Botsing van culturen

Buitenlandse coaches zijn er niet meer in de eredivisie. Op Erik Gerets na dan, maar die is al een halve Nederlander....

ZO, ZEI George Kessler nadat hij zojuist een duidelijk maar formeel betoog over voetbal van toen en nu had afgerond. 'Dit is mijn laatste interview geweest.'

Sir George, op z'n sirst gekleed ondanks het warme weer, zei dat hij het voetbal een beetje ontgroeid was, dat anderen nu maar eens moeten uitleggen hoe het spel moest worden gespeeld. 'Het is mooi geweest.'

Hoe anders was de benadering van Barry Hughes een week later. Hughes vond het eigenlijk alleen maar gezellig. Lekker in de voorjaarszon ouwehoeren over voetbal, leuke herinneringen ophalen en als er nog iets aan zijn verhaal ontbrak, anytime.

'Hoe is het trouwens met Kessler', vroeg Hughes aan het eind van het gesprek en het deed hem zichtbaar genoegen te horen dat hij er met zijn 63 jaar een stuk vitaler uit zag dan de vijf jaar oudere George Kessler. 'We hebben elkaar nooit gemogen.'

Ooit, ergens aan het eind van de jaren zeventig, troffen Hughes en Kessler elkaar als tegenstander op het voetbalveld. Barry Hughes, altijd in voor een lolletje, probeerde de keurige Kessler van zijn stuk te brengen met een rolfluitje.

Beiden dienden het Nederlandse voetbal langdurig als trainer. Hughes werkte bij Haarlem, Sparta, Go Ahead, Utrecht en MVV. Kessler trainde AZ, Sparta en Fortuna, maar was vooral bekend als bondscoach in het tweede deel van de jaren zestig.

Barry Hughes is een vernederlandste Brit die in Heemstede woont. George Kessler is van alles wat, maar Duits het meest: geboren in Saarland (destijds een protectoraat van de Volkerenbond), opgegroeid in Nederland, als trainer geschoold in Duitsland en werkzaam in heel Europa. Tegenwoordig woont George Kessler weer in Duitsland.

Tot voor pakweg twintig jaar geleden werden heel wat eredivisieclubs door buitenlanders getraind. Laten we het jaar 1976 nemen: de Joegoslaaf Vujadin Boskov (FC Den Haag, later Feyenoord), de Pool Antoni Brzezanczyk (Feyenoord), de Welshman Barry Hughes (Haarlem), de Joegoslaaf Tomislav Ivic (Ajax), de Luxemburger Spitz Kohn (FC Twente) en de Tsjecho-Slowaak Anton Malatinsky (FC Den Haag).

Tegenwoordig zijn de trainers bijna per definitie van Nederlandse nationaliteit. De Belg Erik Gerets is op dit moment de enige uitzondering op die regel en nog kampioen ook. Maar dat zegt in dit verband niet zoveel. Gerets is immers geheel en al de Nederlandse voetbalmentaliteit toegedaan. Hij kiest voor aanvallend voetbal net als al zijn collega's, degradatienood of niet.

Het komt de aardigheid van het Nederlands voetbal beslist ten goede (zie de laatste Ajax - Feyenoord). Maar gaat het defensieve geklungel (zie de laatste Ajax - Feyenoord) niet ten koste van de positie van het clubvoetbal in Europa? Subtoppers als Heerenveen en Willem II gingen frank en vrij onderuit in de Champions League.

Zouden Nederlandse clubs niet beter beslagen het Europese podium betreden als ze op eigen grond al met meer speelstijlen worden geconfronteerd? Kortom, wordt het niet tijd dat buitenlandse coaches weer hun plekje krijgen in de eredivisie?

Barry Hughes denkt van wel, maar vreest van niet. 'Wij Nederlanders weten het toch altijd beter', zegt hij en zijn sarcasme spreekt boekdelen.

Dat een dergelijke vorm van kruisbestuiving nuttig zou zijn, weet Hughes uit eigen ervaring. Toen hij als voetballer veertig jaar geleden in zijn gewone kloffie arriveerde voor zijn eerste training bij het Amsterdamse Blauw Wit, wachtte hem in de kleedkamer een onaangename verassing. Er hing niets op z'n knaapje! De nieuwe teamgenoten verbaasden zich juist over Hughes. Waarom had de aanwinst geen tas bij zich?

In die tijd werden Nederlandse voetbalplunjes nog gereinigd door moeders en echtgenotes. Hughes: 'Ik heb Keizer en Swart nog 's avonds om half zeven op de brommer naar de Meer zien rijden, hun tas onder de bagagedrager.'

Dankzij Hughes kwamen de Blauwwitters te weten hoe dat in Engeland was geregeld: een wasmachine op het stadion. Het duurde niet lang of alle Nederlandse stadions draaiden op volle toeren.

Zo had Hughes meer tips van thuis meegenomen: in de Britse competities werden de jonge profs disciplinair geschoold met het verrichten van karweitjes. De een maakte de dames-wc schoon, de ander maaide het gras en wie verzaakte, was nog niet jarig. Hughes: 'Ik zeg niet dat je dergelijke dingen moet overnemen, maar het is wel goed om er kennis van te nemen.'

Ook al is de wereld inmiddels een dorp en Europa bijna één, toch zou het volgens Barry Hughes goed zijn als andere vormen van voetbal weer een kans zouden krijgen op de Nederlandse velden. 'Toen ik kwam, had je met Happel en Schwartz een Hongaars-Oostenrijkse school. Later kwamen daar de Engelsen bij, met mensen als Keith Spurgeon. Dat werd een hele interessante botsing van stijlen.'

Destijds was dat ook een vorm van ontwikkelingshulp. In Nederland schoot de opleiding voor voetbaltrainers ernstig te kort. George Kessler (zelf geschoold aan de Sporthochschule) gaf als bondscoach de aanzet tot de ommekeer. Tijdens zijn ambtsperiode kreeg Zeist gestalte als centrum van het Nederlandse voetbal.

'Nederland had toen al grootse voetballers. Mannen als Abe Lenstra, Micky Clavan, Theo Timmermans, Faas Wilkes, Bertus de Harder en niet te vergeten Kees Rijvers waren in buitenlandse competities vaak toonaangevend. Maar in tactisch opzicht liep het voetbal achter. Je liet het Nederlands elftal uitrazen en daarna sloeg je toe.'

Zo lukt het vaak nog steeds - zie de confrontaties van PSV tegen Kaiserslautern - en dat brengt Kessler op zijn volgende punt: 'Nederlanders willen de voetbalsport tot in de perfectie beheersen. Maar om de een of andere reden behoort verdedigen niet tot die kunst. Een goede sliding, zo eentje waarbij een verdediger zelf in balbezit komt, die zie je niet meer in Nederland.

'Wat heb ik zelf niet voor problemen gehad toen ik bij AZ van het driespitsensysteem wilde overschakelen op 4-4-2. Er moesten spelers weg, er moesten anderen voor in de plaats komen en het verzet was gigantisch.'

George Kessler wist als kind van twee culturen wat hem te wachten stond. 'Vergeet niet dat ik ook een voortbrengsel ben van de Nederlandse society. Alleen ben ik nooit als zodanig geaccepteerd. In Nederland ben ik altijd de Duitser, zoals ik in Duitsland der Holländer ben.

'Ik onderken de kwaliteiten van beide voetbalscholen, maar ik zie ook de fouten. Als ik in Duitsland praat over ruimtedekking word ik weggehoond. Hetzelfde gebeurt als ik in Nederland spreek over mandekking.

'De Nederlanders hebben moeite met de Duitse speelstijl en andersom ook. Het grote verschil is dat Duitsland wel met 7-0 van Nederland kan winnen, maar andersom is dat onmogelijk. Daartoe ontbreekt het Nederland aan de discipline, geen killersmentaliteit vooral.'

De laconieke wijze waarop penalty's worden gemist, is volgens Kessler daarvan een sprekend voorbeeld. 'Strafschoppen nemen is gewoon een kwestie van oefening, maar die moeite nemen de Nederlanders niet. Toen ik zelf nog bij Sittard speelde, nam ik ze altijd en let wel, ik was pas negentien jaar.

'Ik had in Frans de Munck een ideale sparringpartner. We oefenden er wel honderd per week. 25 Keer moest ik in de ene hoek schieten, 25 in de andere en de rest mocht ik zelf bepalen. Zo leer je het wel. Tegen BVV, met de grote Dré Saris in het doel, moest ik er drie nemen. Drie keer gescoord, meneer.'

Nederland gaat te veel uit van eigen kracht, ook als die kracht ontbreekt en Nederlanders willen te graag in balbezit zijn. 'Zo redeneren ze ook uit tactisch opzicht, want als je in balbezit bent, bepaal je het spel. Maar daarmee zijn ze blind voor de tactische vermogens van een elftal dat de tegenstander dat balbezit graag gunt.'

Kessler had de avond te voren Bayern München de uitwedstrijd tegen Real Madrid zien winnen met 0-1. 'Cruijff spreekt er in zijn analyse schande van en door een Nederlandse bril bezien is het ook afschuwelijk, maar het is wel succesvol. Als Nederlanders over Duits voetbal praten, gaat het altijd over het enorme loopvermogen en de Kampfgeist. Maar ze zien niet het tactisch vernuft. Driemaal Europees kampioen en driemaal wereldkampioen, dat word je echt niet alleen op grond van wilskracht.'

George Kessler gelooft daarom dat het Nederlandse voetbal gebaat zou zijn met een paar buitenlandse topcoaches, maar acht hun komst uitgesloten. 'Ik denk niet dat er in de Bundesliga één trainer werkt voor minder dan een miljoen mark per jaar. Dat zijn onhaalbare bedragen voor Nederlandse begrippen.

'Ik denk daarom dat je het moet zoeken in Nederlandse trainers met buitenlandse ervaring, zoals Koeman en Huub Stevens die hebben. En laten we niet vergeten dat die twee producten zijn van de Nederlandse school. Zo slecht is die dus niet.'

Edward Sturing is, sinds ruim een week, ook zo'n product. De 37-jarige assistent-trainer van Vitesse mag zich sinds vorige week vrijdag coach betaald voetbal noemen. Dat zal overigens geen reden zijn om snel voor zelfstandigheid te kiezen. Ook een volleerd coach betaald voetbal kan nog veel opsteken van de internationaal gelouterde Ronald Koeman.

Als onderdeel van zijn opleiding heeft Sturing ook nog een week stage gelopen bij Huub Stevens, de trainer van het Duitse Schalke 04. Het was een leerzame week.

'Volgens Huub blijft voetbal voor een Nederlandse speler een hobby, terwijl een Duitser het als werk beschouwt. Voor beide is wat te zeggen. Bij een Nederlander zul je altijd het spelplezier terug zien, een buitenlander is strikter in zijn taakopvatting.

'Stevens mist bij Schalke ook de discussie die je in Nederland hebt. Als hij tijdens een loopoefening roept dat de spelers naar links moeten, dan doen ze dat zonder meer. Een Nederlander zal vragen: waarom niet naar rechts? Je hebt er een hoop geouwehoer door, maar als je het goed kunt uitleggen, is een voetballer wel een stuk gemotiveerder in zo'n oefening.'

Sturing heeft zijn opleiding ervaren als 'heel goed en heel breed'. Een praktijkjongen als de vroegere rechtsback is, werd een stuk wijzer over managementprocessen en daarover wil Sturing beslist niet flauw doen. 'Ik heb er veel van opgestoken.' Dat de opleiding is gestoeld op aanvallend voetbal kan ook alleen maar op zijn goedkeuring rekenen. 'Zo zie ik het zelf ook graag gespeeld worden.'

Het probleem is alleen dat de Nederlandse voetballer zo langzamerhand niet anders meer lijkt te kunnen. Zo trainde Vitesse in de aanloop naar het UEFA Cup-duel tegen Inter op een verdedigende tactiek.

Telkens weer moesten Koeman en Sturing hun spelers aansporen om zich te laten zakken en 'zones dicht te lopen'. Een Nederlandse voetballer wil vooruit en begint te steigeren als hij wordt ingetoomd. 'Er liepen die dag nogal wat mopperdozen op het veld.'

Net als Kessler vindt Sturing dat op de trainingen de nadruk te veel ligt op oefeningen in balbezit. 'Daarom zie je ook dat Nederlandse ploegen veel moeite hebben met de omschakeling na balverlies.'

Tot zijn spijt bespeurt Edward Sturing een zeker dedain voor de edele kunst van verdediging. 'Ik voelde het als een overwinning wanneer ik een persoonlijk duel won. Maar zo redeneren de meeste spelers niet meer. Die denken al aan de daaropvolgende actie.'

Sturing verwacht niet zoveel van buitenlandse trainers die de Nederlandse competitie zouden verrijken. Hij heeft in de samenwerking met Artur Jorge ook een afschrikwekkend voorbeeld. De Portugese trainer had met Porto de Europa Cup gewonnen en werd daarom beschouwd als de aangewezen man om Vitesse naar de top te loodsen. Samen met Bobby Robson was Artur Jorge de laatste buitenlandse toptrainer die de eredivisie aandeed. Hij hield het er drie maanden uit.

Het werd een botsing van culturen, die alleen maar ergernis gaf. Als er om tien uur 's morgens verzameld moest worden, permitteerde Jorge het zich een halfuur later te verschijnen. De spelers klaagden erover bij Sturing. Sturing bracht de gevoelens over bij Jorge, maar stuitte op onbegrip. Hoezo te laat? Artur Jorge was de baas en bazen staan boven regels.

'Maar Nederlanders redeneren in de trant van: gelijke monniken, gelijke kappen. Daarin zijn we ook een redelijk eigenwijs volk. Op zich vond ik het een geweldige vent, maar in die zin ben ik waarschijnlijk ook te veel een Nederlander. Dat soort dingen kun je niet maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.