Boy-scout

Wat u nog zou moeten lezen, luisteren en proeven volgens (inter)nationale

grootheden. Deze maand: dj Boy George.

Die man daar aan dat tafeltje bij het raam, in het restaurant van het Amsterdamse American Hotel, is dat écht Boy George? Honkbalpet, capuchontrui, getrimd baardje. Voor hem staat een fles bronwater. Het is hem echt, George Alan O'Dowd (52). Het mag ongelooflijk heten dat hij er zo patent uitziet en naar Amsterdam is gekomen om met journalisten te praten over een alleszins behoorlijk nieuw album: This Is What I Do.


Eind 2010 was hij voor het laatst te zien in Nederland. Hij zong een paar grote hits van zijn jarentachtiggroep Culture Club en wat covers, waaronder Elvis Presleys Always On My Mind, tijdens het orkestrale spektakel Night of the Proms in het Gelredome in Arnhem.


Dat was 'in een andere fase', zoals hij zelf zegt, gniffelend en met gevoel voor understatement. Hij had net een celstraf uitgezeten wegens 'false imprisonment' (gijzeling) van een gigolo, hij zag eruit als een pafferige Engelse hooligan met een hoedje en een laag make-up en hij zong vals als een kraai.


Boy George was een gevallen popster. Dat kwam nooit meer goed.


'Het zag er niet uit en het klonk voor geen meter', zo weet hij zelf ook, maar toch geeft hij hoog op van Night of the Proms. Een grootschalige schnabbel voor has-beens? Niks ervan: 'Het is een fantastisch evenement dat me terug in het zadel heeft geholpen. Het publiek was aardig voor me, ik voelde me enorm aangemoedigd en ging ter plekke weer van mijn oude hits houden. Meteen na die reeks optredens ben ik nieuwe songs gaan schrijven en, ook belangrijk, gestopt met roken, waardoor ik nu weer goed kan zingen.'


This Is What I Do is een album van een man die weer weet waarmee hij bezig is. Rechtstreekse vragen over zijn verslavingen en veroordelingen wuift hij met een ondeugend lachje weg, maar al pratend verwijst hij er wel regelmatig naar en draait er dan niet omheen. 'Iedereen heeft gelezen over de fouten die ik heb gemaakt en de berichten waren allemaal juist. Maar dat is verleden tijd.'


Nu zit hij hier, terug in het land van de 'Proms': vriendelijk, goedlachs, vol zelfspot, 'clean, volwassen en gelukkig'. En opvallend slank.


A.


'Ik ben een fanatieke amateurkok en geobsedeerd door gezond eten. Ik kijk naar kookprogramma's op tv en probeer dan een gezonde variant van de recepten te maken: Koreaanse bruine rijstsiroop in plaats van suiker, geen vet, geen gluten.


'Hoe lekker veganistisch eten kan zijn, bewijzen ze in de inSpiral Lounge in de Londense wijk Camden Town. Ze zijn er vooral gespecialiseerd in eten dat je je bijna niet rauw en glutenvrij kunt voorstellen, zoals banoffee pie (banaan-karameltaart, red. ) en cheesecake. Maar het kan en ze weten het ook nog gruwelijk lekker te maken.


'Thuis waren we met zes kinderen en we hadden het niet breed. Engeland, jaren zeventig, weinig culinaire hoogstandjes. Courgette at ik voor het eerst toen ik 19 was. Ik was al bijna volwassen toen ik voor het eerst naar een restaurant ging.


'Toen we doorbraken met Culture Club, ging ik voor het eerst Engeland uit. Naar België. We werden door iemand van het label meegenomen naar een Indonesisch restaurant: dat was mijn eerste exotische eetervaring, afgezien van buitenlandse schotels die bijna Engels zijn, zoals curry en pizza.


'Sinds die reis ben ik altijd erg met eten bezig geweest en ook wel met gezond eten, maar er zijn goedgedocumenteerde perioden in mijn leven geweest dat ik niet zo erg zuinig op mijn lichaam was.


'Mijn sterrenbeeld is Tweelingen, wij zijn mensen van extremen. Als ik gezond eet, ga ik daar helemaal in op, maar ik kan mezelf ook vol overgave de vernieling in helpen. Ik ben gevoelig voor verslavingen, maar de laatste jaren ben ik alleen verslaafd aan gezond, rauw voedsel. Dat heeft vreselijk veel zelfbeheersing gevergd, maar het heeft me geluk gebracht en nu gaat het vanzelf. '


B


'Gelukkig zijn is een keuze, daarvan ben ik overtuigd geraakt. De club en concertzaal KOKO in Londen zijn voor mij het symbool van die overtuiging. De zaal is mijn favoriet, al is het veelzeggend dat ik me dat onlangs ben gaan realiseren, terwijl ik er al bijna mijn hele leven kom.


'In de jaren zeventig heette het The Music Machine en ging ik er stappen. Daarna werd de naam veranderd in Camden Palace en werd het een belangrijke New Romantics-club annex -podium en trad ik er op met Culture Club en later ook als dj. Sinds 2004 heet het KOKO en heb ik er een paar keer opgetreden als soloartiest.


'Onlangs deed ik er een van de beste en leukste solo-optredens die ik ooit heb gedaan: álles viel op zijn plek, zowel technisch als qua sfeer. Ik zong goed, het publiek was geweldig, ik had me in jaren niet zo heerlijk gevoeld. Plotseling zag ik de blije gezichten van het publiek en de schoonheid van de zaal zelf, het Victoriaanse interieur, de balkons.


'Zeven jaar eerder beleefde ik er een rampzalige avond: ik was een wrak, voelde niets bij wat ik deed, heb mijn publiek de hele avond niet gezien en had ook totaal geen oog voor al die schoonheid. Ik bedoel maar: je hebt het zelf in de hand. Op een gegeven moment kun je niet langer de omstandigheden de schuld geven, of je ouders, maar moet je jezelf een schop geven en er iets van maken.'


C


'Popster voel ik me al lang niet meer. Ik scoor geen grote hits meer en geen mens koopt nog een album, platen maken doe ik alleen omdat ik het leuk vind. Muziek schrijven en zingen zijn mijn hobby's; dj'en is mijn beroep, sinds 1987. Daar verdien ik meer mee dan met zingen.


'Mijn carrière als dj is een geschenk uit de hemel. Ik heb daardoor nooit in het verleden hoeven leven, het was financieel nooit nodig om mijn hits uit de jaren tachtig te blijven herkauwen. Mijn Culture Club-verleden kon ik zo lang laten rusten als ik wilde. Nu vind ik het leuk om dat werk weer te omhelzen.


'Ik ben veelgevraagd en verdien goed omdat ik Boy George van Culture Club ben, maar als dj ben ik aardig underground: ik draai veel deep house en tech house. Ik ben een ouderwetse dj. Weliswaar draai ik geen vinyl meer, maar usb-sticks, want dat gesleep met die platentassen was ik echt beu, maar ik gebruik decks en nog altijd geen computer.


'De nieuwe tracks van Paul C & Paolo Martini en Nora En Pure zitten de laatste tijd altijd in mijn set, net als Basement van mijn eigen producersproject RetroPhobia. Die track gaat over house zoals het vroeger was, toen het nog echt om de muziek draaide. Tegenwoordig staat iedereen met zijn telefoon te wapperen. In de Verenigde Staten is het het ergst, daar is iedereen bezig filmpjes te maken van dansende mensen, waardoor soms bijna niemand meer danst.


'Ik kwam als dj ook veel in Amsterdam, in clubs als RoXY en iT. Dan logeerde ik bij dj en producer Eddy De Clercq (Vlaams-Nederlandse pionier van de Nederlandse dance-cultuur, red.). Die heeft me rond 1990 veel houseplaten aangereikt met invloeden uit de Arabische muziek.'


D


'Dit jaar las ik de autobiografie van Danny Baker. Kennen jullie die in Nederland? Hij was jarenlang radio-dj bij de BBC. Ik keek in de jaren zeventig en tachtig enorm tegen hem op, omdat hij zo veel van muziek wist en er zo ongelooflijk gepassioneerd over sprak. Vroeger was hij popjournalist bij New Musical Express en sportcolumnist bij The Times. Een grappige, welbespraakte man.


'Baker is een paar jaar ouder dan ik, maar we groeiden in dezelfde wijk op, in Zuidoost-Londen. Ik heb nog nooit zo'n geestige en aanstekelijke autobiografie gelezen over zo'n gelukkig leven. De meeste autobiografieën gaan over ongelukkige levens en moeten het qua lezenswaardigheid hebben van worstelingen en tegenslagen.


'Ik herken veel in Bakers verhaal. Zijn vader doet me erg aan de mijne denken: een grote, dominante man met een vrouw aan zijn zijde in wie ik mijn moeder herken, een stoere, sterke vrouw.


'Mijn moeder is de heldin van mijn leven. Ik kan met haar over alles praten. Nou ja, over bijna alles, want ze heeft niet aan alle details behoefte. Het arme mens heeft zich veel zorgen gemaakt over haar zoon, maar toch ben ik dankzij haar het rechte pad nooit definitief uit het oog verloren. Als je op jonge leeftijd een beroemde popster wordt, blijf je langer kind, omdat alles voor je wordt geregeld. Toch ben ik nooit een Michael Jackson-geval geworden: ik heb altijd genoeg mensen om me heen gehad die op gezette tijden tegen me zeiden dat ik even gauw normaal moest doen. Van al die mensen is mijn moeder de belangrijkste.'


E


'De belangrijkste artiest uit mijn leven? Geen twijfel: David Bowie, met Marc Bolan van T. Rex als goede tweede. Ze staan op mijn armen getatoeëerd: Bolan links, Bowie rechts.


'Mijn oudere broer was Bowie-fan. De eerste plaat die ik uit zijn kamer hoorde klinken was The Man Who Sold The World. Ik was meteen gebiologeerd, maar echt fan werd ik een paar jaar later. Bowie werd wat meer camp, wat meer glam en mijn broer vond dat maar niets. Hij werd fan van Alice Cooper en The Faces en ik mocht zijn oude Bowie-platen hebben. Daar zat Hunky Dory bij, mijn absolute favoriet. Ik heb die plaat afgespeeld tot het bloed uit de groeven kwam.


'Ik was helemaal verzot op die campy kant van Bowie: de kostuums, de personages, de make-up, Ziggy. Het veranderde mijn leven. Het was de geboorte van Boy George in menig opzicht. Wat ik van Bowie heb geleerd? Dat je als artiest een beetje een mysterie moet blijven. Niet te veel uitleggen, laat mensen maar raden wie je bent.


'Als tiener wilde ik zijn zoals Bowie - en eigenlijk is dat nog steeds zo. Als ik een keuze moet maken, stel ik mezelf vaak de vraag: hoe zou David Bowie dit doen? Dat heeft met waardigheid te maken. Bowie is mijn waardigheidslakmoesproef.'


F


'Ik heb mijn waardigheid hervonden, denk ik. Daar heb ik hard voor moeten werken. Het vertrekpunt van dat proces was: professioneler zijn. Ik kom nu op tijd, ik haal het beste uit mezelf, ik wil goed zingen. Ik denk dat ik nu doe waarvoor ik word betaald. Vroeger was dat weleens anders. Dertig jaar geleden had ik het te druk met Boy George zijn.


'Ik heb veel gehad aan het Soka Gakkai International-boeddhisme, ofwel SGI-boeddhisme. Daar was ik in de jaren tachtig al mee bezig, maar toen erg oppervlakkig, want het was lekker modieus. Anderhalf jaar geleden heb ik de draad opgepikt en nu begrijp ik het pas goed.


'SGI-boeddhisme gaat er vanuit dat je met alles wat je doet een effect teweegbrengt. Het basale idee is dat wat je doet, iets teweegbrengt: en dat doet er dus toe. Dat leidt ten eerste tot een gevoel van verantwoordelijkheid, je wordt je bewust van je daden. Ten tweede geeft het je focus. Elke ochtend kijk ik in de spiegel en formuleer ik voor mezelf wat ik die dag wil doen. Wat verwacht ik van deze dag? Wat verwacht ik van mijn leven?'


G


'Ik ben een serieuze SGI-boeddhist, maar tegelijkertijd ben ik nog altijd een religieuze shopper. Ik kom graag in de hare-krisjnatempel in de Londense wijk Soho. Daar pik ik dus ook iets mee van het hindoeïsme.


'Ik ga er vaak naartoe tegen half 1 's middags. Dan is er een ritueel waarbij wordt gezongen, enorm energiek, het is net een rockconcert. Ik haal daar iets uit, al weet ik niet precies wat. Het geeft me energie, ik word er blij van, maar wat óók meetelt: er zit een geweldig restaurant bij dat Govinda's heet. Je kunt naar de tempel gaan, wat energie tanken en spirituele liefde ontvangen en daarna lekker lunchen. Daar zit ik dan, als SGI-boeddhist in een hindoetempel, gewoon omdat het kan en omdat ik het fijn vind.


'Ziedaar: religie volgens George, haha!'


H


'Kledinglijn - begin jij nou ook al? Het mag geen naam hebben. Ik verkoop T-shirts waarop ik mijn foto's afdruk. Geloof het of niet: eigenlijk heb ik niet veel met mode, hoewel Jean Paul Gaultier een goede vriend van me is en ik hem heb gevraagd mijn kleding te maken voor mijn tournee in 2014.


'Verder heb ik eigenlijk meer op met low fashion: ik ga naar tweedehandswinkeltjes en sprokkel outfits bij elkaar. Ik ben een koopjesjager. Mijn favoriete winkeltje is All Aboard aan Finchley Road. Daar hebben ze goedkope tweedehandskleding, maar ook een duurder hoekje met ontwerperskleding. Ik heb er nu al spijt van dat ik dat adres heb genoemd, want hoe minder mensen dat adresje kennen, hoe beter het is.


'Mijn T-shirts beschouw ik eigenlijk niet als mode, maar als een fotografieproject. Het begon toen ik modellen fotografeerde die ik T-shirts liet dragen met foto's van hun eigen gezicht erop. Die T-shirts ben ik gaan verkopen. That's all.'


I


'Qua films ben ik echt een nicht. Ik houd van jankfilms. Mijn favoriet: Imitation Of Life, zwart-witklassieker uit 1934, een tranentrekker over een zwarte dienstmeid, wier dochter wordt geadopteerd door een witte familie (met Claudette Colbert, Juanita Quigley, Marilyn Knowlden en Louise Beavers, red.). De dochter wil wit zijn en gedraagt zich enorm denigrerend tegenover haar moeder. Aan het einde overlijdt die en rent het kind huilend achter de kist aan, smekend om vergiffenis. 'Elke keer janken, jongen. Elke keer weer. En Lena Horne zingt aan het einde bij de begrafenis. Janken! Maar ik jank ook om Harry Potter, dus dat zegt misschien niet veel.


'Laatst zat ik in het vliegtuig pal voor een moeder met haar tienerdochter. Dat kind sprak zó ongelooflijk hooghartig tegen haar moeder dat ik me wilde omdraaien om tegen haar te zeggen: zo praat je niet tegen je moeder, jongedame. Ik heb het niet gedaan, maar het geeft wel aan waarom Imitation Of Life me nooit loslaat: je moet nooit gemeen doen tegen je moeder.'


CV Boy George

This Is What I Do heet het nieuwe, negende soloalbum van de 52-jarige George Alan O'Dowd (52). Hij is beter bekend als Boy George, frontman van de Londense popgroep Culture Club (1981-1986), die wordt gerekend tot de 'New Romanticism'-stroming. De titel van het album is ironisch, want albums opnemen is bepaald niet het enige wat hij tegenwoordig doet. Hij treedt al 25 jaar op, vaker als house-dj dan als popzanger en ontwerpt soms kleding en accessoires voor zijn eigen lijn B-Rude. Ook fotografeert hij en schreef hij twee autobiografieën, Take It Like A Man (1995) en Straight (2005).

Voor het grote publiek blijft hij toch Boy George van Culture Club. Met Do You Really Want To Hurt Me? (1982) en Karma Chameleon (1983) had de groep wereldhits. De groep bracht vijf studioalbums uit.

Zijn laatste belangrijke 'project' was het op de rails krijgen van zijn leven. Eind jaren tachtig werd hij al eens gearresteerd voor heroïnebezit. In 2005 kreeg hij een vijfdaagse taakstraf - als straatveger in New York - wegens drugsbezit. In 2009 werd hij veroordeeld tot vijftien maanden celstraf nadat hij een gigolo had 'gegijzeld' en gemolesteerd.

Allemaal verleden tijd: Boy George is clean en naar eigen zeggen volwassen en gelukkig. This Is What I Do markeert een nieuw begin. In 2014 gaat hij veel optreden, zowel solo als in het kader van een Culture Club-reünie.

BEKRONING


HOEWEL THIS IS WHAT I DO BESLIST NIET KLINKT ALS EEN CULTURE CLUB-ALBUM, BEVAT HET WEL DEZELFDE HOOFDBESTANDDELEN: ROMANTISCHE 'BLUE EYED SOUL', OP NEW WAVE GEëNTE POP EN EEN FLINKE DOSIS REGGAE. BOY GEORGE BESCHOUWT HET ALBUM ALS DE BEKRONING VAN ZIJN NIEUWE START ALS MUZIKANT: NIEUW MANAGEMENT, NIEUW LABEL, NIEUW ELAN. 'MIJN LABEL EN MIJN VRIENDEN HADDEN EERDER EEN ELEKTRONISCHE DANCEPLAAT VERWACHT DAN EEN BOY GEORGE-LIEDJESPLAAT. IK BEN BLIJ DAT IK ZE HEB VERRAST.' DIE ELEKTRONISCHE PLAAT, WAAROP HET MEER OM BEATS EN GELUIDEN DAN OM SONGS DRAAIT, KOMT ER ALSNOG. BOY GEORGE ZEGT TE WERKEN AAN DE TEGENHANGER VAN THIS IS WHAT I DO, DAT ALS VOORLOPIGE WERKTITEL HEEFT: THIS IS WHAT I DUB.


E

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden