Reportage Melkveehouderij

Bram (20) boert straks in Duitsland. ‘Melkveehouders worden langzaam maar zeker het land uit gejaagd’

Bram van Beekveld en zijn ouders in de lege koeienstal. Beeld Marcel van den Bergh

Drie generaties Van Beekveld boerden op een erf in Heeswijk-Dinther. De vierde, Bram (20), wijkt na de zomer uit naar Duitsland. Omdat ‘alle nieuwe regelgeving’ in Nederland een melkveehouderij onrendabel maakt. 

‘Het is wel stil hè’, verzucht melkveehouder Theo van Beekveld (51) in de volledig lege stal. Een paar maanden geleden stonden hier 85 melkkoeien. Ongeveer tachtig daarvan zijn verkocht aan drie boeren in Noord-Holland. ‘En vijf oude koeien zijn helaas naar de slachterij gegaan’, zegt zoon Bram (20).

Drie generaties Van Beekveld hebben sinds begin vorige eeuw geboerd op dit erf in het buitengebied van Heeswijk-Dinther, niet ver van Veghel. De vierde generatie verlaat het Brabantse land en wijkt uit naar de Eifel in Duitsland. Noodgedwongen, onderstreept Bram, hij had het familiebedrijf graag op deze plek voortgezet: ‘Maar door alle nieuwe regelgeving voor melkveehouders is dat nauwelijks meer rendabel vol te houden.’

Ook de kleinere stal voor het jongvee is leeg. De zestig tot zeventig kalveren en pinken, allemaal zwart-witte Holsteiners, zijn via handelaren verkocht aan vooral boeren in het buitenland, van Egypte tot Polen en van de Canarische Eilanden tot Rusland. ‘Die Egyptenaren, in hun lange gewaden, zijn de dieren hier zelf komen uitzoeken’, vertelt Theo.

Eind 2017 begon in huize Van Beekveld de vraag rond te zingen: is hier nog een toekomst voor ons? De fosfaatrechten, ook wel de nieuwe melkquota (afgeschaft in 2015) genoemd, kwamen eraan om een ongebreidelde groei van de melkveehouderij in te dammen. Sinds 2018 mogen boeren niet meer koeien houden dan ze aan fosfaatrechten hebben verworven.

Eveneens per 2018 zijn ze verplicht om op een X aantal koeien ook een Y aantal hectares grond aan te houden. Ook de regels voor mestafzet zijn aangescherpt. Voor Brabantse boeren komt daar nog bij dat ze door een besluit van de provincie al zes jaar eerder dan gepland, in 2022, hun stallen moeten voorzien van zogenoemde emissiearme roostervloeren.

Toen zijn Theo en zijn vrouw Biëlla (48) eens gaan rekenen. Zo’n emissiearme stal kost al snel 3- tot 4 ton. Fosfaatrechten zijn duur, landbouwgrond bijkans nog duurder. Als zoon Bram na zijn studie (bedrijfskunde en agribusiness aan de HAS Hogeschool) ook in het familiebedrijf wil stappen, zullen ze moeten uitbreiden.

‘Je gaat plussen en minnen, ook met het oog op de opvolging door onze zoon’, zegt Biëlla. ‘Dan kom je tot de conclusie dat dit bedrijf niet genoeg oplevert. Met twee gezinnen kun je niet leven van één boerderij in Heeswijk-Dinther.’

Het is een verdrietige conclusie, want ze hebben altijd met veel plezier geboerd op het Brabantse land. ‘De grens is voor ons bereikt’, zegt Theo aan de keukentafel. ‘De melkveehouders worden langzaam maar zeker het land uitgejaagd, zeker in Brabant. Veel collega’s in de buurt die al wat ouder zijn of geen opvolger hebben zijn er zelfs helemaal mee gestopt.’

Theo en Biëlla van Beekveld zijn blij en trots dat hun zoon wél in hun voetsporen wil treden. Een paar jaar geleden begon het bij Bram te kriebelen, in havo-4. Lang had hij gedacht dat hij geen boer wilde worden. Maar na een meeloopdag op de HAS was hij om: het boerenbloed kruipt waar het niet gaan kan. ‘Zoiets komt van binnenuit, toch wel’, aldus Bram. Moeder ­Biëlla: ‘Dan is het toch triest dat zo’n gedreven gast hier geen toekomst heeft.’

Begin vorig jaar bezochten ze een emigratiebeurs voor boeren. Duitsland zou het worden, niet te ver weg. Ze schakelden een makelaar in, bezochten wat boerderijen die te koop stonden en dachten al een deal te hebben, tot die op het laatste moment afsprong. Uiteindelijk lieten ze hun oog vallen op een groot, oorspronkelijk coöperatief melkveebedrijf met 280 koeien en 300 hectare grond bij Bitburg, bekend van zijn bier.

‘Het is ongeveer twee uur rijden van hier, in de Eifel bij het drielandenpunt Duitsland-België-Luxemburg’, vertelt Theo. Zoon Bram toont trots wat foto’s op de smartphone: een modern boerenbedrijf in een groen en glooiend heuvellandschap. ‘Ze doen ook aan mestvergisting en leveren groene stroom aan zo’n driehonderd huishoudens’, zegt hij.

Vader, moeder en zoon stappen gezamenlijk in het Duitse avontuur. Maar alleen zoon Bram gaat verhuizen naar Duitsland. Theo en Biëlla zullen heen en weer pendelen. Ze hebben het bedrijf in Heeswijk-Dinther, met 20 hectare eigen grond, verkocht aan een tuinder – de houten kratjes voor aardbeien of asperges staan al in de voormalige jongveestal. En ze hebben een nieuw huis gekocht in Vorstenbosch, een dorp verderop.

‘Het is een hele stap en we doen het vooral voor onze zoon, onze opvolger’, zegt Theo. ‘We splitsen het gezin’, aldus Biëlla. ‘Maar het is bittere noodzaak. Hier heeft Bram geen toekomst.’ Het liefst hadden ze ook de koeien meegenomen naar Duitsland, maar dat kon niet vanwege nationale verschillen in het vaccinatiebeleid.

Bram hoopt in juli zijn studie af te ronden. Daarna emigreert hij. De jonge boer, die twee Duitse werknemers in loondienst krijgt, heeft er zin in: ‘Ze kennen daar geen fosfaatrechten, er is genoeg ruimte, de grond is veel goedkoper en ook met de mestverwerking zijn ze een stuk makkelijker. En ze vieren er zelfs carnaval.’

Vader en zoon hebben al enkele dagen meegelopen op het Duitse bedrijf. Ze zagen meteen wat ‘verbeterpunten’ in de bedrijfsvoering. Theo: ‘We blijven toch ondernemers.’

Bram, die als 20-jarige de dagelijkse leiding krijgt over een miljoenenbedrijf, spreekt van een enorme uitdaging. ‘Als je ziet wat daar allemaal kan wat hier niet mag, dan weet ik wel dat ik nooit en te nimmer in Nederland zou blijven als boer.’ Voor eenzaamheid is hij niet bang. ‘Er zitten veel Nederlandse boeren. We organiseren wel ­ergens een Stammtisch in een café.’

Peter de Graaf

‘Meer interesse in emigratie’

Agrarisch makelaar Interfarms signaleert een toenemende interesse onder melkveehouders en andere boeren voor emigratie naar het buitenland. Dat komt vooral door de hoge fosfaat- en grondprijzen. Directeur Frits Bennink schat dat de interesse sinds 2015 met ruim 25 procent is toegenomen. ‘Twintig jaar geleden was emigreren nog leuk, nu komt het vooral voort uit negativiteit over de regelgeving in Nederland’, aldus Bennink. ‘En nu het geld voor fosfaatrechten geïnd kan worden, blijft het niet alleen bij interesse.’

Hij schat dat zeker 50 tot 70 boerengezinnen jaarlijks hun heil in het buitenland zoeken. Interfarms, één van de grootste boerenemigratiemakelaars, doet volgens eigen zeggen 20 tot 30 transacties per jaar. Duitsland en Denemarken zijn de populairste emigratielanden voor boeren. Canada is ook in trek, maar stelt lastige visum-eisen. Slowakije wordt een land ‘met veel potentie’ genoemd.

LTO Nederland en het CBS hebben geen cijfers over emigratie van boeren naar het buitenland. Boerenorganisatie LTO kan zich wel voorstellen dat steeds meer boeren overwegen om te emigreren vanwege ‘kostprijsverhogende factoren’, zoals fosfaatrechten, grondprijzen en mestafzet. ‘Vooral melkveehouders kunnen niet verder uitbreiden in Nederland door verscherpte wet- en regelgeving’, aldus een LTO-woordvoerder.

Het CBS heeft enkele jaren geleden een onderzoekje gedaan, waaruit bleek dat tussen 2010 en 2015 (afgerond op vijftallen) ruim 100 boeren zijn geëmigreerd: 25 naar Duitsland, 15 naar België, 15 naar Canada en de rest naar Denemarken, Frankrijk, VS, Australië, Polen en overige landen. In de meeste gevallen (55) ging het om veeteeltbedrijven. De meeste emigrerende boeren kwamen uit Brabant (20), gevolgd door Gelderland (15), Groningen (10) en Zeeland (10).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.