Brabants doorbijtertje met losse veters

Dankzij de ‘strafzaak van de eeuw’ maakt de Bossche advocaat Jan-Hein Kuijpers ineens deel uit van de gelederen van bekende strafpleiters....

Hij heeft zijn nieuwe cliënt al verwerkt in een werkwoord. ‘Ik heb vandaag de hele dag geholleederd’, zegt advocaat Jan-Hein Kuijpers dan.

Hij moest even nadenken toen confrère Bram Moszkowicz hem vorige maand vroeg of hij de beroemdste crimineel van Nederland wilde overnemen. Moszkowicz had ook anderen benaderd, maar die konden of wilden niet. ‘Het heeft veel advocaten verrast dat hij de raadsman van Holleeder is geworden’, zegt Piet Doedens, die geldt als leermeester van Kuijpers.

De jonge Kuijpers werd door Holleeder uitverkoren omdat hij het dossier – meer dan 200 ordners groot – al goed kende. Daardoor hoefde de rechtszaak geen vertraging op te lopen. Kuijpers was de raadsman van Marcel K., die door justitie wordt gezien als ‘de minister van financiën van de bende-Holleeder’. Hij legde het verzoek van Moszkowicz aan K. voor. Die zei meteen: ‘Dit moet je doen. Dit is de zaak van je leven.’

Hij droeg K. over aan zijn compagnon Arthur van der Biezen. Sinds zijn besluit om Holleeder bij te staan weet de Brabander alle schijnwerpers op zich gericht, zowel in als buiten de rechtszaal.

Jan-Hein Kuijpers (38) wordt omschreven als ‘straatvechter’, als ‘lefgozer’, als ‘Brabants bluffertje’. Doedens: ‘Zo kan hij overkomen, ja.’ Maar ook als ‘vrolijke en gemoedelijke Brabander’, die keihard werkt en zijn dossiers goed kent. Doedens: ‘Hij kan goed hoofd- van bijzaken scheiden. Dat heb ik hem wel geleerd.’

In de rechtszaal weet hij vaak de rechters voor zich in te nemen door zijn open houding en jongensachtige uitstraling, ook al heeft hij soms de neiging zich te overschreeuwen. ‘Schandalig’ is een veel gehoorde term uit zijn mond. De openbaar aanklager krijgt vaak de wind van voren. In 2001 riep een officier van justitie al eens gepikeerd uit: ‘Ik laat het Openbaar Ministerie niet ridiculiseren door deze raadsman.’

Zelf kan hij zich wel vinden in de typering als straatvechter, net zoals Bram Moszkowicz dat is. ‘Ik neem niet snel genoegen met de lezing die politie en justitie geven over de gebeurtenissen. Bewijsmiddelen, daar kun je vaak doorheen prikken. Ik ben niet iemand van de juridische puntjes. Ik probeer niet de wetten aan de rechter uit te leggen.’

Net als Moszkowicz schuwt hij de media bepaald niet. Hij komt regelmatig in beeld in het tv-programma van Peter R. de Vries. En hij houdt samen met Van der Biezen een dagboek bij in het populaire weekblad Aktueel. De keuze voor dat blad is bewust: ‘Ik ben een schoffie, een straatvechter’, zegt hij. ‘Ik pronk niet met juridische kennis. Je moet in gewone-mensentaal kunnen uitleggen waarom bewijzen tegen verdachten niet deugen.’ Zijn optredens in de media leveren ook klandizie op. Als een advocaat veel op televisie is, moet hij wel een goede strafpleiter zijn, krijgt hij vaak van gedetineerden te horen.

Zijn ster is razendsnel gestegen in advocatenland. Elf jaar geleden als groentje begonnen op het advocatenkantoor van Piet Doedens in Utrecht, zes jaar geleden zijn eigen kantoor in Den Bosch opgericht, samen met Van der Biezen. En nu de advocaat in de ‘strafzaak van de eeuw’ tegen Holleeder.

‘Als Jan-Hein iets voor ogen heeft, stevent hij er recht op af’, vertelt Tjeerd van Leeuwen, die samen met Kuijpers rechten studeerde en een studentenhuis bewoonde in Tilburg. Al tijdens zijn studie wilde hij stage lopen bij Doedens, die hij bewonderde om zijn messcherpe pleidooien en mediaoptredens .

Kuijpers sprak de dandy-advocaat aan tijdens een bezoek aan een rechtszaak in Arnhem. Uiteindelijk werd de Tilburgse student aangenomen als stagiair. Doedens herinnert zich ‘een wat slordig uitziend jong mens’. Tegenwoordig loopt Kuijpers in snelle maatpakken, het liefst van Italiaanse snit. ‘Hij heeft zich behoorlijk gecultiveerd’, vindt Doedens. ‘Al moet ik hem nog vaak zeggen: maak de veters van je schoenen vast, anders breek je je nek.’

Stagiair Kuijpers werd meteen in het diepe gegooid. Hij mocht meewerken aan de zwaarste strafzaken, zoals van ex-coureur en drugshandelaar Charles Z., groothandelaar in xtc Ronald van E., en de IRT-affaire. Tussen de bedrijven door studeerde hij af . Hij had Doedens gezegd dat hij nog maar twee tentamens moest, maar het waren er wel acht.

Zijn afstudeerscriptie ging over telefoontaps en de Bende van Oss in de jaren dertig. ‘Het leest als een spannend jongensboek’, zei de professor.

Jan-Hein Kuijpers komt uit een hecht Brabants gezin. Hij is geboren in Waalwijk, als derde kind: twee zussen boven hem, een broertje onder hem. Zijn vader, eveneens jurist, werkte bij de gemeente. Op zijn zesde jaar verhuisde het gezin naar Oss, waar vader was aangesteld als gemeentesecretaris. ‘Jan-Hein voelt zich Ossenaar’, weet jeugdvriend Herbert van der Veerdonk, eigenaar van theater-café De Groene Engel. ‘Oss heeft er na Jan Marijnissen een tweede bekende Nederlander bij’, voegt hij er lachend aan toe.

Nog elke week komt Kuijpers in Oss, voor een bezoek aan fitnesscentrum of café, ook al woont hij in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Het is vanaf zijn bescheiden kantoor in de Havenstraat in Den Bosch, waar de dossiers metershoog op de vloer liggen opgestapeld, maar een klein eindje doorrijden. Hij is sowieso veel op pad, in zijn zwarte BMW. Zijn werkterrein is heel Nederland, van Groningen tot Maastricht. De zaken floreren. Later dit jaar hoopt hij te verhuizen naar de Prinsengracht in Amsterdam. Daar wordt een dependance van zijn kantoor geopend. Kuijpers betrekt het appartement boven het kantoor.

Na het Maaslandcollege wist Jan-Hein niet precies wat hij verder moest. Zijn vader adviseerde hem rechten te studeren, want ‘daar kun je alle kanten mee op’. Dat hij goed gebekt is – een eigenschap die hij overigens van zijn moeder heeft, en niet van zijn vader – kwam goed van pas. ‘Mijn kleine broertje is een makkelijke prater en heeft altijd wel lef gehad’, zegt zijn zus Henriëtte, die huisarts is. ‘Hij is ook niet snel gek te krijgen. Nu, voor al die camera’s, blijft hij toch heel relaxed.’

Tijdens zijn rechtenstudie richtte hij zich al snel op het strafrecht. Hij zegt een zwak te hebben voor mensen die de hele wereld tegen zich weten. Dat geldt voor de klasgenoot die op school altijd in elkaar wordt geslagen en voor de zware crimineel die politie, justitie en eigenlijk de hele samenleving op zijn dak krijgt. ‘Ik heb er nooit tegen gekund dat er eentje de lul is, die iedereen over zich heen krijgt. Er moet iemand zijn die voor hem opkomt.’

Als advocaat doet hij vooral zware criminaliteit, altijd hamerend op het bewijs. In een zaak van een cliënt die verdacht werd van moord en niet wilde meewerken aan een psychologisch onderzoek, betoogde hij simpelweg: ‘Waarom zou hij zich in zijn hoofd laten kijken? Laten we ons concentreren op andere zaken. Is er eigenlijk wel bewijs?’

Na 7,5 jaar verruilde hij het kantoor van Doedens voor dat van Paul Bovens, met wie hij al een aantal strafzaken had gedaan. Het was de bedoeling dat hij na een jaar tot diens maatschap zou toetreden. Maar dat liep anders. De twee raakten gebrouilleerd. ‘We verschillen van mening hoe je strafzaken voert’, zegt Bovens voorzichtig. Hij vindt dat Kuijpers als ‘jonge hond’ soms wat te hard van stapel loopt en de zorgvuldigheid uit het oog verliest. Ook zoekt hij in zijn ogen te vaak de publiciteit. ‘Mediabelangstelling is er altijd. Maar dat wil niet zeggen dat je er altijd aan tegemoet moet komen en dat het in het belang is van je cliënt.’

Al na een jaar scheidden de wegen. Na een hoog opgelopen arbeidsconflict werd Kuijpers ontslagen door Bovens. ‘We waren twee kapiteins op een schip. Ik wilde weg, maar Bovens wilde me eerst niet laten gaan. Pas toen ik naar de kantonrechter wilde stappen, werd ik ontslagen’, aldus Kuijpers. ‘Hij zou toetreden tot de maatschap. Maar ik vond dat hij er nog niet rijp voor was. Toen gooide hij de kont tegen de krib en heb ik hem op staande voet ontslagen’, aldus Bovens. In die tijd werd er ook een bomaanslag gepleegd op het kantoor, waarna Bovens besloot helemaal te stoppen als advocaat.

Met Van der Biezen, die ook bij Doedens had gewerkt, begon hij een eigen kantoor. ‘De boys van Piet’ worden ze wel genoemd, twee bijtertjes. Door alle publiciteit hebben ze ook naam gemaakt in de onderwereld. In het boek Advocaten van Marian Husken zegt Van der Biezen: ‘Regelmatig horen Kuijpers en ik dat verdachten naar ons vragen, maar dat de recherche liever een piketadvocaat inschakelt. Je komt daar pas achter als die mensen je later verontwaardigd opbellen met de vraag waar we bleven. De politie gebruikt de voorlopige hechtenis vaak om verdachten onder druk te zetten. Men vindt ons lastig omdat we cliënten bijna standaard adviseren gebruik te maken van hun recht om als verdachte te zwijgen.’

Hij fitnesst, squasht en rookt, zegt hij zelf over zijn hobby’s. En hij koestert een Porsche 928S4 uit 1991, dat model ‘met die grote ronde achterkant’. Maar komt hij daar nog wel aan toe, nu het megaproces-Holleeder is begonnen? ‘Zijn werk is zijn hobby’, zegt vriend Van der Veerdonk. Ex-advocaat Bovens, ondanks bedenkingen tegen zijn losse, populaire stijl van pleiten: ‘Kuijpers is een gedreven jongen die altijd het beste uit de zaak probeert te halen.’ Leermeester Doedens, die plagerig opmerkt dat zijn leerling ‘zelfs mijn handschrift heeft gejat’, adviseert hem vooral met beide benen op de grond te blijven staan: ‘Het is een heel dik dossier, maar juridisch niet zo moeilijk. Het is niet zo ingewikkeld te bewijzen of iets nu wel of geen afpersing is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden