Boze Belgen

De Belgische staat is ziek, de burger boos en premier Dehaene houdt de blik afgewend omdat hij maar één doel heeft: België, of wat er dan nog van over is, de Europese muntunie binnenloodsen....

Dialoog tussen twee advocaten in het Brusselse Paleis van Justitie: Alors, ils l'ont prise la Bastille? - hebben ze de Bastille al ingenomen? Een juriste zegt met spottende ondertoon: 'Ik geloof dat ik maar in Zwitserland politiek asiel vraag.'

Revolutie in België? Is het Salomonsoordeel dat het Hof van Cassatie deze week velde over Jean-Marc Connerotte, volksheld en rechter, de finale klaroenstoot voor de opstand? Is het volk begonnen om - met de voeten - de staat België definitief failliet te verklaren?

Een maand geleden sprak de Brusselse ex-ambtenaar en schrijver Jean-Luc Outers in Le Nouvel Observateur een lijkrede uit over België. Outers: 'Deze staat is geleidelijk uitgehold. Vandaag de dag is hij nog maar een fantoom. In dit land spreekt uit alles slechts één ding: la Belgique est un énorme trou - één groot gat! Het is om te huilen, maar zelfs de moordenaar is zo smakeloos om zich Dutroux te noemen.'

Een tweede cynische observatie van Jean-Luc Outers: 'De Belgen - Vlamingen en Walen - komen elkaar enkel nog tegen als ze zich over een graftombe buigen.' Zoals bij de plotselinge dood van hun koning Boudewijn; en zoals nu bij de begrafenis van de vermoorde meisjes Julie & Melissa en An & Eefje.

Maar op dat ogenblik beperkte het Belgische drama zich nog slechts tot een 'revolte der tranen'. Intussen is de sfeer aanzienlijk grimmiger geworden. Dat is zeker ook de schuld van 'de politiek'. Want politiek België lijkt - sinds Dutroux' gruwelen aan het licht kwamen - met stomheid geslagen.

Typisch voorbeeld: in welk land, dat op z'n grondvesten davert en rampzalige dagen doormaakt, filosofeert een regeringsleider openlijk over zijn voornemen om binnen afzienbare tijd 'de fakkel over te dragen'? Toch koos premier Jean-Luc Dehaene, die in augustus bij het uitbreken van de affaire rustig vakantie bleef vieren, dit foute moment voor zulke overpeinzingen.

Dehaene op 7 oktober in De Standaard: 'Ik ben niet in de politiek geboren, en ik wil er niet in sterven.' Over twee jaar zou hij liever geen regeringsploeg meer leiden. Het vuur lijkt er bij hem wat uit.

Of ligt het eraan dat hij op dit ogenblik wordt geconfronteerd met iets anders dan de race naar de Europese muntunie? Met problemen die het hart van de Belgische samenleving raken, problemen die hem minder goed liggen.

In het weekblad Knack sprak hij dat tegen. Dehaene: 'Ik heb er een grotere gevoeligheid voor dan velen denken. Maar ik formuleer dat niet als socioloog. Ik moet de brug maken naar het haalbare.' Het is uiteraard goed dat op z'n minst iemand in België vandaag de dag het hoofd koel probeert te houden. Maar Dehaene blijft zo technisch.

Tijdens zijn laatste verkiezingscampagne had hij zijn volk gewaarschuwd dat België de komende jaren voor een zware route stond. De weg naar 'Maastricht' zit vol valkuilen. Maar godzijdank: 'De gids (Dehaene, red.) is ervaren.' Dehaene zou zorgen dat België in het koppeloton van de muntunie zou zitten.

Het werd hem onlangs, tijdens het eerste parlementsdebat over Dutroux en het jammerlijk falen van justitie en politie, van alle kanten heftig verweten. De premier was te zeer gefixeerd geweest op de 'Maastricht'-normen.

Wat er verder allemaal in de staat gebeurde was min of meer in het vergeetboekje geraakt. De Dehaene-technocratie was te ver doorgeschoten. Dehaene realiseerde zich dat ook. Rouwmoedig erkende hij dat in de race naar de muntunie sommige maatschappelijke problemen wel wat verwaarloosd waren.

Maar waar bleef de 'ervaren gids' nadien? Ergens, onderweg, moet hij de weg toch weer zijn kwijtgeraakt. In plaats van de affaire-Dutroux tot Chefsache te maken, schoof hij de opdracht om de uitslaande brand te blussen door naar zijn minister van Justitie Stefaan De Clerck.

De Clerck is inderdaad een uitstekend minister. Toch beging Dehaene opnieuw een regelrechte politieke flater. De premier geniet groot gezag in België. Waarom heeft hij als eerste politicus van België, als een morele 'vader des vaderlands' dit krediet niet gebruikt om het turbulente land te verenigen en te verzoenen?

Omdat Dehaene's reflex hem onmiddellijk op het spoor zet van de pragmatische oplossing. 'In 1999 is het probleem van de justitie opgelost', verzekerde hij in een interview. Zijn primair technocratisch denken demonstreerde hij in Knack, dat hem vroeg of het voor de politiek niet moeilijk werken wordt met de mondige burger. Dehaene: 'De politiek kan geen rechtstreekse lijn met iedere burger hebben. Hier stelt zich de problematiek van de interfaces. In de industriële maatschappij speelden de vakbonden en ziekenfondsen die rol. In de informatiemaatschappij heb je andere tussenstations nodig.'

Hoe kan er in Dehaene's laboratorium nog een 'politiek met het menselijk gezicht' aarden - een politiek waar het volk onmiskenbaar om smeekt. Het politieke faillisement van België werd dezer dagen onverbloemd verwoord door de vader van An, Pol Marchal, die andere 'volksheld' in de Belgische tragedie.

Minister van Justitie en Dehaene's brandblusser Stefaan De Clerck doet zijn uiterste best om te voorkomen dat de volkse ergernis en woede uit de hand lopen. Hij belooft dingen. Dat gaat niet zonder grote politieke risico's. Voor je het weet ben je een leugenaar.

Pol Marchal zette De Clerck al bij voorbaat voor schut: 'De Clerck blijft een politiker. We moeten dus maar afwachten of hij zijn beloften kan waarmaken.' Een vakbondsdelegatie liet zich dezer dagen op het ministerie van Justitie in Brussel de werking van de justitie uitleggen. Na afloop merkte een automonteur op: 'Als wij in onze fabriek zouden werken zoals justitie werkt, zouden wij nu bezig zijn Oostduitse Trabants te bouwen.'

De Clercks speelruimte is minuscuul. In de wirwar van uiterst gevoelige krachten en machten vermag hij in de meeste gevallen weinig anders te bieden dan sympathie of op z'n best een concrete oplossing. Maar de wonderen die van hem worden verwacht kan hij niet vervullen.

In zo'n situatie zou het parlement, uiteindelijk toch de volksvertegenwoordiging, moeten ingrijpen. Maar ook het parlement in België blijkt radeloos. Geen wonder overigens. De Dehaene-cultuur heeft in de afgelopen jaren van de parlementaire cultuur een farce gemaakt.

Terug naar 'Maastricht' en de muntunie: Dehaene achtte het eerder dit jaar nodig om politiek volledig de vrije hand te krijgen voor dit doel. Er waren immers haast en doortastendheid geboden. Waarom dan niet regeren bij volmacht, waarbij het parlement voor een poosje buitenspel zou staan?

In de regeringscoalitie werd dit afgesproken. En het parlement? Dát liet zichzelf inderdaad voor de race naar de Europese muntunie buitenspel zetten. Het maakte zich medeplichtig aan de blinde fixatie op 'Maastricht'.

Maar ook vóór die beslissing was het parlement al een machteloze tijger. De parlementaire besluitvorming in België is een zeer gevoelig proces vanwege de Vlaamse en Waalse tegenstellingen.

Altijd weer opnieuw moeten 'evenwichten' worden gevonden, en dat gebeurt niet in het parlement, maar erbuiten - door de partijleiders. Als zij het onderling eens worden, is het voor de individuele parlementariërs vrijwel onmogelijk om nog een eigen koers te volgen. Het systeem creëert dus fracties van ja-knikkers. Dehaene is in dit spel steeds een ongeëvenaarde fixer gebleken.

Ook het Belgische parlement heeft dus verzaakt. De fragiele meerderheid van Vlaamse christen-democraten en socialisten aan de ene kant en Waalse socialisten en christen-socialisten aan de andere kant, is de ruggengraat van de regering-Dehaene. En voor deze coalitie-Dehaene bestaat geen serieus alternatief.

De liberale senator Guy Verhofstadt was onlangs voor de Antwerpse Kamer van Koophandel zeer somber over de 'Belgische ziekte' - het door schandalen en incompetentie uitgeholde gezag. Naar zijn mening halen zelfs de donkerste momenten van de gezagscrisis in Italië het niet bij wat in België aan de hand is.

Verhofstadts diagnose: 'België is doodziek.' En hij vervolgt: 'Wat zo onrustwekkend is, is niet dat een van de verklaringen ervoor echt helemaal fout is. Maar dat in elk van deze verklaringen de oorsprong van het kwaad wordt gezocht buiten het falen van het politiek systeem.'

De liberale senator beschuldigt Dehaene van demonisering, 'de klassieke strategie, die altijd al werd aangewend om het eigen falen te verdoezelen'. Verhofstadt: 'Het is een aantal kapitalisten, ketters of Walen dat aan de oorsprong ligt van ons ongeluk - niet het systeem, niet de structuren.'

Verhofstadt verwijt de regeringscoalitie van Dehaene dat zij haar eerste taak in de staat verwaarloost: het bieden van bescherming. Hij: 'Een staat die deze eerste en belangrijkste opdracht verwaarloost, is een staat die zijn legitimiteit verliest. Dat is het punt waarop we in België zijn beland. Daar loopt het grondig fout.'

Verhofstadt zou Verhofstadt niet zijn als hij niet ook het 'cliëntelisme' aan de schandpaal zou nagelen. Politie en gerecht hebben geen gebrek aan eigen financiële middelen; hun ware kwaal heet politisering.

Wie in België bij gerecht of politie een baan heeft, dankt haar én de eventuele promotie vrijwel altijd aan zijn politieke kleur. Verhofstadt: 'De partijkaart is het toegangsticket tot allerlei maatschappelijke diensten en voordelen.' En zo openen zich de deuren wagenwijd voor corruptie of, op zijn minst, stilzwijgen als het belang van de partij in het geding is.

Vooral Wallonië is in dit opzicht suspect. 'Moedertje Wallonië' ofwel de Parti Socialiste is er op allerlei niveaus van het maatschappelijk leven - van de wieg tot het graf - oppermachtig. Vechten om de macht in Wallonië is in feite vechten bínnen de Parti Socialiste. Van wijlen André Cools is de uitspraak: Quand on a le pouvoir, c'est pour en abuser - de macht heb je om er misbruik van te maken.

Vanwege haar feitelijke alleenheerschappij is zij dus in hoge mate verantwoordelijk voor de troosteloze verloedering en de armoede in Wallonië. Zij heeft geen creatief alternatief weten te vinden voor de neergang van Wallonië door de sluiting van de kolenmijnen en de staalcrisis.

Jean-Luc Outers merkte dezer dagen in Le Soir op: 'Dutroux lijkt niet te verdedigen, omdat hij het onuitsprekelijke heeft gepleegd. Maar omdat hij met ons in dat rampengebied van Henegouwen heeft geleefd, vertegenwoordigt hij iets waarvoor wij medeverantwoordelijk zijn.'

Afgelopen weekeinde congresseerde de Parti Socialiste in Spa. Le Soir noemde het 'het meest verlamde congres van de afgelopen twintig jaar'. Ideeën om de 'Belgische ziekte' te genezen waren er niet. Van de Waalse socialisten is er voorlopig weinig te verwachten, als het erom gaat schoon schip te maken in België. De koers van Jean-Luc Dehaene om België in de Europese muntunie te krijgen wordt onverminderd voortgezet.

Vandaar dat de Belgische vakbeweging zich maar in andere thema's vastbijt dan het gevecht tegen de sociale consequenties van het muntunie-beleid. Louis Smal, secretaris van de christelijke metaalbond in Luik: 'We krijgen te horen dat er niets anders opzit vanwege de mondialisering van de economie. Op de werkvloer wordt daarom juist des te meer over andere zaken gepraat - over de perikelen in het onderwijs, over de 'affaires', en over het falen van het gerecht en de politie.'

Smal gaat niet zover om te spreken van het failliet van de Belgische staat. Hij heeft het over een forse 'bestuurscrisis'. Maar, waarschuwt hij, als er niet snel iets gebeurt, komt de staat in gevaar.

Naar zijn idee gebeurt momenteel het omgekeerde van mei 1968. Werd er bijna dertig jaar geleden immers niet gedemonstreerd voor meer vrijheid - de seksuele bevrijding, en het openzetten van de gevangenisdeuren. Smal: 'Anno 1996 gaan we weer de straat op. Maar nu om de boeven weer op te sluiten. Het volk wil weer meer moraal.'

Voor de toenemende criminaliteit heeft hij een maatschappelijke verklaring. 'Er zijn vandaag de dag heel wat kinderen die hun vaders nooit anders hebben meegemaakt dan werkloos. In Luik bijvoorbeeld zijn er 110 duizend werklozen op de 670 duizend inwoners, en van de werklozen is 35 procent onder de 35 jaar. Op die manier banen wij voor extreem-rechts een autoweg van wel tien rijstroken.'

De Leuvense hoogleraar Felice Dassetto zoekt de oorzaken van de Belgische crisis in de kloof tussen aan de ene kant de nieuwe regerende klasse - rationeel, technocratisch en mondialiserend - en anderzijds het volk, dat sinds de jaren zestig droomt van 'de utopie van een participerende democratie'.

Technocraten als Dehaene hebben deze droom wreed verstoord - vooral door hun argument van de 'mondialisering'. Dat wil zeggen, redeneert Dassetto, dat de politieke spelregels voor onze samenleving elders worden gemaakt. Ten langen leste vraagt het volk zich dan hulpeloos af waartoe alles nog dient. Het geeft de moed op. Conclusie van Dassetto: 'En zo is de Siciliaanse mafia in de 19de eeuw ontstaan.'

Revolte der tranen eerst, nu het verbitterde protest met de voeten. Het Belgische onbehagen kent vele oorzaken. Maar het gebruikt voorlopig het vermolmde justitie-apparaat als Kop van Jut. Buitenstaanders begrijpen dat niet erg goed. Jean Quatremer, de Brusselse correspondent van de Franse krant Libération, bijvoorbeeld. Hij verbaast zich hogelijk over de volkswk El Pais betwijfelt het voortbestaan van België: het land lijkt 'een snelkookpan, die te klein is om de zware druk te doorstaan'.

We hebben de jongste dagen gezien hoe brandweerlieden Paleizen van Justitie in België stonden schoon te spuiten, als teken van protest. O ironie! Zij maakten zich exact schuldig aan hetzelfde als waartegen zij in België nu zo protesteren - de boel naar buiten schoonhouden, terwijl de binnenkant wegrot.

Jos Klaassen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden