Boycotten of inkapselen?

Wat gebeurt er als populisten eenmaal zijn doorgebroken? Grijpen ze de macht, of blijven ze liever invloed uitoefenen vanaf de zijlijn?...

Het Front National veroverde in 1995 vier burgemeestersposten bij de Franse lokale verkiezingen. En, om met PVV’er Sietse Fritsma te spreken, de burgemeesters voerden een beleid waar de gevestigde orde ‘helemaal gek’ van werd. In Marignane werd de linkse krant Libération uit de openbare bibliotheek verwijderd. De leeszaal mocht geen boeken van Sigmund Freud meer aanschaffen, wel werken waarin de Holocaust werd ontkend.

In Vitrolles beloofde de burgemeester aan elke ‘Franse’ (blanke) moeder die een kind zou baren een cheque van 500 francs: een maatregel die overigens ongrondwettelijk bleek. Voorts werden 150 ambtenaren ontslagen, alsmede de directeur van een bioscoop die zou brutaal was geweest een film over homoseksualiteit en aids te vertonen.

Frankrijk is anders dan Nederland, de PVV is geen Front National. Toch vormen de gebeurtenissen in Marignane en Vitrolles een schrikbeeld. Wat gebeurt er als populisten aan de macht komen? Slaan ze wild om zich heen, schrappen ze alle cultuursubsidies, zitten ze iedereen dwars die ze links of anderszins onwelgevallig vinden?

In de praktijk valt het doorgaans mee, zegt politicoloog Sarah de Lange van de Universiteit van Amsterdam. Ze promoveerde twee jaar geleden op het proefschrift From Pariah to Power, over de regeringsdeelname van rechtse populisten in Nederland, Oostenrijk, Italië, Denemarken en Noorwegen. Soms blazen populisten zichzelf op, als ze tot de regering toetreden, zoals de LPF in Nederland en de FPÖ in Oostenrijk. Maar soms blijven ze lange tijd meeregeren, zoals de Lega Nord in Italië.

Zeker op lokaal niveau kunnen populistische partijen ‘getemd’ worden door het dragen van verantwoordelijkheid. Zo was Leefbaar Rotterdam tussen 2002 en 2006 een constructieve, normale deelnemer aan het stadsbestuur.

In alle gevallen oefenen populisten echter een grote invloed uit. ‘Als een oppositiepartij erg groot wordt, kan zij niet meer genegeerd worden’, zegt De Lange. ‘Ook als er een cordon sanitaire omheen gelegd wordt, zoals om het Vlaams Belang in Vlaanderen, worden populistische standpunten in zekere mate overgenomen door andere partijen. Immigratie en integratie zijn in West-Europa centrale thema’s geworden voor alle partijen.’

Opvallend genoeg was deze ‘ruk naar rechts’ het sterkst in Nederland en Denemarken, landen die juist te boek stonden als liberaal, open en tolerant. In beide landen zijn de populisten plotseling doorgebroken, zegt De Lange, ‘als een dijkdoorbraak van opgekropte spanningen’. Daardoor reageerden de gevestigde partijen heftiger dan in andere landen. Meer dan in België of Frankrijk namen de middenpartijen populistische thema’s over, in de hoop de nieuwkomers de wind uit de zeilen te halen.

De macht stelt de populisten voor een dilemma. Ze zijn groot geworden door zich op te stellen als buitenstaanders die lak hebben aan ‘de elite’. Maar als ze gaan regeren, worden ze deel van de gevestigde orde. Hun radicale beloften zullen op de weerbarstige werkelijkheid stuiten. Bovendien laat de publicitaire provocatie, de zuurstof van het populisme, zich moeilijk combineren met het dragen van regeringsverantwoordelijkheid.

De PVV worstelt zichtbaar met dit vraagstuk. Geert Wilders zond de afgelopen weken tegenstrijdige signalen uit. In De Telegraaf zei hij bereid te zijn tot compromissen, behalve op het punt van de AOW. ‘Terwijl hij weet dat CDA en VVD daar juist sterk aan hechten’, zegt De Lange. Vervolgens presenteerde hij een verbod op hoofddoekjes in overheidsgebouwen als inzet van de collegeonderhandelingen in Den Haag en Almere, een ideologisch plan dat op enorm verzet bij andere partijen stuit en juridisch niet houdbaar lijkt.

Wat wil de PVV? De Lange: ‘Ik denk dat de PVV nog niet kan regeren. Het aantal capabele mensen in de partij is te beperkt. Als Wilders als een ministeriabel team op de been kan brengen, houdt hij niemand over voor de fractie. Hij is zich ook bewust van dat probleem. Daarom deed hij bij de gemeenteraadsverkiezingen maar mee in twee plaatsen, met lijsttrekkers die hij volkomen kon vertrouwen.’

Bovendien zou de basis voor een coalitie van CDA, VVD en PVV wankel zijn. Volgens de laatste peilingen zou het aantal zetels rond de 75 schommelen. Dat is weinig voor elke regering, maar zeker voor een experiment met de populisten.

Jörg Haiders FPÖ heeft er ook lang over gedaan om tot de regering toe te treden. Begin jaren negentig was er al een meerderheid voor rechts in Oostenrijk. Maar Haider durfde het experiment niet aan, ook omdat hij wist dat hij incalculeerde dat hij stemmen zou verliezen als hij zou gaan regeren. Haider wilde eerst groter worden, een flinke buffer opbouwen.

Er is echter een uitweg uit het strategisch dilemma waar Wilders mee worstelt. Die wordt gewezen door de Deense Volkspartij (DF), in menig opzicht een voorbeeld voor de PVV. De DF zit zelf niet in het kabinet, maar verleent sinds 2001 parlementaire steun aan een minderheidskabinet van conservatieven en liberalen. In Nederland zou de PVV een minderheidskabinet van CDA en VVD kunnen steunen, dat harde maatregelen neemt op het gebied van immigratie en veiligheid. Die kan de PVV als overwinning claimen. Tegelijkertijd blijft de partij immuun voor de risico’s van het regeren: de uitglijders, de mislukkingen, de beloften die niet kunnen worden waargemaakt.

De Deense Volkspartij voelt zich zeer comfortabel in deze positie, zegt politicologe Susi Meret van de Universiteit van Aarhus. ‘Ze hebben een grote invloed op de regering, maar ze bewaren hun onafhankelijkheid en blijven zich profileren als een alternatief voor de gevestigde orde. Ook kunnen ze extreme standpunten blijven innemen, zoals het weren van hoofddoekjes in publieke gebouwen.’

Onder invloed van de DF behoort de Deense immigratiewetgeving tot de strengste ter wereld. De asielregels zijn aangescherpt en immigranten hebben de eerste zeven jaar van hun verblijf geen recht op een volledige uitkering. Deense burgers kunnen slechts trouwen met iemand uit een niet-EU land als beide echtelieden ouder zijn dan 24 jaar, aan een inkomenstoets voldoen en de Deen het afgelopen jaar geen uitkering heeft genoten. Ook moeten ze een borg van duizenden euro’s storten.

Op lokaal en regionaal niveau heeft de DF minder gescoord, ongeveer 8 procent van de kiezers tegenover 13 procent bij de landelijke verkiezingen. Stadsbesturen houden zich vooral bezig met praktische zaken, die zich niet zo lenen voor een ideologische benadering. Toch weet de DF schijnbaar onbeduidende kwesties inzet te maken van een heftige culturele strijd. Meret: ‘De kinderdagverblijven gaan maaltijden verstrekken. De DF wil dat er geen halal voedsel wordt geserveerd. Alle kinderen moeten Deens eten krijgen, inclusief varkensvlees.’

Het steunen van een minderheidskabinet zou een uitkomst zijn voor de PVV. Minderheidskabinetten passen echter helemaal niet in de Nederlandse traditie, zegt De Lange. In Scandinavië zijn ze heel gewoon, in Nederland worden ze gezien als onvolwaardige en instabiele kabinetten. Maar door de versplintering van het politieke landschap wordt het formeren van een meerderheidskabinet in Nederland steeds moeilijker. Een rechts minderheidskabinet met parlementaire steun van de PVV komt daarmee dichterbij.

Ook tegenstanders van het populisme worden voor een dilemma geplaatst door de groei van partijen als de PVV? Moeten ze de lawaaierige nieuwkomers boycotten of inkapselen? Wat werkt het beste: een cordon sanitaire of een coalitie waarin de populisten kleur moeten bekennen. De voorbeelden van de LPF en de FPÖ stemmen de voorstanders van een coalitie met populisten optimistisch. Populistische partijen gaan tot zelfontbranding over, geloven zij, als ze tot een regering toetreden. Ze missen de ervaring en de politieke professionaliteit, ze kunnen hun beloften niet waarmaken en raken net als andere partijen verwikkeld in schandaaltjes en affaires.

Dat gebeurde in Oostenrijk: de partij van Haider maakte zich binnen twee jaar onmogelijk door incompetentie en aanhoudende ruzies. Dit gaat echter niet in alle gevallen op. Het is geen natuurwet dat populisten niet kunnen regeren. Jörg Haider was lange tijd een omstreden, maar door veel mensen gewaardeerde gouverneur van de Oostenrijkse deelstaat Karinthië. Bovendien kunnen populisten leren. Het eerste kabinet-Berlusconi hield het maar zeven maanden vol, het tweede kabinet vijf jaar.

In Italië weet de Lega Nord op een handige manier het regeren te combineren met actievoeren. Zo lieten activisten van de Lega Nord in Padua varkens los op een terrein waar een moskee gebouwd zou worden. Een lokale bestuurder pleitte voor het verbieden van kebabtentjes. Een burgemeester beloofde zijn gemeente een ‘witte Kerst’ door voor 25 december te controleren of de vreemdelingen in zijn gemeente wel legale papieren hadden. Senator Roberto Calderoli beweerde dat de Italianen bij het WK voetbal van 2006 een ‘politieke overwinning’ hadden geboekt op de Fransen, die ‘hun identiteit hadden opgeofferd door zwarten, moslims en communisten te selecteren’. Natuurlijk is de ruimte voor zulke capriolen in het Italië van Berlusconi veel groter.

Is het dan effectiever een cordon sanitaire aan te leggen? Daarover zijn de meningen verdeeld. Politicoloog Sarah de Lange gelooft er niet in. ‘Bij de laatste verkiezingen heeft het Vlaams Belang verloren. De voorstanders van het cordon zeggen: zie je wel, als je maar volhoudt. Maar in de tussentijd is er veel veranderd in Vlaanderen. Er is een nieuwe populistische partij op het toneel verschenen, de lijst De Decker, die minder extreem is dan het Vlaams Belang, maar zich ook tegen het establishment keert en een strenge aanpak van immigratie bepleit’, aldus De Lange.

Een cordon sanitaire biedt grote voordelen voor de uitgesloten partij. De Lange: ‘Het wordt heel gemakkelijk de underdog uit te hangen en meer te beloven dan je kunt waarmaken. Je hoeft toch geen verantwoordelijkheid te dragen.’

Daar staat tegenover dat een boycot kiezers kan frustreren. Waarom zou je stemmen op een partij die toch nooit aan de macht komt? Daarom kan zo’n boycot wel degelijk effectief zijn, gelooft politicoloog Joost van Spanje van de Universiteit van Amsterdam. Vorig jaar promoveerde hij op een studie waarin hij 46 communistische en anti-immigratiepartijen bekeek in 15 Europese landen in de naoorlogse periode. Zijn conclusie: geboycotte partijen deden het gemiddeld iets slechter dan niet-geboycotte partijen.

Een goed voorbeeld is de Nederlandse CPN die decennialang als een paria werd behandeld en altijd een sektarische splinter bleef. De verschillen tussen geboycotte en niet-geboycotte partijen zijn echter klein, erkent Van Spanje. Bovendien is zijn onderzoek grotendeels op het verleden gebaseerd. Een communistische partij uit de jaren vijftig laat zich niet zo maar vergelijken met een populistische partij uit het internettijdperk.

Voor populisten is het steunen van een minderheidskabinet veruit de aantrekkelijkste optie. Regeren is riskant, maar niet per definitie een onbegaanbare weg.

Over de beste strategie voor de gevestigde partijen zijn de meningen verdeeld. Sommigen geloven in een lang vol gehouden cordon sanitaire. Anderen zien meer in een coalitie met populisten. De juiste keuze is sterk afhankelijk van de omstandigheden, waarbij de politieke kwaliteiten van de leiders, zowel bij de populisten als bij de gevestigde partijen, een belangrijke rol spelen.

Volgens politicologe Sarah de Lange zijn de verschillen echter betrekkelijk. Of populisten regeren of niet, ze blijven invloedrijk. Ze maakt een vergelijking met de communisten uit de naoorlogse tijd. De opbouw van de verzorgingsstaat in West-Europa valt niet los te zien van de angst voor het communisme. In landen als Frankrijk en Italië haalden de communisten soms een kwart van de stemmen. Sociaal-democraten, maar ook rechtse partijen, hielden daar rekening mee. Later hadden de groene partijen een grote invloed op het milieubeleid, hoewel ze maar zelden in de regering zaten.

Zo gaat het ook met de populisten. Ze dwingen de middenpartijen tot een straf beleid op het gebied van veiligheid en immigratie. De Lange: ‘Vanuit het perspectief van de kiezer is het nuttig op een extreme partij te stemmen. Je trekt het beleid jouw kant uit, of de partij nu gaat meeregeren of niet. Uit onderzoek blijkt dat veel PVV-kiezers dat ook willen. Ze vinden Wilders te extreem, maar hopen wel dat het beleid die kant op gaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden