Boston is meer dan een werkstad

Boston is één van de meest toegankelijke Big City's van Amerika. Alles van belang kan wandelend of met de metro worden bereikt....

OSCAR GARSCHAGEN

Nog altijd ruikt het in Beacon Hill, tot bloei gekomen na de bouw van het ornamentale State House in het centrum van Boston, naar geld, macht en traditie. In de klimmende en dalende straten hebben de koetsen plaatsgemaakt voor Range Rovers, Toyota Roadrunners en Ford Explorers, de auto's van de Amerikaanse yuppies. In de vitrines van de makelaars hangen huizenadvertenties met prijzen vanaf 700 duizend dollar.

Huizen in Beacon Hill dragen de namen van de families die hier eens woonden: het Harrison Gray Otis House of het George Parkman House, waar de gelijknamige bewoner, een arts, in 1849 werd vermoord door Harvard-professor John Webster na een ruzie om geld. Gaslampen, plaveisel van kinderhoofdjes en het geluid van licht rammelende luiken vergemakkelijken een imaginaire tocht terug in de tijd.

Rondom het verstilde Louisburg Square zijn de Victoriaanse en Georgiaanse huizen van rood baksteen grotendeels nog in handen van de nazaten van de Cabots, de Lowells en de Hancocks. Beacon Hill werd in 1955 door het Amerikaanse Congres officieel bestempeld tot een historisch district, maar al in 1932 vormde de Beacon Hill Civic Association een machtsfactor in de stad. De Boston Brahmins, zoals schrijver Oliver Wendell Homes in 1860 de groep van rijke, protestantse families noemde, domineerden de economie en de politiek van de stad. Een kaste, een elite van kooplieden, zeekapiteins, landeigenaren, politici en militairen die zichzelf beschermde, eerst tegen het Ierse, Italiaanse, joodse en zwarte plebs en later tegen de oprukkende parkeergarages.

Vanaf het hoogste punt is in de verte de uitgestrekte campus van de Harvard Universiteit zichtbaar. Het zachte geloei van de boten op de Charles River wekt even associaties op met schilderijen van Winslow Homer en James McNeill Whistler. Maar de zakelijke nieuwbouw van computer-, onderwijs-, en gezondheidszorgbedrijven op de andere oever van de rivier verstoort het negentiende eeuwse panorama.

Een mevrouw beklaagt zich op hoge, bekakt Britse toon over de laattijdige opruiming van het huisafval, omdat een vuilniszak is gescheurd en de inhoud over haar stoep ligt verspreid. Hier en daar worden de gietijzeren versierselen van de stoepen en de deuren opnieuw geschilderd en krijgen de koperen naamplaten en belklingels een grondige poetsbeurt. Twee blokken verderop had John F. Kennedy een appartement dat hij om verkiezingstechnische reden moest aanhouden, maar een echte Brahmin was hij niet. In de krantenwinkel om de hoek staan broer Ted, de senator, en neef Joe, de afgevaardigde op de voorpagina's van The Boston Globe en The Boston Herald: 'Joe K. Returns Asian Money'.

Al voor de oorlog zagen de Bostonians het belang in van monumentenzorg en ontstond er een beweging om van stadsdelen historische districten te maken. Met Charleston in South-Carolina, Savannah in Georgia en New Orleans in Louisiana is van het 350 jaar oude Boston nog verrassend veel over. Het scheelt natuurlijk dat de stad niet op de breuklijn ligt van aardschollen, zoals San Francisco, en de brandweer door de eeuwen heen behoorlijk goed georganiseerd is geweest, althans een tikkeltje beter dan in Chicago.

De sporen van de oorspronkelijke bewoners van Beacon Hill, slaven en de eerste vrije zwarten, zijn nauwelijks meer zichtbaar, hoewel met plakkaten wordt herinnerd aan hun bestaan. Alleen het African Meeting House uit 1806, waar de eerste vrije zwarten bijeenkwamen en het interessante Museum of Afro American History, vestigingsplaats van de eerste school voor zwarte kinderen, hebben de opmars van de Brahmins overleefd.

Welke stad moeten we beslist niet overslaan als we aan de Oostkust willen blijven?

Vrienden, en trouwens ook menig collega, beschouwen journalistiek in den vreemde als een veredelde vorm van toerisme. De correspondent in het buitenland dient dan ook over parate kennis inzake discount-vliegtarieven, leuke hotels, spannende blues- en jazz-cafés en de betere restaurants te beschikken.

New York, Washington DC?

Zijn we al geweest. We nemen trouwens de kinderen mee. Het mag wel een beetje avontuurlijk zijn, maar ook weer niet te, begrijp je.

OK. Dan wordt het Boston, Massachusetts.

Waarom?

Het is de enige stad, waar je alles van belang, wandelend of met de metro kunt bereiken. Bakermat van de Amerikaanse revolutie, de Boston Tea Party wordt in de zomer iedere dag nagespeeld, veel geschiedenis, universiteitsstad bij uitstek, Harvard, Northeastern University, de tien beste Ierse pubs buiten Ierland, de lekkerste cannoli, de John F. Kennedy Library, House of Blues, het Computermuseum voor kinderen en Samuel Adams, het enige drinkbare bier dat in de VS wordt gemaakt. Bovendien is Boston de uitvalsbasis naar de New England-staten of naar de buitengaatse gebieden, waar de walvissen voorbij trekken.

En, en dat is bij ieder bezoek weer een aangename verrassing, na zonsondergang verandert Boston niet zoals Philadelphia, Miami, Los Angeles, om van Detroit maar niet te spreken, in een spookstad. Downtown Boston, pakweg de vier vierkante mijl met Beacon Hill, Backbay, de financiële en theaterdistricten, Chinatown, West End en North End (Little Italy) en Charlestown aan de andere kant van de Inner Harbor, is een woonstad. Er wordt geleefd en niet alleen maar gewerkt.

Sterker nog, zelfs na zonsondergang op een doordeweekse, bitterkoude avond in maart lopen de Bostonians over straat. De bereikbaarheid van winkels, restaurants, kantoren en huizen speelt een grote rol, maar misschien nog wel belangrijker in vergelijking met andere steden is de veiligheid op straat. De kans dat je in het centrum onder dreiging van een pistool of een mes wordt beroofd, is klein. Boston kan gerust een betrekkelijk veilige stad worden genoemd. De murderrate is hier met maar liefst 35 procent gedaald tot 56 per jaar. De Bostonse politie, dankzij goede salarissen en strenge toelatingseisen tamelijk vrij van corruptie en incompetentie, behoort tot de beste korpsen van het land.

Newbury Street, zeg maar de PC Hooftstraat van Boston, met restaurants en winkels, is tot na middernacht druk. Dat geldt ook voor North End en het theaterdisctrict met de comedyclubs, jazzkroegen en Ierse cafés. De enkele crackdealer wordt meestal snel weggejaagd. In het winkelcentrum, vlakbij het befaamde warenhuis Filene's met Filene's Basement, zijn zelfs straten afgezet voor auto's. Een voetgangerspromenade vind je praktisch nergens in de VS, het afsluiten van straten voor autoverkeer wordt immers nogal tijd beschouwd als een bijkans socialistische inbreuk op de vrijheid van het individu.

Boston is beslist een van de meest toegankelijke Big City's van Amerika. Burgemeester Thomas Menino, de eerste Italiaanse Amerikaan in deze functie, noemt zijn stad niet voor niets 'een doenbare, beloopbare stad'. Een auto, vrijwel overal in de VS het onmisbare vervoermiddel, is in Boston net zo lastig als in New York. Een tramachtige metro, de zogeheten 'T', verbindt deels ondergronds, deels bovengronds niet alleen alle musea en bezienswaardigheden met elkaar, maar biedt ook comfortabel transport naar Harvard Square (Cambridge) aan de andere kant van de Charles River, naar Logan International Airport, naar het Museum of Fine Arts en naar het JFK-museum, een absolute must. De luchthaven is ook te bereiken met een bootje vanaf het Waterfront Park.

Niet het financiële- en regeringscentrum vormen het hart van de stad, maar de Boston Commons. Weliswaar geen Central Park, maar, om het flauwe taalgrapje van het Boston Visitors Bureau te citeren, allerminst gewoon. Dit is het oudste openbare park in de Verenigde Staten. Hier sloegen de Puriteinen onder aanvoering van John Winthrop ('de Amerikaanse Moses') in 1630 hun tenten op. Zij gebruikten het grassige land als plaats voor openbaar gebed, executieterrein (afvalligen, andersdenkenden en indianen werden hier terechtgesteld) en als weides voor schapen en koeien.

Het park heeft altijd een rol gespeeld in de geschiedenis van de stad en daardoor ook van het land. Na de Puriteinen kwamen de Redcoats, de Britse soldaten die de kolonie verdedigden in de jaren van de revolutie en van de Commons een legerplaats maakten. De grote stakingen van de Bostonse politie in het begin van deze eeuw liepen hier uit op demonstraties, zoals later de grote protestacties van de anti-Vietnambeweging zich hier zouden afspelen. Roller-skaten, stickies roken en bierdrinken is in het park verboden, maar demonstreren en oreren vanaf een zeepkist zijn nog steeds toegestaan. Dat gebeurt nog maar zelden, want de studenten van 1997 hebben zeker in Boston andere prioriteiten dan in de jaren zestig en zeventig.

Recht tegenover de linkse hoek van Boston Commons ligt de enige pub die beslist gemeden moet worden, de Bull & Finch in het Hampshire House. Dit café stond model voor de televisieserie Cheers. De uitbaters hebben die kans aangegrepen om van de pub een tourist trap te maken, bovendien zijn de hamburgers er aan de schriele kant.

Aan de andere, oostelijke, kant van het park begint het Freedom Trail, de vijf mijl lange tocht die langs de monumenten van de Amerikaanse revolutie en de burgeroorlog van een kleine eeuw later voert. Het spoor is makkelijk te volgen, want het heeft de vorm van een rode streep die over de stoepen en straten kronkelt. Slechts zo nu en dan is de lijn onderbroken met stukken grijs.

Bij de allereerste kennismaking maakt de rode streep, een idee uit 1950 van de Bostonse krantenverslaggever William G. Schofield, een bespottelijke indruk. Een toeristisch lokkertje. Kunnen die Amerikanen niet zelf de weg vinden? Hoe zit het met die befaamde ontdekkingslust? Maar na een paar jaar in de VS wordt dit soort dienstverlening net zo geapprecieerd als de zeer vlotte bediening in de restaurants. Amerikanen hebben, in tegenstelling tot Europeanen, maar kort vakantie - een week of twee is wel het maximum - en hebben dus meer te doen dan kaartlezen en speuren in gidsen.

Het spoor loopt langs gebouwen, standbeelden, kerken, kapelletjes en Old Granary Burying Ground uit 1660 en Copps Hill Burial Ground. Twee gaaf bewaarde begraafplaatsen met schots en scheve grafstenen, waarvan de opschriften veel vertellen over de immigrantengeschiedenis van Boston. De rode lijn voert door de kerken waar abolitionist William Lloyd Garrison de eerste preken tegen de slavernij hield. Tot niet geringe ontstemming van de Brahmins overigens, die Garrison bijna lynchten.

Veel van deze historische gebouwen liggen ingekneld tussen de wolkenkrabbers van het Nieuwe Boston. Het Old State House, waar op 18 juli 1776 voor het eerst in het openbaar de Onafhankelijkheidsverklaring werd voorgelezen, en het Old South Meeting House - de Queen's Light Dragoons moeten hier meer dan eens straalbezopen de boel kort en klein geslagen hebben - worden overschaduwd door de hoofdkwartieren van Sheraton Hotels en First Boston, het bankconglomeraat.

Oud en Nieuw Boston komen samen in de straten - Congress Street en State Street - waar de Bostonians zich met geweld verzetten tegen de perfide Britten, 'the rascals, bloody backs and lobster scoundrels', zoals de roodjassen werden genoemd. Dit is gewijde grond, want de plaats van de Boston Massacre, waarbij in confrontaties met de Britten drie doden vielen. Een paar blokken verderop ligt in de haven een replica van de Beaver II afgemeerd.

Bostonians, vermomd als Mohawks, plunderen het schip van de East India Company en kieperden de lading thee in zee als protest tegen de Tea Act van het Parlement in Londen. Sedertdien hebben Amerikanen zich met meer succes dan Europeanen weten te verzetten tegen belastingverhogingen.

Echt fraai is de combinatie van oud en nieuw Boston niet, maar, godzijdank, is niet alles bezweken onder de slopersbal. De economische toptijden die Boston op het ogenblik doormaakt, vormen geen serieuze bedreiging. De groei vreet vooral ruimte in de groene buitenwijken en de directe omgeving van de topuniversiteiten.

Het Freedom Trail steekt via North End Park en de Charlestown Bridge naar Charlestown, het eindpunt van de rode streep. En passant heeft de wandelaar kennis kunnen nemen van historische figuren als Benjamin Franklin, drukker, schrijver, uitvinder en staatsman en Paul Revere, zilversmid en rebelse revolutionair.

North End en Charlestown zijn de buurten waar zich rond en na de eeuwwisseling Italiaanse en Ierse immigranten vestigden en daarom perfect passen in het concept van de Freedom Trail. Charlestown is sinds de sluiting van de marinewerf grotendeels veranderd van een Ierse volkswijk in een buurt van yuppies en hun families. De dominantie van de Ieren in Boston behoort tot het verleden want de algemene demografische ontwikkelingen in de VS zijn aan Boston niet voorbijgegaan. Eens was het nagenoeg blank. Nu maken minderheden - Afrikaans-Amerikanen, Vietnamezen, Latino's - 41 procent van de bevolking uit.

De oude etnische geuren en kleuren, dat wil zeggen Iers-groen en de Italiaanse tricolore, zijn echter niet verdwenen. Vooral North End is een buurt waar de wandelaar van de Freedom Trail vertraging oploopt. Niemand kan de bakkerij van Giovanni Picariello aan de Hanover Street passeren zonder zijn tartuffi di cioccolata te proeven. In deze straat had Rowland H. Macey, de grondlegger van Macey's, zijn winkel met Italiaanse pakken, schoenen en levensmiddelen. Op de deuren staan overwegend Italiaanse namen.

Hier hangt in de zomer de maandagse was nog tussen de huizen. Alle Italiaanse kranten verschijnen met slechts een halve dag vertraging. In de kaartclubs en sociale verenigingen verzamelen zich bejaarden die, zelfs al zijn zij niet in Italië geboren, heimwee hebben en zich eerder opwinden over de resultaten van AC Milan en FC Roma dan die van de Patriots of de Red Sox.

North End, waar de bevolking voor 60 procent van Italiaanse origine is, tracht het oude karakter te bewaren. Maar in steeds sneller tempo verdwijnen buurtwinkels en markten. Snoep-, ijs-, pasta-, sigarenwinkels veranderen in restaurants en banken. In zekere zin hebben jongere generaties niets van de vitaliteit van hun immigrantenouders en -grootouders verloren.

Wie na een bezoek aan het geboortehuis van Paul Revere aan het schitterende North Square niet rechtstreeks een van de aanpalende trattoria binnenstapt voor een late lunch of een vroeg diner begaat een kardinale vergissing.

Een lange wandeltocht door Boston kan niet anders eindigen dan in een Italiaans restaurant of een Ierse pub, of bij voorkeur allebei. Vanwege zere voeten, gestoofde gezichten, Chianti Classico en Samuel Adams biedt zelfs in kleinschalig Boston alleen een taxi dan nog uitkomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden