Bosniërs komen in opstand

Inwoners van een reeks Bosnische steden bestoken overheidsgebouwen. Ze betogen tegen werkloosheid en onbetaalde lonen. 'Ik dacht: hier is anarchie uitgebroken.'

AMSTERDAM - Demonstranten hebben vrijdag in verscheidene steden in Bosnië-Herzegovina overheidsgebouwen vernield en in brand gestoken. Ze zijn gefrustreerd over de hoge werkloosheid en slechte sociale voorzieningen in het land. De onrust begon in de industriestad Tuzla, waar brand werd gesticht in het kantoor van de provinciale overheid.


'Dieven', 'Moordenaars, of 'Revolutie' staat er op de spandoeken waarmee demonstranten in Tuzla zich sinds dinsdag voor de wit betonnen kolos posteren waarin het provinciale bestuur zetelt. Het zijn de hevigste politieke rellen in Bosnië-Herzegovina sinds de burgeroorlog tussen 1992 en 1995.


Dat de rellen juist in de Tuzla begonnen is geen toeval. De bevolking van de Noord-Oostelijke arbeidersstad gaat diep gebukt onder de gevolgen van de privatisering van een aantal voormalige staatsbedrijven in de chemische sector zoals wasmiddelenfabrikant Dita, en chemiebedrijf Polihem. Volgens recente cijfers is 44 procent van de inwoners van Bosnië-Herzegovina werkloos. Degenen die hun baan bij een van de geprivatiseerde bedrijven hebben behouden, verdienen veel minder dan mensen in dienst van de overheid.


Volgens Bosnische media hebben sommige werknemers van Dita, onder het communistische bewind van Tito een bloeiend staatsbedrijf, al 27 maanden geen salaris gehad. Velen van hen zijn niet verzekerd en de uitkeringen zijn minimaal. De Bosniërs zijn van mening dat de overheid de bedrijven voor weinig geld heeft verpatst aan 'de vrije markt' en hen, de werknemers, vervolgens in de kou heeft laten staan.


In december gingen in Tuzla medewerkers van Dita in hongerstaking om hun achterstallige loon te krijgen. De overheid gaf geen sjoege.


De incidenten illustreren de wrok tegen de politieke en economische inertie die al twee decennia als een putdeksel over het Balkanland ligt. De patstelling tussen de twee etnische groepen en bestuurlijke entiteiten in het land, de Bosnische moslims en de Serviërs, frustreert de economische wederopbouw .


Opvallend was dat vrijdag ook Banja Luka, de hoofdstad van het Servische deel van het land, 300 inwoners de straat op gingen uit solidariteit met de demonstranten in de moslimstad Tuzla .


'We zijn zo moe van politici die ruzie maken over de grondwet en verder niets doen voor de bevolking', zegt motorsportjournalist Edis Jasarevic telefonisch.


Jasarevic was toevallig in Tuzla, de stad waar hij opgroeide. 'Hier komt iets tot uitbarsting wat mensen heel lang hebben opgekropt. Al jaren staan mensen op het plein voor dat gebouw te demonstreren. Tot nu toe lachten de ambtenaren ze van achter de ramen.'


Op straat zag Jasarevic betogers uit alle lagen van de bevolking, 'maar het gebouw werd bestormd door jongeren en voetbalhooligans. Mensen zeiden dat het vooral kinderen van gedupeerde arbeiders waren.'


In de hoofdstad Sarajevo probeerde de politie de opmars van de demonstranten met waterkanonnen te stuiten. Toen dat niet lukte, beschoten agenten de massa met rubberkogels. Overheidsgebouwen in Mostar en Zenica staan er gehavend bij.


Op de radio en op Twitter spreken jongeren vurig over het begin van een 'Bosnische Lente' en van de opstand die zo lang op zich heeft laten wachten.


Edis Jasarevic hoopt dat in die uitspraken een kern van waarheid schuilt, 'Maar toen ik vanmiddag door Tuzla liep, dacht ik vooral: hier is anarchie uitgebroken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden