Boycot met zelfontbranding

Het gevaar van intolerantie en censuur

Bedrijven boycotten die met Israël samenwerken blijkt effectief. Maar de beweging die ook artiesten wil treffen, begeeft zich op glad ijs.

De zanger Matisyahu op het Rototom Sunsplash-festival. aanvankelijk mocht hij er niet optreden, omdat hij zich niet uitsprak voor het recht van Palestijnen op hun eigen staat. Foto BIEL Alino / AFP

Of hij even wilde laten weten waar hij stond in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Om preciezer te zijn: of hij het recht wilde erkennen van de Palestijnen op hun eigen staat. Zou Matisyahu dat doen, dan was de Joods-Amerikaanse muzikant van harte welkom op het Rototom Sunsplash-festival bij het Spaanse Valencia.

De festivalorganisatie verzocht Matisyahu hierom nadat de actiegroep BDS País Valencià erop had aangedrongen zijn optreden te schrappen. De groep is onderdeel van de beweging die sinds 2005 wereldwijd campagne voert voor Boycott, Divestment and Sanctions tegen Israël. Een boycot tegen Matisyahu zou volgens de beweging gerechtvaardigd zijn omdat hij heeft opgetreden op een fundraising-evenement voor het Israëlische leger, in interviews oorlogsmisdaden door Israël zou hebben goedgepraat en in zijn teksten illegale nederzettingen zou hebben toegejuicht.

Kennelijk was Rototom Sunsplash - dat veel aandacht besteedt aan mensenrechtenkwesties - niet geheel overtuigd door de onderbouwing van die beschuldigingen, gezien het verzoek aan Matisyahu om een duidelijke positie in te nemen. Hij weigerde, Rototom trok de uitnodiging in, en de vlam sloeg in de pan.

Matisyahu steekt zijn Joodse identiteit niet onder stoelen of banken. Door juist hem aan te spreken maakte de BDS-beweging zich kwetsbaar voor het verwijt van antisemitisme. Joodse lobbyorganisaties als The World Jewish Congress zeiden inderdaad precies dat, de Spaanse krant El País sprak in een commentaar van 'politieke en religieuze discriminatie' en de Spaanse regering veroordeelde het schrappen van het optreden. Waarna Rototom hem weer uitnodigde en de BDS-beweging de kwaaie pier was. Zo schreef columniste Elma Drayer in de Volkskrant: 'Het incident bewijst eens te meer dat de grens tussen antizionisme en antisemitisme flinterdun is - ook al schreeuwen BDS-activisten nog zo hard dat dit twee héél verschillende sentimenten zijn.'

Dat verwijt keerde terug in media over de hele wereld. Omar Barghouti, een van de oprichters van de BDS-beweging, is er kort over: 'Onzin.' Per e-mail laat hij vanuit Ramallah weten dat de boycot tegen Matisyahu is ingegeven door diens acties en uitspraken, die Barghouti 'onverdraagzaam en racistisch' noemt. 'En Joodse onverdraagzame racisten verdienen dezelfde behandeling als niet-Joodse onverdraagzame racisten.'

Als het niet om Matisyahu's identiteit ging, had de BDS-beweging hem dan proberen te weren wegens zijn opvattingen - terwijl de organisatie zegt te staan voor de vrijheid van meningsuiting? Of laat de poging vooral zien dat een bedrijfsboycot veel eenvoudiger ligt dan een culturele boycot, waarbij de perceptie 'andersdenkenden gemuilkorfd' altijd op de loer ligt?

Onweerlegbaar

Bij de boycot tegen bedrijven is de werkwijze van de BDS-beweging simpel: de activisten tonen - op basis van jaarverslagen, registers van de Kamer van Koophandel en andere officiële documenten - dat een bedrijf profiteert van een bezetting die door de Verenigde Naties als illegaal is bestempeld. Die feiten zijn onweerlegbaar, en daarmee rechtvaardigt de beweging haar boycot.

Internationaal heeft de BDS-beweging haar pijlen bijvoorbeeld gericht op het Franse nutsbedrijf Veolia, dat betrokken was bij de sneltram in Jeruzalem. Het spoor verbindt enkele illegale nederzettingen met de stad en is gedeeltelijk in bezet gebied gebouwd. In Nederland richtte de BDS-beweging zich op de voorgenomen samenwerking van waterleidingbedrijf Vitens met het Israëlische bedrijf Mekorot, dat medeverantwoordelijk is voor het drinkwaterbeleid in Israël - waarvan Amnesty International de kwalijke gevolgen voor de Palestijnse gebieden heeft gedocumenteerd.

Zo'n zakelijke boycot, zegt Adri Nieuwhof, in Nederland betrokken bij de BDS-beweging, leent zich uitstekend voor voorlichting over de situatie van de Palestijnen. 'Als je doelen kiest, moet je nadenken over welk verhaal je kunt vertellen. Met zo'n bedrijf kun je illustreren hoe het mechanisme van de bezetting werkt.'

Foto AFP/Getty Images

Verhit

Een culturele boycot ligt gevoeliger, aldus Nieuwhof, in de jaren tachtig ook actief bij de boycot van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. 'Bij bedrijven is het zakelijk: ze maken winst ten koste van anderen. Cultuur is van ons allemaal. Daarbij raakt het debat al snel verhit. Dan is de uitdaging vast te houden aan je verhaal.'

Volgens de BDS-richtlijnen boycot de beweging alleen Israëlische instituties die cultuur als propaganda gebruiken om een beeld te creëren van een normaal land, een strategie die onderdeel is van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Die boycot strekt zich uit tot optredens mogelijk gemaakt door deze instituties (doorgaans met financiering), los van de inhoud. Zo onderbraken Nederlandse BDS-activisten een jaar geleden in Amsterdam een optreden van de actrice Lia Koenig - de Israëlische overheid had het gefinancierd en op de flyer stond 'Be there to support Israel'.

In zo'n geval is de vraag of het onderscheid altijd duidelijk is tussen de artiest en degene die diens optreden faciliteert. Zou Koenigs publiek het gevoel hebben gehad dat de onderbreking gericht was tegen de staat Israël? Of bleef het beeld hangen van intolerante activisten die het gemunt hadden op een Israëlische artiest die daar op persoonlijke titel was? Wat aan dat laatste beeld kan bijdragen was de uitleg van een van de actievoerders in NRC Handelsblad: 'Koenig heeft zich niet uitgelaten over het Israëlisch-Palestijnse conflict, maar ze spreekt zich ook niet uit tegen het beleid van de Israëlische regering.'

Nog ingewikkelder wordt het in de zaak-Matisyahu. Om te beginnen benadrukt Barghouti dat het BDS National Committee - belast met de dagelijkse leiding van de BDS-campagne - 'NIET heeft opgeroepen tot een boycot van deze racistische artiest'. Dus de Spanjaarden die BDS in hun naam dragen, hebben op eigen houtje een artiest de mond proberen te snoeren die dat niet had verdiend?

Nee, zegt Barghouti, er is nog een vorm van boycot mogelijk. Die staat omschreven op de websites van de beweging: een boycot ingegeven door het 'gezond verstand' van 'gewetensbewuste' burgers, als ze menen dat iemand bijvoorbeeld schendingen van het internationaal recht steunt. Die vage omschrijving maakt wel heel veel boycots mogelijk. 'We staan voor vrijheid van meningsuiting', aldus Barghouti. 'Maar als die verwordt tot het aanmoedigen van rassenhaat, geweld, oorlogsmisdaden, dan kunnen er gronden zijn voor een boycot door burgers, die niet binnen de richtlijnen vallen van de institutionele boycot waartoe BDS oproept.'

Dus de boycot van Matisyahu valt volgens Barghouti niet binnen de richtlijnen van de beweging, maar is wél gerechtvaardigd? Ingewikkeld. En wie bepaalt of iemand racistisch is, of oproept tot geweld? In dit geval was dat oordeel niet eenduidig, gezien het verzoek aan Matisyahu om zijn positie te verduidelijken.

Lakmoesproef

Het had veel weg van een lakmoesproef: bewijs maar dat je aan de goede kant staat voor je ergens een liedje mag zingen. Ook daar is de BDS-beweging faliekant tegen, laat Barghouti weten, 'want dat ruikt naar McCarthyisme', naar de heksenjacht op communisten door de Amerikaanse senator McCarthy in de vorige eeuw. Wederom geldt: het is wél gebeurd.

Dat Matisyahu oorlogsmisdaden zou goedpraten is een wel heel ruime uitleg van de passage uit een interview uit 2010 waarin hij begrip uit voor de Israëlische aanval op de Gaza Freedom Flotilla, waarbij negen activisten werden gedood. Zijn 'aanmoedigen van oorlogsmisdaden' is een interpretatie van de passage uit een van zijn nummers waarin hij zingt: 'I'm dropping bombs on your moms', zonder specifiek de Palestijnen te noemen. En bij 'punt e' van de opsomming waarmee de actiegroep de boycot rechtvaardigt, wordt het bijna komisch: 'Matisyahu's tekstschrijver is zelf een kolonist in een illegale nederzetting op de Westbank.'

Het beeld dat blijft hangen: als de BDS-beweging je 'fout' vindt, kun je worden geboycot. In Spanje leidde dat tot wat campaigners tegenwoordig het meest vrezen: het internet en de sociale media keerden zich ineens tegen BDS, met alle imagoschade van dien. 'Ze zijn erin gelopen', zegt Adri Nieuwhof over de zaak-Matisyahu. 'Dat is onderdeel van het spel, waarbij de tegenstander probeert jou je agenda uit handen te slaan.'

Doelen boycotbeweging onder een vergrootglas

Noam Chomsky, van wie bekend is dat hij sympathiseert met de Palestijnen, is een prominent criticus van de BDS-beweging. Met de eerste doelstelling ervan, Israël bewegen tot het respecteren van het internationaal recht, stemt hij in. Met de andere twee niet. Hij denkt dat nastreven van gelijke rechten voor Palestijnen de beweging vatbaar maakt voor kritiek (waarom geen gelijke rechten voor zwarte Amerikanen?) en ziet internationaal geen 'betekenisvolle steun' voor de terugkeer van alle Palestijnse vluchtelingen. Een andere criticus is Norman Finkelstein (auteur van De Holocaust-industrie).

Ze zegt dat een culturele boycot net zo helder kan worden uitgelegd als een zakelijke en pleit ervoor dan dezelfde grondigheid aan de dag te leggen als bij bedrijven: doe onderzoek, kom met documenten, toon ondubbelzinnig aan dat Israël cultuur inzet om zichzelf te 'greenwashen' en ondertussen zelf censuur pleegt.

In het geval van Matisyahu: hij heeft opgetreden op een benefietconcert voor het Israëlische leger. Nieuwhof: 'Had de boycot-oproep daarbij gehouden.' BDS País Valencià voerde dat argument wel aan, maar dat ging ten onder in het felle debat over het verzoek aan Matisyahu om zich politiek uit te spreken. Een strategische fout dus. Maar kennelijk ook het risico dat een culturele boycot met zich meebrengt.

Een week later kwam het nieuws dat het Noorse documentairefestival Human Rights Human Wrongs een film van de Israëliër Roy Zafrani weigerde, met de culturele boycot als argument. Terwijl Zafrani zijn film zelf heeft gefinancierd en die ook niet namens de Israëlische overheid had ingestuurd. Hier leek sprake van een verkeerde uitleg van de BDS-richtlijnen, en wederom werd de indruk gewekt: de culturele boycot is er vaak een van intolerantie en censuur.

Meer over