Brabants gevloek in Franse struiken

V anuit Saint Félicien rijdt de hele meute over twee cols van respectievelijk 920 en 670 meter naar het zuiden....

Angstige vips knijpen al in de remmen als hun teller boven de 35 kilometer komt, de grootste durfals zeilen met dubbele snelheid naar beneden en hebben de hele breedte van de weg nodig om de ideale lijn vast te houden. Gelukkig zijn auto’s vandaag verboden, maar dit kan niet goed gaan en dat doet het ook niet.

Zo erg als vorig jaar, toen deelnemer Alain Bourdin een valpartij in de afdaling van de Col de Mézilhac niet overleefde, wordt het dit keer niet, maar de EHBO-posten hebben het er nog altijd druk mee. Boven het parkoers cirkelt voortdurend een helikopter om ernstig gewonden zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te kunnen vervoeren.

Mark de Wijs heeft de eerste 50 kilometer de tijd om zijn benen te testen voor het verdere verloop van de dag. De Ardechoise is als een serie aan elkaar hangende lussen uitgezet. In het dorpje Le Cheylard buigt de Boutières, een lus van 120 kilometer af naar rechts. Wie meer in zijn mars heeft, gaat rechtdoor en knoopt de Volcanique (171 kilometer), de Ardechoise (216 kilometer), de Sucs (223 kilometer) of de Marathon (268 kilometer) er aan vast. De eenvoudige wielertoerist is dan overigens al aan de terugreis begonnen over de Doux, een tocht van 66 kilometer.

Een Nederlandse veteraan heeft ons vanwege het landschappelijke schoon op het hart gedrukt vooral rechtdoor te rijden in Le Cheylard, maar het zit er niet in. De benen van De Wijs geven al snel uitsluitsel en uit zijn mond klinkt dat als godsnondekolere.

De hitte en de beperkte mogelijkheden van zijn versnellingsapparaat staan niets anders toe dan rechtsaf te slaan, richting Boutières. Overigens is de Ardèche ook daar nog mooi genoeg om een relatief gevoel als vermoeidheid te doen vergeten. De natuur is hier van een ruige, desolate schoonheid en de mens heeft kennelijk nog weinig reden gehad die naar zijn hand te zetten. Dit is la France profonde.

We eten een broodje in Les Nonières en slaan een stuk of wat bekertjes water, van alle kanten aangereikt, achterover. Een dag eerder was Les Nonières nog zo¿n Frans spookdorp, nu is het in rep en roer. Niet alleen gutst het water alle kanten op, de kinderen veren op alsof we de Tour de France zijn.

Alles en iedereen is in geel en paars, de kleuren van de Ardechoise. Het geel is van de brem, dat wordt onderweg voldoende duidelijk. Het paars is van de bosbessen, maar die gaan schuil onder uitbundig groen. Door het regenachtige voorjaar is de Ardèche in 2008 op z’n groenst.

Les Nonières is van alle dorpen die betrokken zijn bij de Ardechoise niet eens de uitbundigste. Eerder zijn we al door een straat gereden waar het geel en paars een wapperende ereboog vormden en verderop is het gedrang zo groot dat zelfs de fanatiekste coureurs van de fiets moeten. Het is overal een jour de fête als in de gelijknamige film van Jacques Tati. Zoals Gretel Piek ’s morgens al bij de start zei: de Ardechoise is voor de Ardèche wat de Elfstedentocht is voor Friesland, zowel in belang als in feestelijkheid.

Gretel Piek is een Drentse vrouw die zich een kleine twintig jaar geleden in Saint Félicien heeft gevestigd. Al snel werd haar aandacht getrokken door een affiche van de Ardechoise en nu is ze een van de duizenden vrijwilligers die helpen La grande fête du vélo tot een goed einde te brengen. Vanwege haar achtergrond is Gretel Piek verantwoordelijk gesteld voor de buitenlandse deelnemers. De eerste keer, in 1994, had ze één Nederlander onder haar hoede. Dit jaar zijn het er bijna honderd.

Percentueel is dat een flinke vooruitgang, maar Gretel Piek vindt het nog steeds bar weinig. Tot haar ontzetting ziet ze al die Nederlandse fietstoeristen voorbij de Ardèche trekken, richting Alpen, om hun krachten te meten op de bekende Tourcols. Een prestatietocht als de Marmotte kan het aantal Nederlanders nauwelijks bergen, de Ardechoise is onbemind in zijn onbekendheid.

Volgens haar beseffen weinig wielertoeristen dat een fietstocht door de noordelijke Ardèche ook kan reiken tot hoogten van 1400 meter. Daarbij gaat het ook nog eens op en neer. Het is dus wel degelijk afzien en in haar partijdige ogen zelfs ‘mooi afzien’.

Na voltooiing van de Col de Clavière, een 20 kilometer lange klim naar het ‘dak’ van de Boutières (1100 meter) zetten we de fiets een uur aan de kant. Met uitzicht op een onophoudelijke stroom doorzetters gieten we op een schaduwrijk terras een liter cola en een bord kledderpasta naar binnen.

De Ardechoise moet een feest zijn, had Gretel Piek eerder gezegd en dat hebben we goed in onze oren geknoopt. Maar voor een feest blijft dit schaduwrijke terras rond het middaguur wel erg leeg. Dat zal het eeuwige probleem van de Ardechoise zijn. De organisatie benadrukt dat haar evenement een pleidooi voor recreatief fietsen moet zijn. ‘Wie er een wedstrijd van wil maken, moet hier niet zijn’, zegt voorzitter Gérard Mistler. Maar jakkeraars zullen altijd jakkeren. Zodra alle lussen op 60 kilometer voor het einde weer samenkomen, is het gedrang enorm. Dit wielrennen op twee snelheden wreekt zich vooral op de laatste klim die zo breed is als een flink formaat fietspad en 10 tot 15 procent steil. Mark de Wijs moet laveren tussen deelnemers die te voet hun weg vervolgen, en achteropkomende snelheidsduivels. Brabants gevloek klinkt op uit Franse brem.

Maar als het laatste gedeelte in dalende lijn terug naar Saint Félicien voert, komt de jongensachtige bravoure weer boven. Mark de Wijs, diep in zijn hart toch ook een jakkeraar, geeft zijn stalen ros de sporen en laat zich in de slipstream van een paar kundige dalers naar beneden vallen.

Als de laatste kilometers naar de finish weer lichtjes bergop gaat, doet hij een laatste beroep op zijn wilskracht en geeft de concurrentie met een paar krachtige duwen op de pedalen het nakijken. De thuiskomst van dossard n° 286 wordt om even over half drie elektronisch geregistreerd. Dat is ruim voor aanvang van de EK-wedstrijd tegen Rusland.

Mark de Wijs heeft onderweg een paar keer verzekerd een ‘topdag’ te hebben beleefd, maar het hoogtepunt moet nog volgen. Als we de volgende dag – wielerervaringen rijker en een voetbalillusie armer – op de thuisreis door de Ardennen rijden, zegt hij: ‘Kijk, dit is natuurlijk pas echt een mooi landschap.’

Bart Jungmann

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden