Bourguiba eindigde in vergetelheid

De Tunesische oud-president Habib Bourguiba is donderdag op 97-jarige leeftijd overleden. De Franse president Chirac prees hem als een historische figuur....

ZIJN LAATSTE levensjaren bracht de voormalige president Habib Bourguiba door in zijn bescheiden villa in zijn geboorteplaats Monastir. De Tunesische vader des vaderlands geraakte langzaam in vergetelheid. Zelfs de talrijke naar hem genoemde straten waren grotendeels herdoopt. Weinigen hadden zich een decennium geleden dit roemloze einde kunnen voorstellen.

Habib Bourguiba liet zich in 1975 tot president voor het leven benoemen. Met zijn socialistische Destour-partij (destour betekent onafhankelijkheid) had hij Tunesië naar de onafhankelijkheid geleid. Het land bereikte onder zijn bewind een zekere welvaart en nam een internationaal gerespecteerde positie in. Maar halverwege de jaren tachtig begon de president zelf de resultaten van zijn levenswerk teniet te doen. Hij vertoonde tekenen van grootheidswaan en kwam in het middelpunt te staan van diverse paleisintriges. Voor hem persoonlijk tragisch was de breuk met zijn tweede vrouw Wassila Ben Ammar, die tot Bourguiba's woede de corrupte directeur van Tunis Air - die in een jaar tijd 70 duizend vrijkaartjes had uitgedeeld - de hand boven het hoofd hield.

Politiek ingrijpender waren de broodrellen van 1984, het uitschakelen van de enige onafhankelijke vakcentrale in Noord-Afrika, de UGTT, en het ontslag van de liberaal georiënteerde premier Mohamed Mzali. Diens opvolger Ben Ali zette op zijn beurt een streep onder de periode Bourguiba. In november 1987 zette hij het staatshoofd via een geweldloze staatsgreep af.

Habib Bourguiba werd op 3 augustus 1903 geboren in Monastir. Begin jaren twintig studeerde hij in Parijs rechten en politicologie. Net als een paar jaar tevoren de Vietnamese leider Ho Chi Minh, stortte hij zich in de linkse politiek. Terug in zijn geboorteland nam hij geschokt de afgrond waar die gaapte tussen de principes van de democratie, zoals hij die in Frankrijk had leren kennen, en de politieke praktijk in het Tunesische protectoraat. Als jong advocaat zette hij zich in voor de belangen van de uitgebuite bevolking. In 1934 stelde hij zich aan het hoofd van de Neo-Destour partij, een modernere en radicalere afsplitsing van de oude Destour. De strijd voor de onafhankelijkheid was begonnen.

Tot drie keer toe arresteerden de Fransen de Tunesische dwarsligger. De eerste keer werd hij vrijgelaten door de Volksfront-regering van Leon Blum en naar Parijs gehaald voor verkennende besprekingen. In april 1938 vormden rellen in Tunis de aanleiding tot zijn hernieuwde gevangenschap. Dit maal waren het de Duitsers die hem, december '42, in vrijheid stelden. Bourguiba weerstond de verleiding om Hitlers marionet in Tunis te worden. Het bevrijde Frankrijk toonde zich niet erkentelijk. Bourguiba zette zijn oppositionele activiteiten voort en werd in 1951 weer gearresteerd.

Op den duur konden de Fransen het vrijheidsstreven van hun Noord-Afrikaanse koloniën niet weerstaan. Bourguiba werd opnieuw uitgenodigd voor overleg. Op 1 juni 1955 reed hij Tunis als triomfator binnen, gezeten op een wit paard. Met hulp van de Franse premier Edgar Faure had hij voor dit doel een maand lang paardrijles genomen. Twee jaar later was Bourguiba president van een onafhankelijk Tunesië.

Nog waren de schermutselingen met het oude moederland niet voorbij. De Fransen bombardeerden in 1959 een Tunesisch dorp bij wijze van represaille voor Bourguiba's steun aan de Algerijnse opstandelingen. In 1962 leidde de Franse weigering om de marinebasis Bizerte in het noorden van Tunis te ontruimen tot een driedaagse veldslag waarbij meer dan duizend voornamelijk Tunesische doden vielen.

In zijn buitenlandse politiek liet Bourguiba zich niet leiden door ressentiment. Hij streefde naar goede betrekkingen met Frankrijk, de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten. Zonder Arabisch nationalist te zijn wenste hij voor zijn land een waardige plaats in de schoot van de Arabische wereld. In 1982 bood Bourguiba de door Israël uit Beiroet verdreven Arafat aan zijn hoofdkwartier in Tunis te vestigen.

In de binnenlandse verhoudingen kwam Bourguiba's sterke kant - de mengeling van pragmatisme en visionaire eigenzinnigheid - minder goed tot zijn recht. Soms leek hij zijn hart te verpanden aan een eigen soort Tunesisch socialisme, dan weer omringde hij zich met marktgerichte liberale economen. Het politieke bestel vertoonde een soortgelijke halfslachtigheid: periodes waarin de discussie- en organisatievrijheid floreerde, werden afgewisseld door vlagen van repressie. Consequent was Bourguiba in zijn afkeer van het islamitisch fundamentalisme.

De samenleving die Bourguiba achterliet vertoonde vele onvolkomenheden; corruptie, economische stagnatie en politieke willekeur beheersten het beeld. Meer geld dan elders in de regio werd er besteed aan het opleiden van jong kader. Maar het culturele klimaat was zodanig, dat menig student kon verzuchten: 'Waarvoor ben ik op de universiteit geweest? Alles wat ik heb geleerd, moet ik weer vergeten, omdat ik anders onaangepast ben en niet meer in mijn eigen land kan functioneren.' Geen wonder dat veel jeugdige Tunesische intellectuelen hun heil hebben gezocht in het fundamentalisme.

Die paradox tekent de staatsman Bourguiba. Een scherpzinnig politicus en een moedig strijder voor het zelfbeschikkingsrecht van zijn volk, die echter de koers in de richting van een moderne, succesvolle democratie niet wist vol te houden. In dit opzicht staat Habib Bourguiba misschien zelfs model voor de tragiek van het postkoloniale tijdperk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.