Column

Bram Bakker: 'In huidige rechtspraak speelt toeval bij psychisch onderzoek een veel te grote rol'

Alleen al de zaak van de zogenoemde waxinelichthoudergooier, die eerst ontoerekeningsvatbaar werd verklaard en later volledig toerekeningsvatbaar, zou aanleiding moeten zijn om eens goed te kijken naar de manier waarop psychisch onderzoek een rol speelt in de rechtspraak, schrijft psychiater en columnist Bram Bakker.

De man die tijdens Prinsjesdag een waxinelichtje naar de Gouden Koets heeft gegooid wordt aangehouden door de politie. Beeld ANP

Afgelopen week was in de Volkskrant een groot interview te lezen met Erwin Lensink, de man die vooral bekend staat als de waxinelichthoudergooier. Sinds Prinsjesdag 2010, toen hij zijn zelfbenoemde protestdaad tegen het koninklijk huis beging, zat hij vrijwel onafgebroken in de gevangenis. Dat had onder meer te maken met het feit dat hij door de rechtbank volledig ontoerekeningsvatbaar was verklaard. In het hoger beroep, dat hij zelf aantekende, werd dit veranderd in wél volledig toerekeningsvatbaar. Een groter contrast is niet denkbaar, en alleen al deze zaak zou aanleiding moeten zijn om nog eens goed te kijken naar de manier waarop de vonnissen in dit soort moeilijke zaken tot stand komen.

In het hoger beroep werd mij door het hof opgedragen om een psychiatrische rapportage te maken over Lensink. Daar kun je ongevraagd voor worden aangewezen, bemerkte ik, en weigeren is ook geen optie. Dus ging ik aan de slag, onder meer door de rapportages te lezen, die eerder in het Pieter Baan Centrum waren gemaakt.

Het eerste probleem waar je op stuit is het stellen van een betrouwbare diagnose. Altijd lastig, en in deze zaak helemaal. Dat er vervolgens ook nog moeten worden ingeschat of de eventuele psychische stoornis heeft geleid tot verminderde toerekeningsvatbaarheid op het moment dat iemand een delict pleegde, is eigenlijk niet goed mogelijk.

Medewerking
Voor een betrouwbare diagnose heb je allereerst nodig dat degene die onderzocht wordt zijn volledige medewerking geeft. En zelfs als dat zo is kunnen verschillende experts nog met uiteenlopende conclusies over de aard van de stoornis komen. De vraag welk gewicht de stoornis speelt in het gedrag van een onderzochte is als we eerlijk zijn natte vingerwerk.

Ik heb meegemaakt dat een collega-psychiater ontkende dat iemand een moord zou kunnen hebben begaan onder invloed van een antidepressivum, omdat hij dat in zijn eigen praktijk nog nooit had meegemaakt. De rechter ging mee in zijn verhaal, en wist waarschijnlijk niet dat er wetenschappelijke publicaties bestaan waarin moorddadig gedrag onder invloed van psychofarmaca wordt beschreven. Gevolg: de dader werd 'slechts' verminderd toerekeningsvatbaar verklaard.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan: was Mohammed B., de man die Theo van Gogh vermoordde, wel echt volledig toerekeningsvatbaar? In ieder geval kon hij nu levenslang krijgen.

En Robert M., die volgens de wet geen levenslang kan krijgen, kreeg van de rechtbank naast gevangenisstraf tbs opgelegd, omdat hij niet volledig toerekeningsvatbaar zou zijn. Maar valt daar niet over te twisten, bij iemand die zo berekenend te werk is gegaan?

Hoe dan ook: veel psychiatrische en psychologische rapportages zijn voor discussie vatbaar. En toch volgen rechters de adviezen die worden gegeven in grote meerderheid op.

Verschillen
Dat er grote verschillen kunnen bestaan tussen rapporteurs is op zichzelf geen ramp, mits die verschillen duidelijk worden. Maar de meeste verdachten zien enkel een rapporteur die door justitie wordt benoemd. Een onafhankelijk instituut dat rapportages verzorgt is er niet in Nederland. Advocaten hebben geen enkele invloed op de plek en de persoon die hun cliënten onderzoekt. Of dat zou moeten weet ik ook niet. Maar als op voorhand duidelijk is dat een spraakmakend delict zich leent voor uiteenlopende verklaringsmodellen, is het dan niet verstandig om meerdere en onafhankelijke, dus niet in dienst van justitie werkende professionals een rapport op te laten stellen?

Er zullen altijd gevallen zijn waarin de meningen blijven verschillen. Maar in de huidige rechtspraktijk speelt het toeval een veel te grote rol. De onderzoekers in het Pieter Baan Centrum konden niet ondubbelzinnig aantonen dat Erwin Lensink volledig ontoerekeningsvatbaar was voor zijn protestdaad, maar ik kan evenmin bewijzen dat hij het wel was. Met dergelijke grote verschillen van smaak wordt de rechtspraak in ons land geen dienst bewezen.

Het moet, en het kan, beter.

Bram Bakker is psychiater en columnist voor Volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden