moment. De revolutie kon beginnen.


Het kwam natuurlijk goed uit dat Brand toevallig net zijn tournee The Messiah Complex was begonnen; op de tourposters staat hij als Che Guevara afgebeeld, morgen in de Heineken Music Hall. Roem, geld, sterrendom, maatschappelijke betrokkenheid en sociale empathie gaan bij Brand samen - al zullen velen het nog steeds met argwaan aanhoren. We zijn immers gewend aan die aloude tegenstelling tussen vermaak en engagement, lage en hoge cultuur, verstrooiing en intellect. Brand stelt die tegenstelling ter discussie.


Dat begon al eerder dan dit publicitair slim getimede BBC-interview. Toen op zaterdag 23 juli 2011 zangeres Amy Winehouse vroegtijdig overleed, verraste Brand lezers met een opiniestuk in The Guardian. Daarin nam hij het niet alleen op voor Winehouse, zijn vroege vriendin en drugsmaatje, hij becommentarieerde ook de manier waarop de samenleving met verslaafden omgaat en riep de overheid op verslaafden niet te criminaliseren.


Toen twee weken later de rellen in Londen uitbraken, reageerde Brand weer in een zorgvuldig opgebouwd betoog in The Guardian: 'Als we niet willen dat jonge mensen onze gemeenschap vernietigen, moeten we de mensen met macht niet toestaan de waarden die die gemeenschap samenhouden te vernietigen.' Zijn gezag groeide. Meer stukken volgden, waaronder een uitgesproken eloquent 'anti-obituary', één dag na het overlijden van oud-premier Margaret Thatcher, in april. Zelden werd zo scherp en mooi omschreven wat zó mis was aan iemand zonder ook maar één scheldwoord of zweem van slachtofferschap.


Over zijn eerste herinneringen aan de Iron Lady: 'Haar stem, haar strijdlustige geeuw, op de een of andere manier zowel saai als saai - ik kon de inhoud negeren, maar de intentie boorde zijn weg naar binnen. (I could ignore the content, but the intent drilled its way in.)'


Brand populariseert als een dolle, maakt zich kwaad en verwoordt de onvrede van een maatschappelijke onderklasse die zich niet gehoord voelt. Zoals ook populistische politici doen, maar met één groot verschil: zijn welsprekendheid. Een eigenschap die misschien wel tot de meest onderschatte in de wereld hoort. Als je de vorm beheerst, beheers je je tegenstander. Daar hoort humor bij om een gesprek gaande en interessant te houden ('Jeremy, my darling, 'owcome I'm so cross with you? It's not the beard, the beard is gorgeous!'), schoonheid om te bedwelmen, overtuigingskracht, ritme, opbouw en empathie: aan het eind van het gesprek met Jeremy Paxman maakt Brand het persoonlijk, door de journalist te wijzen op diens eigen frustraties toen de Britse aristocraten zijn oma schoffeerden: 'Ik sprak vandaag nog een vrouw die nu zo behandeld wordt.'


In de hele discussie die over het BBC-interview losbarstte, bleef het retorisch talent van Brand vrijwel onbenoemd. Terwijl dat juist het punt is waarop Brands carrière gebaseerd is. Zijn hele betoog is als een mitrailleursalvo van prachtige woorden, als een dans van taal. Een Nederlandse kijker (ik) moet het drie keer terugluisteren om die woorden te laten bezinken. Welsprekendheid als middel. Een spel om van te genieten én iets mee te bereiken.


Brand is een kunstenaar die werkt met de middelen van een kunstenaar: vorm. Maar die wel buiten het domein van de kunst treedt, om deel te nemen aan de samenleving.


Over Margaret Thatcher


Op 9 april, een dag na haar overlijden:


'Ik vond het ook altijd vreemd toen de Spice Girls Thatcher bewierookten als een vroeg voorbeeld van girlpower. Dat zie ik niet. Zij is een anomalie; een product van de freak-onomy van haar tijd. Barack Obama, interessant genoeg, zei in zijn reactie op haar overlijden dat ze 'het glazen plafond voor andere vrouwen had doorbroken'. Alleen in de zin dat alle vrouwen onder haar geblindeerd werden door de vallende scherven. Ze is een icoon van individualisme, niet van feminisme.'


Russel Brand, The Messiah Complex, Heineken Music Hall, Amsterdam, 9/11.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden