Boter bij de vis

In de serie interviews met nét-vijftigers over hun dilemma's, aflevering 5: programmamaakster Anita Witzier. 'Geen mening is wel zo dapper.'

'Of ik mijn 50ste heb gevierd? Ik dácht het wel. Het is fantastisch om die mijlpaal te kunnen vieren, het is ook niet iedereen gegeven. Ik begrijp de mensen niet die opzien tegen hun 50ste verjaardag. Sneu vind ik het en ook wel een beetje ondankbaar.


Op de dag dat ik 50 werd, zijn we uit eten gegaan, met het gezin. Daarna was er een surpriseparty, georganiseerd door mijn geliefde. Iedereen die in mijn leven iets betekent, was erbij. Ze hadden ballonnen in de hand met mijn tronie erop. Er werd gedanst en er werd gesproken. Echte verrassingen zaten daar niet bij, maar er werden wel dingen verteld die je liever niet hoort. Dat ik zo graag overal m'n eigen stempel op druk, bijvoorbeeld. Ik zie mezelf al snel als een controlfreak en daar ben ik niet trots op. Dingen loslaten is niet mijn grootste talent, al probeer ik die karaktereigenschap de laatste tijd af te zwakken en bij te schaven.


50 zijn benauwt me niet, al realiseer ik me goed dat ik het grootste deel van het leven achter de rug heb. Vroeger dacht ik altijd dat ik onsterfelijk was, doodgaan zou zeker niet voor mij gelden. Het besef dat ik de dans niet zal ontspringen, is inmiddels wel ingedaald - met dank aan lichamelijk ongemak dat zich zo nu en dan manifesteert. Je bent bij vlagen stram en stijf, of de rug laat het tijdelijk afweten en dan zijn er hete douches nodig, of therapieën en in elk geval het nodige duw- en trekwerk.


Natuurlijk, sinds er bij mij in 1999 reumatoïde artritis werd geconstateerd ben ik me sowieso meer bewust van mijn lijf. Maar van reuma ga je niet dood en ik heb er ook geen sombere gedachten over de eindigheid van het bestaan door gekregen. Ik heb er af en toe last van, bijvoorbeeld als ik te voort-varend heb gesport, of als ik te lang te ijdel op hoge hakken heb rondgestruind. Maar de situatie is redelijk stabiel en ik heb ervaren dat het geen zin heeft om je er met hand en tand tegen te verzetten. Sowieso is het, als je de 50 nadert en ouder wordt, nogal zinvol om te accepteren dat je niet meer uit jezelf kunt halen wat je vroeger uit jezelf haalde. Probeer binnen de grenzen van het eigen kunnen het maximale te bereiken, zonder jezelf te vergelijken met anderen of met vroeger.


Mijn zoon Bram van 21 woont inmiddels op kamers in Amsterdam, mijn dochter Julia van 16 woont nog bij ons. Op het moment dat je kinderen zelf hun veters kunnen strikken, hun eigen feesten organiseren en het verschil tussen rode en witte wijn weten, komt er meer ruimte voor jezelf en voor andere dingen. En intussen heb je er, dankzij de opvoeding al die jaren, een hoop bij geleerd.


Ik ben blij dat ik niet meer in de schoenen van Bram en Julia sta. Ze moeten nog zo veel ontdekken en ze zullen nog zo vaak hun neus stoten, in de liefde, in de vriendschap, in het werk. Het duurt even voor je weet wat je wel en niet aankunt en welke betekenis je daaraan kunt ontlenen. Ik benijd ze niet, als ik zie hoezeer ze met social media in de weer zijn. Alles ligt op internet en Facebook onder een vergrootglas, iedereen weet alles van elkaar en er wordt je steeds minder gegund. Je bent al gauw een loser of een rukker. Natuurlijk, soms krijg je op Facebook ook erkenning, maar wat zegt zo'n smiley of like? Wat is de mening waard van iemand die je alleen virtueel kent en die amper iets weet van je persoonlijke context?


Dankzij mijn tv-werk heb ik ontdekt dat wat je niet hoort en weet, je ook niet deert. Wat ik weleens tegen mijn kinderen zeg: blijf altijd uitgaan van wat je zélf vindt en leg je oor te luisteren bij mensen die er toe doen en die jij vertrouwt - anders raak je verloren in het bos van meningen. Veel te veel mensen hebben tegenwoordig de neiging om met poep hun naam op de muur te schrijven. Vroeger vond ik het laf van mezelf als ik geen mening had. Nu denk ik vaak: laat mij maar geen mening hebben, dat is wel zo dapper.


Mijn ouders hebben wat zij vonden nooit te zeer aan mij opgedrongen. Ze waren al over de veertig toen ik geboren werd - een godswonder, zou je kunnen zeggen, want ze hadden er al lang niet meer op gerekend. Ik was en bleef enig kind, maar eenzaam heb ik me nooit gevoeld. Als ik bij vriendinnetjes over de vloer kwam trof ik er de herrie en het rumoer die thuis ontbraken.


Met mijn ouders had ik een respectvolle relatie. Als ik een kleine misstap beging voelde ik me daarover schuldig en biechtte ik die op. Ik kom uit een echt CDA-nest: mijn ouders waren protestants en ze kozen ervoor op lokaal niveau, in het dorp Groot-Ammers bij Gouda, een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen. Mensen die hulp nodig hebben help je, dát was hun engagement. Mijn ene oma heeft tot haar dood in het voorhuis gewoond, mijn andere oma zelfs bij ons in huis en voor mij was dat volkomen vanzelfsprekend. Ik bracht haar naar bed, ik deed haar in bad, ik draaide vlechtjes in haar lange dunne grijze haren. Het geloof speelde een normale rol in het leven van mijn ouders. Er ging geen dwang van uit en we gingen ook niet elke week naar de kerk.


Precies een jaar geleden overleed mijn vader, ruim tien jaar na de dood van mijn moeder. Het was in de maand dat Bram naar Amsterdam verhuisde en dat was eigenlijk een mooie samenloop van omstandigheden. Als je ouders allebei zijn gestorven, wordt alles ontmanteld en verdwijnen hun spulletjes, op een schilderij na dat je boven je bed in de slaapkamer hangt. Maar Bram kon de borden en het bestek van mijn vader goed gebruiken, hij nam zijn strijkijzer en stofzuiger mee. Het is alsof het leven zo doorgaat van grootvader op kleinzoon; de bezittingen van mijn vader spelen een zinvolle rol in het leven van iemand die zijn volwassen leven net is begonnen; dat vind ik een roerende gedachte.


De uitvaart van mijn vader was prachtig. Hij is geboren in Groot-Ammers en heeft er zijn leven lang gewoond en tot zijn 78ste gewerkt als begrafenisondernemer. Op zijn rouwkaart stond een afbeelding van zijn baken: de kerktoren van het dorp. Hij was geen globetrotter en dan druk ik het nog voorzichtig uit. Wat ik vooral later heb leren begrijpen: hij kon in Groot-Ammers zijn wie hij was met de mensen met wie hij wilde zijn en maakte daarmee de keuze die bij hem paste.


Tijdens de uitvaart hebben we onder meer naar Ketelbinkie geluisterd, het eerste liedje dat mijn vader mij als kind leerde. Zijn kist werd in een koets met paarden vervoerd, het hele dorp liep uit, de klokken luidden. De nazit was in de kroeg waar hij een keer per week biljartte - dat was nog nooit gebeurd in het dorp, dat er een kroeg werd afgehuurd voor een begrafenis. Ik heb ontzettend veel kaarten gekregen, ook van mensen die ik niet eens kende en die me vertelden dat ze altijd op mijn vader konden rekenen en dat ze zo met hem konden lachen. Het vervult mij nog altijd met trots en dankbaarheid, dat 'de oude Witzier', zoals hij werd genoemd, zo geliefd was.


De uitvaart van mijn moeder verliep heel wat minder voorspoedig. Zij en ik leken nogal op elkaar, qua karakter en dus botste het weleens en kibbelden we heel wat af. Maar we hebben ten slotte veel mooie gesprekken gevoerd en we hebben elkaar op een goeie manier achtergelaten.


Ik memoreerde een en ander in mijn toespraak tijdens de begrafenis, en dat kwam me duur te staan: de ouderling prevelde in zijn gebed dat ik, o here, hopelijk vergeven zou worden voor de kritiek op mijn moeder. Ik was met stomheid geslagen, ik was eigenlijk rázend, maar ik durfde, juist op die dag, in de directe nabijheid van mijn vader, geen stennis te schoppen. Die ouderling besmette de bijeenkomst én de relatie met mijn moeder, op eigen gezag. Geen persoonlijk woord werd verder over mijn moeder gesproken, alleen de Bijbel werd aangehaald. Verschrikkelijk is het, wat mensen als hij met godsbesef doen en hoe ze wat puur en mooi is verdraaien om zo de mensen te knechten, te belemmeren en onder de duim te houden.


Ik had mijn les geleerd: toen mijn vader was overleden, heb ik meteen een pittig gesprek met de dominee gevoerd en gezegd dat de uitvaart overeenkomstig mijn wensen zou verlopen en niet anders. Geen gedoe met zware bijbelteksten, heb ik gezegd, en geen oproep dat mijn vader toch maar in godsnaam in de schoot van de Heer opgenomen zou mogen worden. 'Het gaat over mijn vader', zei ik, 'en niet over de Bijbel.' De dominee heeft zich er keurig aan gehouden.


Dat mijn vader begrafenisondernemer was, en daardoor steeds met de dood in aanraking kwam, speelde voor mij geen grote rol. Ja, de telefoon ging geregeld 's nachts, er hingen overal mooie pakken en er ging van zijn werk ook wel een macabere aantrekkingskracht uit waarmee ik vriendinnetjes probeerde te imponeren. Wat hem in zijn vak vooral dreef, was dat hij mensen betekenisvol kon bijstaan, juist op de momenten dat ze ontredderd waren en iemand zochten aan wie ze alles konden overlaten. Dat gaf hem voldoening.


Ik weet niet of zijn werk met dat van mij te vergelijken valt. Natuurlijk, in mijn programma's krijgen mensen de gelegenheid om hun verhaal te vertellen, zonder dat een oordeel wordt uitgesproken en ik breng ze bij elkaar. Maar hulp-tv maak ik niet. Mijn werk biedt mij vermaak en inspiratie en ook brengt het structuur in mijn leven. Ik heb er een bredere blik door gekregen: iedereen heeft een verhaal, heb ik gemerkt, maar lang niet iedereen krijgt de kans het te vertellen. Ik woon in een blanke enclave in Blaricum waar nog net geen slagboom voor staat, maar dankzij programma's als Memories en Liefde voor later ben ik met de meest uiteenlopende mensen in aanraking gekomen. Ik heb met mijn vooroordelen afgerekend en mijn compassie is er groter door geworden.


En toch: het tv-werk alléén zou niet langer voldoende voor me zijn. Ik zou me niet nuttig genoeg voelen. Vroeger dacht ik: wat hebben mensen aan me? Wat kan ik? De laatste jaren is het besef gegroeid dat ik iets kan betekenen, en dat ik, vanuit mijn positie, een bijdrage kan leveren en zelfs moet leveren, omdat ik iets terug wil doen voor wat het leven me tot nog toe heeft geboden. Ik zet me als ambassadeur in voor het Reumafonds, voor het Charity Fund van uitvaartverzekeraar Monuta, voor de Stichting Hulphond. Voor organisaties die op zoek zijn naar verbinding en die zorgen voor mensen die hulp nodig hebben en die in hun doelstellingen lekker concreet zijn, want ik houd van boter bij de vis.


Mijn ouders zouden dit wel op prijs hebben gesteld. Ze waren trots op wat ik op tv doe, maar ze liepen er niet mee te koop. Dat ik premier Lubbers ontmoette, of de koningin, dat vonden ze memorabel. Maar verder was het toch een beetje de ver-van-hun-bed-show en al die reizen die ik maakte voor m'n programma's baarde ze ook wel zorgen. Kijk je uit? Doe je voorzichtig? Dat was ook paradoxaal in de houding van mijn moeder. Aan de ene kant heeft ze me al vroeg bijgebracht dat ik later onafhankelijk moest zijn, m'n rijbewijs moest halen, niet in gemeenschap van goederen moest trouwen; aan de andere kant wilde ze me dicht bij zich houden, hoopte ze op een goede man voor me, een dak boven m'n hoofd en een degelijke hypotheek. Ze wilde dat ik veilig was.


Wat dat betreft heb ik mijn ouders behoorlijk teleurgesteld. Twee keer ben ik gescheiden en daar hadden ze grote moeite mee - in hun omgeving kwam dat simpelweg niet voor. Ze schaamden zich voor mij: 'Kind, wat doe je ons aan?' En dat terwijl ik een hart onder de riem wilde. Al begreep ik ze wel - ze zijn van een andere, oudere, generatie. Ze zijn er vast ook door hun omgeving op aangesproken.


Toen ik voor de tweede keer scheidde, van de vader van mijn kinderen, vond ik de mening van mijn ouders al minder relevant. Ik wilde hen er ook niet mee belasten. Goede raad haalde ik wel bij mijn vriendinnen en met hen deelde ik ook mijn verdriet. Inmiddels denk ik: mensen doen vaak te krampachtig over scheiding. Ik vind het prachtig, dat ik na twee weloverwogen maar pijnlijke beslissingen, toch nog een nieuwe kans heb gekregen.


Met Michel ben ik inmiddels meer dan tien jaar samen. Getrouwd zijn we niet. Hij is iemand die me veel vertrouwen geeft. Sowieso merk ik, en ook dat is een verworvenheid van 50 worden, dat ik de dingen met meer vertrouwen doe dan vroeger, toen de angst vaak groter was dan de werkelijkheid. Ik durf nu te rekenen op het mechanisme dat je jezelf altijd weer zult oppakken en dat het goed komt. Ik maak scherpere keuzes, ik zeg vaker 'nee', de mening van anderen doet me in toenemende mate minder. Anders dan vroeger ben ik me behoorlijk bewust geworden van de eindigheid van het bestaan, en ik geloof niet langer in een leven ná dit leven. Na mijn dood zal het leven gewoon doorgaan en dan speel ik niet meer mee. En vooral: dan maak ik niet meer mee hoe het met mijn kinderen gaat en kan ik er niet meer voor ze zijn. Dat vind ik onvoorstelbaar.


Als ik 's ochtends de hond uitlaat, is de dag nog fris. Ik voer het paard waar we langs wandelen wortels en appels, zie de seizoenen verglijden. Dan realiseer ik me dat het pad waarover we lopen er nog zal zijn als ik er niet meer ben. Dat besef vind ik ontzagwekkend, maar ik geniet er tegelijkertijd ook van.


Ik zal niet alle boeken die ik nog op op m'n lijstje heb staan lezen en die Groenlandexpeditie hoeft ook niet per se. Mijn dochter zegt dat ze mijn leven saai vindt. Maar als je na een dag vol ontmoetingen thuis op de bank zit, is het avontuur misschien wel groter dan wanneer je backpackend door Nepal trekt. Ik vind dat ik tot nu toe groots en meeslepend geleefd heb, voor een meisje uit Groot-Ammers.'


Anita Witzier


Anita Witzier wordt op 10 november 1961 geboren in Gouda en groeit op in het nabijgelegen dorp Groot-Ammers. Na het vwo en een afgebroken studie engels en rechten debuteert ze in 1988 als omroepster bij Veronica. In 1996 stapt ze over naar de KRO waarvoor ze veel tv-programma's presenteert: in het verleden onder meer Hints en Tien voor taal, nu nog steeds Recht uit het hart, Liefde voor later, Ode aan de doden en, sinds 1997, haar meest succesvolle programma, Memories. Met Michel Nillesen, die ze als productieleider bij Memories leerde kennen, heeft ze na twee gestrande huwelijken inmiddels sinds 2003 een relatie. Witzier won, na zes keer genomineerd te zijn geweest voor de prijs, in 2007 uiteindelijk de Zilveren Televizier-Ster als beste tv-vrouw van het seizoen. Ook spant ze zich in voor goede doelen: ze is ambassadeur van het Reumafonds en de Stichting Hulphond.


2


'Ik heb mijn ouders behoorlijk teleurgesteld. Twee keer ben ik gescheiden en daar hadden ze grote moeite mee - in hun omgeving kwam dat simpelweg niet voor, ze schaamden zich voor mij.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden