BOSNIE

KOSOVO blijft voorlopig gedompeld in ellende. Met Bosnië leek het na de Dayton-akkoorden toch nog goed gekomen. De huidige crisis rond de Bosnische Serviërs getuigt opeens van een andere orde: ook met Bosnië zit het nog lang niet goed....

Verwonderlijk is het niet. Toen Dayton in de herfst van 1995 eindelijk een einde maakte aan de wreedheden, was de mentaliteit van de inwoners voor de komende decennia getekend. Angst en haat hadden diep wortel geschoten.

Dayton betekende, naast de komst van tienduizenden soldaten van de NAVO-troepenmacht SFOR, de bevriezing van de scheidslijnen die na drieënhalf jaar oorlog en etnische zuiveringen waren ontstaan. Het huidige Bosnië heeft weinig gemeen met het Bosnië dat ooit bestond. Niet voor niets zeggen veel vluchtelingen dat het hun land niet meer is: het is een ander land, etnisch gezuiverd.

Tot begin jaren negentig leefden Moslims, Serviërs en Kroaten door elkaar en in redelijke harmonie, want, zeggen velen nu met heimwee, toen telde dat nare begrip etnische afkomst nog niet. Drie jaar na Dayton is etnische achtergrond nog steeds allesbepalend. Bosnië bestaat uit twee delen, de Servische Republiek en de Federatie van de daar nagenoeg gescheiden levende Moslims en Kroaten.

De terugkeer van de vluchtelingen, de belangrijkste Dayton-maatregel voor het herstel van de oude multi-etnische samenleving, is in de praktijk vrijwel onhaalbaar gebleken. Het aantal vluchtelingen dat bij een poging tot terugkeer is weggejaagd, is groter dan het aantal dat weer op de oude plaats woont. De meeste vluchtelingen zijn echter nog steeds zo bang dat zij niet eens proberen terug te keren. Geen van de Moslims die recentelijk onder dwang Duitsland hebben verlaten, hebben het ook maar gewaagd hun huis op te zoeken.

De bevolking is verbitterd en getraumatiseerd. Het valt westerse beleidsmakers niet te verwijten dat zij die diepe wonden niet kunnen helen. Het is hun wel aan te wrijven dat zij de pijn, de angst, de haat en de trauma's systematisch onderschatten. In de eerste plaats betreft dat de politici die pleiten voor de gedwongen terugkeer van vluchtelingen, die helemaal niets hebben om naar terug te keren.

Maar ook de internationale representanten die de Dayton-akkoorden uitvoeren, bagatelliseren de wonden. De huidige crisis in Bosnië is een gevolg van de verkiezingen van september vorig jaar. En die waren een gevolg van een veel te positieve inschatting van de mentaliteitsverandering van de inwoners: men hoopte dat zij drie jaar na de oorlog minder volgens etnische lijnen zouden stemmen. Een misrekening. De nationalisten bleven bij de verkiezingen niet alleen dominant. Zij drukten in veel gevallen ook de opkomende klasse van de gematigden weg.

Het grootst waren gevolgen bij de Serviërs. Juist binnen deze groep, die als de meest hopeloze werd beschouwd, was in de jaren na Dayton een verbetering tot stand gekomen. In 1997 kwam het tot een breuk tussen gematigden, rond de toenmalige presidente van de Servische republiek Plavsic, en ultra-nationalisten, rond de ondergedoken Karadzic.

Plavsic en haar premier Dodik kozen voor Dayton. Zij gingen samenwerken met de internationale gemeenschap. Veel nobele motieven hadden zij niet. Zij handelden uit puur pragmatisme. Zij beseften dat de verarmde en verloederde Servische republiek geen andere keus had dan Dayton te accepteren. Maar het Dayton dat Plavsic en Dodik voor ogen stond was een ander Dayton dan dat van de internationale gemeenschap: zij wilden meewerken aan de wederopbouw, maar de Servische republiek moest van de rest van Bosnië gescheiden blijven. Helemaal onrealistisch was dit niet. Gescheiden levende gemeenschappen die op basis van gezond verstand met elkaar samenwerken vormen waarschijnlijk het maximum wat er de komende decennia voor Bosnië inzit.

Plavsic wilde ook niet te veel met Dayton worden geassocieerd: het zou de ultra-nationalisten in de kaart spelen. Maar ze werd wél met Dayton geassocieerd. Ze verloor de verkiezingen in september van de ultra-nationalist Poplasen, een politieke vriend van Karadzic, Seselj en alle andere Groot-Serviërs. De Servische Republiek in Bosnië was terug bij af.

In een half jaar tijd deed Poplasen alles om het vredesproces kapot te maken. Vrijdag was de maat voor de internationale gemeenschap vol. Poplasen werd ontslagen door de speciale VN-gezant, de Spanjaard Carlos Westendorp, vanwege zijn vergaande bevoegdheden ook wel de 'onderkoning van Bosnië' geheten. Dezelfde dag kwam de beslissing dat de door Serviërs etnische gezuiverde, strategisch gelegen stad Brcko onder internationaal toezicht komt. Het waren twee druppels die de Servische emmer deden overlopen. Radicalen en gematigden werden weer in elkaars armen gedreven. Gezamenlijk trokken ze zich uit alle Bosnische staatsinstituten terug. Alleen de zeer gematigde Dodik is hierop teruggekomen.

Zowel het ontslag van Poplasen als de neutrale status voor Brcko was zeer gewenst. Maar de internationale gemeenschap handelde onhandig en laat. Zij had moeten zorgen dat Poplasen nooit was gekozen: door de ultranationalisten te verbieden aan de verkiezingen deel te nemen, of door helemaal geen verkiezingen te organiseren voor een bevolking die nog niet in staat is 'verstandig' te stemmen, tegen het etnische gevoel in. En zij had zelf in een vroeg stadium een beslissing over Brcko moeten nemen.

Nu is een crisis ontstaan rond een vanzelfsprekend feit waar alle Bosnische politici zich al drie jaar bij moeten neerleggen: dat zij moeten luisteren naar de onderkoning. Want Bosnië is een protectoraat van de internationale gemeenschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden