Column

Botsende en overlappende verantwoordelijkheden, een spaghettibestuur

Waarom zou je een bestuur serieus nemen dat zichzelf onophoudelijk wil veranderen.

Voor Eerste Kamerlid namens D66 Alexander Rinnooy Kan is het toverwoord: de regio. Beeld anp

Als het aan Peter van Lieshout ligt, is de toestand van het lokaal bestuur hopeloos. Wethouders vergaderen onafgebroken, met steeds andere petten op. Er komt steeds meer op gemeenten af, die moeizaam over hun grenzen samenwerken. Dit kabinet voegde er nog eens langdurige zorg, jeugdzorg, passend onderwijs en werkvoorziening aan toe. Het geïmproviseer wordt steeds storender, aldus Van Lieshout. De gemeenteraad heeft er steeds minder zicht op. De boel loopt vast en het roer moet om.

Peter van Lieshout kun je om een sombere boodschap sturen. Hij is hoogleraar in de theorie van de zorg, tot voor kort werkte hij bij de WRR. Daar schreef hij een rapport over de economische toekomst van Nederland. Wij dreigen de boot te missen, schreef hij toen. Van de week trad hij op in de bossen bij Leusden, tijdens een symposium onder de noemer Lokale Democratie in de Steigers. Ditmaal ging het over decentralisatie, maar de boot missen we net zo goed.

Saai onderwerp? Welnee. Veel ongenoegen of onbehagen volgt uit de prestaties van het lokale bestuur of het gebrek daaraan. Eén voorbeeld: langdurige zorg wordt betaald door de gemeente, de wijkverpleegster door de verzekeraars. En het verpleegtehuis door het Rijk. Dat leidt tot financieel afschuifgedoe door alle instanties, waar u wel degelijk last van heeft als u iets wilt regelen voor vader of moeder.

Ik zou zeggen: los dat afschuiven op. Maar Peter van Lieshout vindt dat het lokale bestuur moet opschalen naar de regio. Voor Alexander Rinnooy Kan, nog altijd hoog op de lijst van machtigste mannen en ook aanwezig in het bos, is het toverwoord hetzelfde: de regio. Decentraliseren van overheidstaken is mooi en goed voor de democratie. Maar de gemeenten zijn overbelast. Momenteel is de regio het muurbloempje onder de bestuurslagen. Ten onrechte, vindt Rinnooy Kan. Gemeenten en provincies kunnen weg. Kijk naar Denemarken. Daar hebben ze de sprong gewaagd.

Ik moet sceptisch hebben gekeken want in de pauze kwam Rinnooy Kan naar me toe. Dat er weerstand bestaat, begreep hij wel. Ook Plasterk is het niet gelukt de gemeenten naar honderdduizend te laten groeien. De stemming is dat je aan een dood paard niet moet trekken. Maar de handdoek in de ring gooien, dat vond Rinnooy Kan armoe. Daar is de democratie toch te belangrijk voor.

Mijn scepsis kwam niet voort uit het trekken aan een paard. Ik herken hooggeleerde blauwdrukken op afstand. In Denemarken is het kennelijk geweldig. Wij hebben een kleine vierhonderd gemeenten en zij nog maar vijftig. Denemarken is precies ver genoeg om niet het naadje van de kous te weten. Een derde hoogleraar, Maarten Allers, wist het naadje wel. Hou op over Denemarken, zei hij. Fijn die decentralisatie, maar democratie? Voor de aanschaf van een potlood moeten ze toestemming van de centrale regering hebben. En hoezo noodzakelijke opschaling? Hij kende maar twee landen met grotere gemeenten dan Nederland: Groot-Brittannië en Venezuela.

Ik denk niet dat het de gebrekkige democratie is die de bestuurlijke hervormers dwarszit, maar het rommeltje. De GGD, de werkvoorziening, omgevingsdienst, veiligheidsregio; de gemiddelde gemeente maakt deel uit van zestien verbanden, die slecht aansluiten, met botsende en overlappende verantwoordelijkheden. Men spreekt van spaghettibestuur. Is dat erg? Fraai is het niet, en dat is dan ook wat het is: een esthetische kwestie. Bestuurlijke ingenieurs willen moderne strakke oplossingen. Een Mondriaan aan de muur, geen zigeunerjongetje met een traan.

Onlangs sprak ik Tom de Bruijn, wethouder te Den Haag, voorheen ambassadeur bij de EU in Brussel. Het lijkt sprekend op elkaar, zei hij. In de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag hebben ze 27 gemeenten; er zijn 27 landen in de Europese Unie. Het is allebei eindeloos palaveren en handjeklap. De Bruijn is eraan gewend en vindt dat iedereen zijn best doet. Ook in Europa zijn er uiteraard idealisten die het strakker en mooier willen. Hetzelfde verhaal, met dezelfde argumenten. Slagkracht en Jutland.

Nu willen ze de regio optuigen, als nieuwe bestuurlijke tgv. Het kan nog mee in de formatie, grapte Rinnooy Kan. Uit naam van de bevolking want het gaat om de legitimiteit van het bestuur. Ik vroeg me af of we de vorige slag om de bevolkingssteun al te boven waren. Ook de jaren negentig stonden in dit teken. Destijds werden overheidsdiensten te log en te groot. Toen waren de toverwoorden markt en op afstand. De burger werd klant, dan had hij wat te kiezen. Woningbouwcorporaties en scholen gingen hun eigen broek ophouden. Het nieuwe zorgstelsel is de laatste parel aan deze kroon. Wat je er ook van vindt, de steun van de bevolking houdt niet over.

Hoogste tijd dat er iets aan het lokale bestuur gebeurt, zei Van Lieshout. Nederland is veranderingsresistent, zei Rinnooy Kan. Hoe kan het toch dat bestuurders, of in elk geval bestuurlijke intellectuelen, altijd denken dat Nederland een stilstaand water is. Mijn stelling is al jaren het omgekeerde, namelijk dat wij een halsoverkopstaat hebben. Nederland wordt onophoudelijk ondersteboven gegraven. Letterlijk in de vorm van nieuwe dijken, wegen en water, overdrachtelijk met overal fonkelnieuwe roc's, gefuseerde ziekenhuizen, schaalvergrotende gemeenten, permanent veranderende regelingen.

Het is niet zozeer het spaghettibestuur als wel de halsoverkopstaat die fnuikend is voor de steun onder de bevolking. Als niets vaststaat, als het roer in het openbaar bestuur nog zesmaal om moet, waarom zou je als burger dat bestuur nog serieus nemen?


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden