BOUWPUTTEN ZONDER EINDE Ilya Kabakov archiveert het kale bestaan in Absurdistan

Volgens de Russische beeldend kunstenaar Ilya Kabakov is de tijd van het schilderij voorbij. Kabakov maakt installaties, driedimensionale theaterstukken, waarin de kijker verandert in een personage....

SCHILDERKUNST, zegt Ilya Kabakov, is als een debiele moeder. 'Ze poept en pist, maar alle familieleden weten hoe ze daarmee om moeten gaan.' De installatie daarentegen is als een jong meisje, dat 'alles nog moet uitproberen, waarmaken en iedereen overtuigen'.

Achter een houten schutting op de begane grond van het Parijse Centre Pompidou gaat een stad schuil, een stad van 'moderne' kathedralenbouwers. Wie binnenkomt, velen ietwat aarzelend (is het geen farce? staat Beaubourg's Forum in de steigers?), krijgt bij de ingang een groot geschilderd ontwerp te zien van het Paleis van de Toekomst. Het is een ontwerp voor de utopische stad, zo'n rijzige Stalinistische architectuur. Het is een enorme bouwput, over twee verdiepingen van het Forum van het Centre Pompidou, vol bouwmaterialen, ijzerdraad, buizen, planken en zand.

Kabakov (Dnjepropetrovsk, Oekraine, 1933) maakt 'totale installaties', kunstwerken waar de argeloze toeschouwer - zoals de lezer van een spannend boek - in wordt ondergedompeld. Hij wordt meegezogen in de vertelling, ondergaat de wisseling van het licht, staat voor onbegrijpelijke maar grappige situaties en weet soms geen raad met wat hij ziet. Installaties zijn in de ogen van Kabakov geen nieuw en voorbijgaand genre maar een belangrijke etappe in de Europese kunst, na de icoon, het fresco en het schilderij - de petite maman van de installatie. Zijn kunstwerken, waarin de kijker letterlijk binnen de lijst van het schilderij wordt gezet en er ook deel van gaat uitmaken, zijn humoristische theaterstukken. Wie een werk van Kabakov bekijkt, tussen afgebladderde muren van een of andere schaars verlichte constructie, of op een stoel gaat zitten om de teksten te lezen, wordt een Kabakoviaans personage.

Rondom de put in het Centre Pompidou, met zijn vijf half afgewerkte zuilen, zijn verschillende arbeidersbarakken getimmerd. Het is een complete stad, met eenvoudige woonvertrekken, een kantine, een kindertuin, een vergaderzaal, een bibliotheek en keukens. C'est ici que nous vivons luidt de titel van Kabakov's tot nu toe grootste installatie, 'hier wonen wij' tussen de rommel, op de bouwplaats van een blijkbaar stopgezet project voor een gloednieuw arbeiderspaleis.

Een utopie, zeker de Grote Utopie van de voormalige Sovjet-Unie, vraagt naar een besloten en beschermde plek: een eiland, een bergpiek of een ommuurd terrein, schrijft Boris Groys in Die Erfindung Russlands. Wie op zoek is naar zo'n plek, gaat op reis - zoals Kabakov, die sinds enkele jaren van museum naar museum reist en die wonderbaarlijke plek nu in het Centre Pompidou vond. Al het bouwmateriaal en de benodigde infrastructuur voor de Grote Utopie zijn weliswaar voorhanden, maar omdat een utopie iets voor de eeuwigheid is - zegt Groys - 'komt er aan het bouwen nooit een eind'.

In Die Erfindung Russlands staat een subliem en vermakelijk stuk over de 'U-Bahn als U-Topie'. Plannen voor een utopische samenleving waren er in Rusland altijd, veelal potsierlijke plannen. In een drassig moeras liet Peter de Grote St Petersburg bouwen; Malevitsj en Lissitzky ontwierpen steden voor aeronauten en de dichter Chlebnikov droomde van een 'glazen huis' waarmee iedereen - zoals een slak - op zoek kon gaan naar de eigen utopische plek waar het goed wonen is. Maar uiteindelijk, zegt Groys, was het Stalin die de goede topos vond: de metro, een constructie die je nooit in zijn geheel kan overzien, onder de grond, waar vroeger nooit iemand was geweest. Je kan er ook iedereen goed in de gaten houden.

Kabakov kiest voor zijn installaties vaak zulke afgesloten ruimten. Op de Venetiaanse Biennale van 1993 was rond het Russische paviljoen in de Giardini, waar hij exposeerde, zo'n houten schutting als die in het Centre Pompidou opgetrokken. De ramen van het gebouw waren dichtgespijkerd. In de tuin klonk partijmuziek. Je kwam er niet uit: werd het paviljoen toen gesloten of integendeel juist opgeknapt?

De bouwput in Beaubourg, waarbij het net zoals in Venetië onduidelijk is of er nu iets wordt opgebouwd of juist wordt afgebroken, toont - zonder enige vorm van negatief pathos, maar eerder met een soort kalme humor - de mislukking van het communisme. De voormalige Sovjet-maatschappij is de enige twintigste-eeuwse civilisatie die implodeerde, afgezien van het tijdens de Tweede Wereldoorlog bestreden fascisme en nazisme, en die - zoals het ancien régime na de Franse revolutie - letterlijk geschiedenis is geworden.

Kabakov archiveert als een archeoloog het kale bestaan in de voormalige Sovjet-Unie, het Absurdistan dat alle logica had verloren. C'est ici que nous vivons weerspiegelt zulke Sovjet-herinneringen: de droom van een Grote Utopie, de moderne heimat, de katastrojka en de leugens. Dat doet hij, ook in andere installaties, met vaal groen geschilderde gemeenschappelijke keukens, 'open' toiletten in smoezelige woonkamers, bouwmaterialen op schappen naast het bed, theorieën over de vlieg 'als Ursache und Grundlage des philosophischen Diskurses', educatieve tentoonstellingen over de Wolga-vissers of met een gigantisch bureaucratisch Groot Archief.

Het Centre Pompidou, dat door zijn rare en opzichtige buizenconstructie eigenlijk altijd in de steigers staat, wordt momenteel verbouwd, maar blijft tijdens de verbouwingen open voor het publiek. Het plein wordt helemaal gerenoveerd. Rond het atelier van Constantin Brancusi op het plateau Beaubourg staat een metalen hek. Het is, dit keer zonder ingreep van Kabakov, een heel merkwaardige samenloop. Binnen en buiten het gebouw staan schuttingen; twee werelden zijn met elkaar als het ware vervlochten, de westerse wereld van het 'blauw, geel, rood en groen' design en die van de grijze en ontegenzeglijk morsige Sovjet-staat.

Op de benedenverdieping van het Centre Pompidou timmerde Kabakov drie kleine bioscopen, barakken met houten banken voor de toeschouwers. Op een podium staat telkens een socialistisch-realistisch schilderij, geen film maar afbeeldingen van kolchoze-vrouwen, een vleugelboot op een rivier en een bouwvakker op een stellage. Uit luidsprekers klinken heldhaftige arbeidersliederen, hommages aan de grote verwezenlijkingen van de Sovjet-staat.

Die bioscoopjes herinneren aan Kabakov's installatie De rode wagon in Düsseldorf en Wenen: een roodgeverfde agitprop-treinwagon met een getimmerd constructivistisch spreekgestoelte. Binnenin was er een theaterzaaltje met een panorama van een uitgesproken idyllisch landschap. Maar buiten, weliswaar aan de andere zijde van de tribune, kreeg je het Reëel Bestaande Socialisme te zien, over de museumvloer uitgestrooide rommel, produkten van Sovjetrussische makelij. Afval is voor Kabakov de metafoor bij uitstek van de voormalige Sovjet-Unie.

Alles ziet er grijs en smerig uit. Anders dan in het Westen, waar de consument zo'n beetje een drenkeling is in een oceaan van steeds weer nieuw consumptiegoed, was en is in Rusland alles bric-à-brac. In de installaties van Kabakov is het groen onzuiver groen, het bruin is vies, het peertje geeft weinig licht, het schilderwerk is slordig, overal zie je papiersnippers - zelfs in de toiletten, als toiletpapier. De 'kist met afval', deel van een installatie die eerder in het Stedelijk was te zien, toont in een somber vertrek een oude houten kist vol rommel: versleten schoenen, gebroken flessen, verscheurd karton, enzovoort. Een andere installatie In de hoek, één van de kleinste die Kabakov ooit heeft gemaakt, toont een verfrommeld stukje papier in een hoek, met op de vloer een tekstje waarin het propje papier zijn tevredenheid uit over zijn eenvoudig en voorts niemand verontrustende bestaan in een kamerhoek.

Donald Judd, de meester van het zuiver minimalisme, nodigde Kabakov uit naar de Cinnati Foundation in Marfa (in het zuiden van de Amerikaanse staat Texas) om er een installatie te maken. Kabakov 'transformeerde' een van de gebouwen in Marfa in een school. Het is een verlaten school met afgebladderde muren en kapotte vensters. De wind speelt met de beduimelde aardrijkskundige kaarten die nog aan een spijker aan de muur hangen en met de snippers, tekeningen en achtergebleven schriften op de vloer. Alles herinnert aan vroeger: de ondeugende graffiti op de muren in de schoolgangen, de portretten van de Grote Leiders aan de muur, de professorenkamer en het gymlokaal, de archiefkasten van de school, de klas voor ideologische en militaire opvoeding, èn de toiletten. Er is niemand, behalve de bezoeker, iemand uit een andere tijd. De verlaten school, in een desolaat fabriekslandschap, roept sentimenten van tristesse en weemoed op. Zò moeten de scholen, zonder dat Kabakov daar iets over zegt, er in de streek van Tsjernobyl uitzien: alles staat er nog, maar er is geen mens.

Kabakov's installaties zijn deprimerend en tegelijk humoristisch. In een groezelig kamertje, een getimmerd en schaars verlicht hok in de Kortrijkse Academie voor Schone Kunsten, toonde hij 'illustrations as a way to survive', kinderboekillustraties die hij vroeger om den brode moest maken. Kabakov heeft meer dan honderd kinderboeken geïllustreerd. Het was het enige werk dat hij kon laten zien. Soms persifleerde hij het werk van anderen, maar dat zag niemand. In zijn atelier maakte hij intussen 'conceptueel' werk, sozart, een ironische travestie van het socialistisch realisme. Hij schilderde grote formaten, want die kon je niet weghalen; je kon de schilderijen alleen vernietigen. Kabakov is met Bulatov en Komar & Melamid een uitgesproken 'post-utopisch kunstenaar', geen dissident maar iemand die met de scherven van de stukgeslagen Grote Utopie een tegelijk vermakelijke en melancholische wereld reconstrueert.

De schoolbibliotheek, een van de jongste aankopen van het Amsterdamse Stedelijk Museum, toont kindertekeningen die Kabakov in verschillende 'kinderstijlen' heeft getekend. Geheel volgens de bureaucratische voorschriften staat bij elke tekening nauwkeurig naam, klas, graad en leeftijd vermeld. De bibliotheek is een fotografie van wat je 'de psychologie van de Homo Sovieticus' kan noemen: de kinderen - de pioniers - wedijveren onder elkaar, hun tekeningen zijn illustraties bij door Kabakov verzonnen verhalen, maar portretteren tegelijkertijd ook de wereld waarin de kinderen leven.

Elke installatie van Kabakov is een gedramatiseerd verhaal, een theaterstuk waarin als het ware de voorwerpen de personages hebben vervangen. Zijn 'totale installaties' zijn geen performances en ook geen site-specific-art, maar narratieve ensceneringen. Het zijn romans, door Kabakov vormgegeven in de grote Russische negentiende-eeuwse verteltraditie van schrijvers als Gogol of Tsjechov. Zijn meticuleus vervaardigde tekeningen en teksten in bibberend handschrift zijn narratieve puzzels; Kabakov is een mengelmoes van Hergé, Gogol, Borges, Kafka en Lewis Carroll.

Kabakov is de Derde Persoon. Het is een enigszins schichtig en onopvallend man. In 'albums' schiep hij types, personages die hij zich uit zijn kindertijd herinnerde en die voortdurend in zijn werk opduiken als één van zijn vele alter-ego's. In één van zijn eerste grote installaties toonde hij 'tien karakters', tien figuranten of 'derde personen'. De voorwerpen suggereren hun aanwezigheid: de schietstoel van de man die vanuit zijn appartement de ruimte invloog, de papiersnippers, doosjes en zakjes van de man die nooit iets weggooide, het witte doek van de man die zijn schilderij binnenvloog, de notities van de man die opinies van anderen verzamelde, enzovoort, enzovoort.

De Russische kunstenaar, meent Groys in Die Erfindung Russlands, is een figuur uit een humoristische roman. Hij is de Gogoliaanse neus, op stap in St Petersburg. Groys maakt een onderscheid tussen ironie en humor: Ironie ist Spott des Menschen über die Welt. Humor ist Spott der Welt über den Menschen. Volgens hem is de Russische cultuur humoristisch en niet ironisch. In het werk van Kabakov, waar Groys in meerdere boeken over heeft geschreven en gefilosofeerd, herkent hij die typische humor vol mededogen. Kabakov is niet uitgesproken moraliserend, niet belerend, hij is geen held en ook geen strijdvaardig dissident maar een 'kleine man' met priemende oogjes die net als Gogol de wereld van de revisors en de bureaucraten evoceert in tientallen theaterstukjes en vertellingen.

Het Baselse Museum für Gegenwartskunst toont, vanaf half augustus, oud en nieuw werk van Kabakov in Ein Meer von Stimmen. De expositie zal er aan de hand van installaties en tekeningen 'de spraak van het absurde' tot klinken brengen, meningen, mededelingen en commentaren, herinneringen van die soms dolkomische maar ook tragische personages. Kabakov's installaties zijn, zoals hijzelf zegt, de neerslag van 'zoemende stemmen' in zijn hoofd. Misschien is daarom de vlieg, in toiletten of bij afval, een steeds terugkerend 'personage'. Vliegen zijn bij Kabakov instrumenten voor het ironisch neerhalen en vertalen van hoogstaande waarden zoals de Grote Utopie in rommel, en tegelijkertijd, 'zijn het ook engelen die uit de hemel in onze zondige wereld neerdalen'.

In Memory of Pleasant Recollections, 'als aandenken aan aangename herinneringen', een installatie in het Belgische Otegem uit 1992, is een terugblik op het jaar 1977 waarin Kabakov terugdacht aan het jaar 1976. Onder elke tekening van de serie identieke vellen grijs papier met daarop een vaasje (soms met bloemen), staat een datum. Het is een 'recueil de souvenirs', herinneringen aan een feest, een begrafenis of een verjaardag. Zo is Moeder en zoon, op de tentoonstelling in Basel, een door moeder Kabakov en haar zoon opgeschreven levensverhaal - een herinnering aan de Sovjet-staat, het stagnerende Rusland.

In het intussen ook in werkelijkheid gerestaureerde Russische paviljoen in de Venetiaanse Giardini is deze zomer een door Evgeny Asse, Dmitry Gutoff en Vadim Fishkin op stukken karton opgesteld verslag te zien van de irrationele manier waarop de Russische samenleving is gestructureerd. Op een scherm worden films geprojecteerd van gigantische bouwwerken die worden opgetrokken of afgebroken, van een kerk die moest wijken voor een nooit gerealiseerd Paleis van de Toekomst op een plek waar nu een zwembad is. Het is in wezen net zo'n absurde installatie als Kabakov's bouwput. In Rusland bestaat een onmiskenbare neiging tot 'deconstructie en utopisch denken', zegt Viktor Misiano, de commissaris van het paviljoen. Volgens de bijbehorende teksten ontbreekt het de Russen aan alles: niet alleen aan geld, maar ook aan 'het leven zelf' èn aan logica.

Ilya Kabakov: De schoolbibliotheek. Tot en met 27 augustus in het Stedelijk Museum, Amsterdam.

Ilya Kabakov: C'est ici que nous vivons. Tot en met 4 september in het Centre Pompidou, Parijs.

Ilya Kabakov: Ein Meer von Stimmen. Van 13 augustus tot en met 12 november in het Museum für Gegenwartskunst, Basel.

Ilya Kabakov: Installations 1983-1995. Centre Georges Pompidou, FF 300,-.

Boris Groys: Die Erfindung Russlands. Carl Hanser Verlag, import Nilsson & Lamm, ¿ 44,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden