Boven de bank

Een echte kunstfoto voor aan de muur, die moet niet al te moeilijk te vinden zijn. Maar waar begin je, wat geef je er aan uit en welke valkuilen moet je vermijden?...

Het plan is simpel: een foto kopen. Gewoon, voor boven de bank. Zelden is in Nederland een kunstvorm met meer gretigheid omarmd dan de fotografie: in een paar jaar tijd schoten vier fotomusea uit de grond, in Rotterdam komt binnenkort een hoogleraar fotografie, Rineke Dijkstra hangt aan de muren van het MoMa in New York, en veilinghuizen sturen juichende persberichten over foto-successen.

De markt voor de incidentele kunstfoto-koper lijkt ook in beweging. ‘Er is een nieuwe markt tussen het kunstaffiche en het dure vintage-aanbod’, zegt Edie Peters, fotokenner en oprichter van de professionele website PhotoQ, met alles over de fotografie. ‘Zie de veiling voor de slachtoffers van de tsunami, daar gingen heel wat foto’s voor een paar honderd euro weg.’

Het kopen van foto’s als kunstwerk voor aan de muur wordt steeds gewoner, meent financieel directeur Roel Sandvoort van agentschap Hollandse Hoogte: ‘We werden altijd al opgebeld of een foto uit de krant kon worden besteld, maar als ik de prijs zei, 350 euro, hoorden we niets meer. Men dacht nog erg vaak: ik kan zelf toch ook fotograferen. Dat verandert, de markt breekt wat open. Wij willen komend najaar met een galerie beginnen.’

Dus: hoever komen we met het maximum bedrag dat de gemiddelde consument wil uitgeven, althans volgens berekeningen van kunstverzamelaarkenner Renée Steenbergen: 900 euro?

Eerst maar eens proberen bij het officiële galeriecircuit. Willem van Zoetendaal, de galerist die zichzelf ‘de beste’ noemt: ‘Ik verkoop niet onder de duizend euro.’ Bij galerie Torch is fotografe Loretta Lux 450 procent gestegen naar onbereikbare financiële verten. De decoratieve paardenrug van Charlotte Dumas is er bij Paul Andriessen alleen nog in het klein, voor 1300 euro. Bij de nieuwste Amsterdamse fotogalerie, de Hup-gallery (‘Wij richten ons op alle soorten kopers’), kan alleen één van de aanwezige Fons Brassers voor 500 euro mee.

Op veilingen is het al niet anders. Verzamelaar Josje Janse, wier verzameling nu in fotomuseum Huis Marseille in Amsterdam te zien is in The passion of the private collector, koopt haar voornamelijk oude foto’s ‘uitsluitend bij internationale veilinghuizen, dat scheelt 20 procent met een galerie’: ‘900 Euro? Het begint pas bij 2500. En in vergelijking met echt grote verzamelaars ben ik nog slechts de Hema tegenover de Bonneterie.’ Namen vindt ze niet van belang, zegt ze, maar kunst is nu eenmaal óók een belegging: ‘Ik ga geen geld vergeven omdat het alleen maar mooi is. Mijn kinderen moeten er ook nog wat aan hebben.’

Het plan moet worden aangepast. Het is tijd om de kunstkoopregeling – waardoor gespreid kan worden betaald – door te lezen. De prijs gaat omhoog. Maar dan: wat koop je eigenlijk als je zo’n kunstfoto koopt?

Wie een foto koopt, legt een medewerkster van Van Zoetendaal uit, koopt meestal een exemplaar uit een oplage van rond de vijf foto’s. Het nummer uit die oplage staat achterop, net als de handtekening van de maker. Om de koopzucht op te drijven, is er uit Amerika bij diverse galeries echter een nieuwe ontwikkeling te zien: van een oplage van vijf is de eerste foto het goedkoopst, en iedere volgende is steeds duurder.

Die beperkte oplage is tegelijk de ‘grootste valkuil voor wie een waardevast product wil hebben’, zegt Edie Peters: fotografen houden het negatief (of, bij digitale fotografie: de rechten), de garantie dat de oplage blijft zoals beloofd is niet honderd procent, ‘hoewel daar in een kleine kunstwereld als die in Nederland streng op wordt gelet’.

‘Een gentlemen’s agreement’, noemt een assistente van Van Zoetendaal dat: ‘Maar voor wie echt graag wil, hebben we een certificaat.’ Wel wordt regelmatig naast de ene oplage van een foto nog een andere gedrukt: maar dan in een ander formaat.

Een volgende valkuil wordt met de term ‘wedding disease’ aangeduid, naar het euvel van oude huwelijks-kleurenfoto’s. ‘Een dure Rineke Dijkstra? Die is over 25 jaar verkleurd’, zegt Flip Bool, hoofd collecties van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Volgens Bool moet een koper zich niet te veel blind staren op exclusiviteit en vintage (een afdruk door de fotograaf zelf, niet per se gelimiteerd, wel met handtekening of stempel), de woorden die de prijs van foto’s bepalen. ‘Dat is vooral van belang voor de handel, maar het was toch ooit bedoeld als reproduceerbaar medium?’

Het grootste probleem van beginnende kunstverzamelaars, zegt Bool, ‘is dat ze met hun oren kijken. Ze kopen niet dat wat ze mooi vinden, maar dat waarvan wordt gezegd dat ze het mooi moeten vinden.’

De optie die het Nederlands Fotomuseum aanbiedt, lijkt een mooi alternatief. Net als bij Hollandse Hoogte kun je een hoogwaardige afdruk bestellen: niet exclusief, ‘wel echt handwerk’, en zelfs op luxe bariet gedrukt. Niet van nog werkzame fotografen, maar uit de eigen collectie, die de nalatenschappen van ruim honderd Nederlandse fotografen omvat: beroemde zoals Ata Kando of Cas Oorthuys, maar ook oude vergeten namen. Je kunt van bijna elk negatief een afdruk bestellen. Het formaat mag je zelf bepalen. Het begint vanaf 270 euro voor 20 bij 25 cm, en voor wie echt wil uitpakken boven de bank: een meter bij anderhalf is 840 euro.

Een aantal haken en ogen zit dan wel weer aan deze luxe barietafdrukken: omdat het niet gelimiteerd is, valt het niet onder de kunstkoopregeling, en ook het btw-percentage schiet omhoog: 19 procent in plaats van de 6 procent in een kunstgalerie. Ook moet je weten wat je wilt: het archief omvat een paar miljoen negatieven.

Bools raad voor de koper is dan ook uiteindelijk: kijk eens verder dan het officiële galeriecircuit. Koop bij de fotograaf zelf (jonge en betaalbare vind je op eindexamens van kunst- en fotoacademies, anders via websites en het telefoonboek). Of, voor de koper met belangstelling voor oude fotografie, ga naar antiquariaten zoals het Instituut voor Concrete Materie.

In Haarlem bevindt zich deze oude smederij, omgebouwd tot foto-antiquariaat: ‘Het enige alternatief in Nederland voor de haute photographie’, vertelt daar Frido Troost, Rietveld-docent, kunsthistoricus en oprichter.

Het aanbod: 80 duizend beelden, allemaal te koop. Het ICM richt zich op fotografie die oorspronkelijk bedoeld is voor een toegepast doel: bedrijfsfotografie, familie-albums, oorlogsgetuigenissen, vergeelde vrijpartijen, industriële revoluties, koloniale geschiedenis of zomaar snapshots. De prijs: vijftien euro, tachtig euro, een paar honderd, soms in de duizend. Een paar keer per jaar worden thema-tentoonstellingen gehouden. Vorig jaar: ‘politie en geweld’, en ‘de Eerste Wereldoorlog’.

Troosts ideaal was dat het alleen nog maar om de beelden zou gaan, niet meer om de namen. Maar daarvan bleek onmogelijk te leven: kopers komen immers af op verhalen. Dus biedt Troost nu ook de veelgevraagde vintage aan: Sam Presser, Cartier-Bresson. Allemaal met een stempel van de maker zelf, én met bewijsnummer. 400 tot 600 Euro per stuk.

Maar het grootste deel van de kopers – fotografen en kunstenaars – komt om te zoeken naar beelden uit het enorme archief met veelal naamloze beelden. ‘Wil je 19de-eeuwse reisfotografie, zoals die nu in het Allard Pierson museum wordt getoond?’ Troost trekt een aantal laden open: Napels, gezien door Georgio Sommer, Schotland door James Valentine.

‘Hou je van de Bechers, maar kan je die niet betalen? Hier heb ik een reeks machines, gefotografeerd voor Stork. Precies hetzelfde, alleen met een ander doel gemaakt.’ Passepartout eromheen, een reeks van vijf naast elkaar, 250 euro: ‘De kans dat je een tweede ervan tegenkomt is nul’.

Dat fotomusea en verzamelaars steeds meer interesse in het ICM krijgen, vindt Troost niet verwonderlijk: ‘De fotografie heeft eerst een canon opgericht, een pantheon van grote namen. De laatste jaren kijkt men wat er nog meer is. Ooit toegepaste fotografie en snapshots blijken een autonome schoonheid te hebben. Je kan fantastisch schuiven met dit soort historische fotografie, zelf een associatieve combinatie maken.’

Ook voor boven de bank? ‘Ja, wij zijn het gat in de markt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden