Bouwmeester

Langer dan een jaar zou hij het er niet volhouden, dacht men. Toch zat Schipholdirecteur Victor van der Chijs negen jaar als zakelijke baas tussen de creatieven van architectenbureau OMA. Nu vertrekt hij.

Het was Rem Koolhaas zelf die Victor van der Chijs (52) in 2004 belde om te vragen of het directielid van Schiphol naar OMA wilde verhuizen. Als enige jurist tussen zes partner-architecten. Bij een bureau dat de reputatie had dat het meer op basis van creatieve uitdagingen werd gemanaged dan op basis van spreadsheets. 'Een zekere intuïtie hoort bij OMA, maar dat kan het zich permitteren, omdat alle zeven partners heel goed weten waar het bedrijf heen moet.'


De algemeen directeur vertrekt negen jaar later. Het in Rotterdam gevestigde OMA (voorheen Office for Metropolitan Architecture) is het grootste architectenbureau van Nederland, met 350 mensen aan het werk en 80 projecten in 35 landen, vestigingen in New York, Hongkong, Doha en Peking en een jaaromzet van 40 miljoen euro. 'Groot ja, maar groot op de schaal van Nederland.' Ook groot in het domein van de creatieve industrie, omdat die bedrijfstak vooral bestaat uit veel kleine bedrijfjes.


'Toen ik aan deze baan begon, had je twee groepen pessimisten. De een zei: dat houdt hij geen jaar vol. De ander: binnen een paar jaar werken ze in Rotterdam met louter harde targets en strakke businessplannen.'


Geen van beide voorspellingen kwam uit. Er zijn wel dingen veranderd. 'Het is mijn rol om meer distantie te houden van het creatieve proces. Hardop de vraag te stellen: mooi plan, maar waarom gaan we het eigenlijk doen?' Vaak is dat omdat het geld oplevert, maar dat hoeft niet altijd. 'Het kan zijn dat het andere projecten verder brengt. Onze filosofie is dat projecten elkaar moeten kunnen informeren.'


Dat er een licht mystieke zweem hangt om OMA, en vooral om de grote roerganger Rem Koolhaas, vindt Van der Chijs niet erg. 'Dat is een beetje ons handelsmerk. Wij hebben geen klanten die zeggen: doet u maar zo'n gebouw. Creatieve industrie heeft nu eenmaal niet het stramien van: u vraagt, wij leveren. Wij verdiepen ons in wat een klant nodig heeft. Soms is dat iets anders dan wat hij vraagt.'


Nadat OMA in de jaren tachtig fameus was geworden vanwege de ideeën, ging het in de jaren negentig steeds meer bouwen. Nu staan op de projectenlijsten kolossale gebouwen als dat van de televisiemaatschappij CCTV in Peking (2011), het hoofdkantoor van Rothschild Bank in Londen (2012), de Beurs van Shenzhen (2013), de bibliotheek van Seattle (2004), de muziekhal van Porto (2005) en gebouw De Rotterdam: het grootste gebouw van Nederland, dat dit jaar gereed komt.


Die groei ging niet pijnloos. 'Het was Rem Koolhaas die vond dat er een zakelijke stem in de directie moest zijn, iemand die de troepen aanvoerde. Het kan een verademing zijn dat je je niet steeds hoeft af te vragen of het bedrijf volgend jaar nog bestaat.'


Een van de recente strategieën is dat OMA niet meer alleen over architectuur gaat. Het bureau doet de huisstijl en winkelinrichting voor modehuis Prada. De architecten maakten een nieuwe vlag voor Europa. Ze hebben dit voorjaar met Knoll een nieuwe meubellijn, Tools for Life, gepresenteerd. 'Niet alleen omdat die diversificatie ons minder afhankelijk maakt van de architectuurmarkt, maar ook omdat we een grote innovatieve kracht hebben die we op meer plekken willen benutten.'


De verwoestende crisis die de Nederlandse architectuur door de kredietcrisis heeft getroffen, deed OMA relatief minder pijn omdat negen van de tien projecten zich in het buitenland afspelen. 'Het is pijnlijk dat een jonge generatie architecten in Nederland niet de kans krijgt zich te ontwikkelen. Pijnlijk ook omdat het een verarming is voor het land, fysiek maar ook in de ontwerpcultuur.'


Ontwerpcultuur is belangrijk voor Van der Chijs, zeker sinds hij ruim twee jaar geleden voorzitter werd van het Topteam Creatieve Industrie en de Creative Council. Deze organisaties moeten op verzoek van het kabinet de kracht van de Nederlandse creatieve sector versterken. 'Die sector is van groot belang voor Nederland. Sommigen zeggen zelfs dat het een van de belangrijkste redenen is dat Nederland internationaal nog meedoet. Dat laatste weet ik niet zeker,; ik weet wel dat we er goed in zijn.'


Maar wat is de creatieve sector eigenlijk? 'Heel gevarieerd. Het loopt van de gamesindustrie, de mode van Jan Taminiau, Marcel Wanders met zijn designmerk Moooi, het imperium van danceondernemer Duncan Stutterheim, de formats van Talpa en de optredens van Andre Rieu tot aan de CCTV-toren in Peking van OMA.'


Hoeveel het Nederland oplevert, is lastig te schatten. 'Bij creativiteit gaat veel van de winst zitten in andere producten: door campagnes en branding bijvoorbeeld. Als een autotype een hit wordt omdat het goed is ontworpen, wordt de omzet niet toegerekend aan de creatieve sector, maar aan de autoindustrie. De waarde van creativiteit zit vaak in het voortraject; als het in productie gaat, is de ontwerper al weer ergens anders mee bezig.'


Grootste breinbreker voor het Topteam is het benaderen van de creatieve sector. Er is namelijk een enorme versnippering. 'De sector bestaat uit talloze, kleine initiatieven. Het gemiddelde creatieve bedrijf bestaat uit drie werknemers. Voor deze sector iets organiseren is dan ook iets heel anders dan voor de chemiesector, waar in vier grote bedrijven tienduizenden mensen werken.'


De zonnige kant ervan is dat de bedrijven flexibel zijn, zeker in tijden van crisis. De schaduwkant is dat ze niet de schaal hebben om geld of tijd in innovatie te steken. 'Terwijl die innovatie cruciaal is.'


Maar ook de strategie schiet erbij in. 'Kleine creatieve ondernemers komen niet toe aan langetermijnplanning. Het zijn hands-on-bedrijven, vandaag moet het klaar zijn, morgen is ver weg.'


Het Topteam heeft Clicknl opgericht, een topinstituut dat creatieven met wetenschappers verbindt. 'Koppelingen tot stand brengen, adviseurs opleiden, samenwerking stimuleren.' Maar ook dat helpt een vormgever niet verder die financiering zoekt voor een briljant idee.


'Dat is de vloek van deze tijd. Banken durven niet meer te investeren, overheid en particulieren zijn voorzichtig geworden. In Europa heerst steeds meer een cultuur van risico mijden. Fouten worden zo hard afgerekend dat niemand meer iets durft. In de VS stopt een investeerder tien keer een bedragje in een start-up. Acht mislukken, met twee maakt hij dikke winst. Dan wordt hij gefeliciteerd. Als je dat in Europa doet, zeggen ze: Hoe heb je dat geld in die acht kunnen steken?'


Soms durft een ondernemer wel, zoals wegenbouwer Heijmans, die investeert in studio Daan Roosegaarde. Deze ontwerper heeft een energiezuinig systeem ontwikkeld voor snelwegen: Smart Highways. 'Helaas wordt dat voorbeeld van Heijmans zelden gevolgd.'


Van der Chijs gelooft stellig dat Nederland geld moet steken in ideeën van creatieven. 'Dutch Design wordt in het buitenland nog altijd als een succes gezien. Hier associëren we die naam vooral met een verkeerd soort commercieel denken. Maar ik las vorig jaar in de Financial Times een groot stuk waarin heel serieus werd onderzocht hoe die creativiteit verankerd zit in de genen van Nederlanders. Kennelijk doen we iets toch goed.'


Van der Chijs stopt bij OMA zonder ander werk te hebben. 'Ik wil rustig kunnen nadenken. Het probleem van OMA is: het is zo intensief. Het laat geen ruimte in je hoofd voor iets anders.' Hij was zoveel onderweg. 'Ik was meer op Schiphol dan toen ik nog voor Schiphol werkte.'


Na deze week zijn de architecten bij OMA weer onder elkaar. 'Ze hebben zichzelf tot september gegeven om over een opvolger na te denken.' Wat is de toekomst van het bureau, dat lijkt te leunen op de enorme reputatie van Rem Koolhaas? De oprichter is inmiddels 68. Van der Chijs aarzelt: 'Natuurlijk wordt daarover nagedacht. Rem is nog altijd het creatieve boegbeeld van het bedrijf, maar er zitten veel sterke mensen achter. OMA zonder Rem valt heus niet om. Apple deed het op een gegeven moment ook zonder Steve Jobs.'


De meubelen van OMA

OMA houdt zich tegenwoordig met meer bezig dan alleen architectuur. Op verzoek van interieurmerk Knoll,dat 75 jaar bestaat, maakte het Rotterdamse kantoor de meubellijn Tools for Life, die werd gepresenteerd op de laatste Salone del Mobile in Milaan. Meubelen voor mensen van wie het werkend leven naadloos overgaat in het sociale leven. Dit meubel bijvoorbeeld, 04 Counter, bestaat uit drie gestapelde rechthoekige volumes. Die kunnen draaien ten opzichte van elkaar en doen naar believen dienst als planken, werkblad en bank. Volgens OMA moet de meubellijn meer worden gezien als een 'highperformance-instrument dan als designstatement'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.