Bosnië en de kunst van het wachten

Over Bosnië is hij heel stellig: het is een gruwelijk conflict, maar het zal niet uitmonden in een grote Balkanoorlog....

HET is op zijn minst opvallend om te midden van al het deprimerende nieuws over oorlogen en onlusten iemand te horen zeggen dat hij de toekomst met vertrouwen tegemoet ziet. 'Ja, ik ben optimistisch', zegt John Keegan, een van Engelands meest vooraanstaande krijgskundigen en schrijver van het fascinerende A History of Warfare (Hutchinson, London), een prachtig geschreven uiteenzetting van het oorlogvoeren door de eeuwen heen.

'Ik ben optimistisch omdat ik nergens mensen zie met werkelijke macht die er op uit zijn chaos te creëren en de wereld naar hun hand te zetten. Ik zie ze in Rusland niet, in China niet, in Europa en in Amerika niet. De wereld is op het ogenblik vrij van dictatoriale onruststokers als Hitler en Stalin.' Hij gelooft ook niet dat zij in de voorzienbare toekomst zullen opstaan.

De oorlog in Bosnië beschouwt Keegan als een geïsoleerd conflict, dat zich niet tot een grote Balkanoorlog zal uitbreiden. 'Men zegt dat als de oorlog naar Macedonië overslaat Turkije en Griekenland niet aan de zijlijn kunnen blijven en wellicht elkaar de oorlog zullen verklaren. Nee hoor, zij zien maar al te zeer de gevaren van een oorlog die niet meer te beheersen is. Ook de Russen hebben minder sympathie voor de Serviërs dan men eerst vreesde.'

De vergelijking met 1914, toen ook niemand op oorlog uit was en, zoals de Britse staatsman Lloyd George zei: 'We all stumbled into the war', wil Keegan niet maken. 'Om de eenvoudige reden dat er toen geen kernwapens waren. De straf voor blunders als in 1914 zou massale vernietiging zijn. De Grieken, de Turken, de Russen, de Amerikanen, iedereen beseft dat. De atoombom blijft een heel afschrikwekkend wapen. De bom weerhoudt de supermachten ervan gevaarlijk spel te spelen, en op hun beurt zorgen zij ervoor dat kleinere landen geen kernwapens krijgen. De Russen zijn zeker zo bezorgd als de Amerikanen. Dat stemt mij zeer opgewekt.'

Hij zegt net zo verrast te zijn geweest door de gruwelijke uitbarsting van haat en geweld in het voormalige Joegoslavië als ieder ander. 'Men begreep eenvoudigweg niet wat er kookte en borrelde. Als men dat had voorzien was de internationale gemeenschap wel veel eerder ingesprongen. Nu we er zijn, moeten we er blijven. Voor onbeperkte tijd. En geen tijdslimiet bepalen.'

Hij beseft dat dat politiek moeilijk zal zijn, omdat de politici de kiezers moeten melden dat er successen worden geboekt. 'Ik vind dat we duidelijk moeten maken aan de Bosnische Serviërs dat zolang de VN-troepen er zijn, zij geen extra gebieden kunnen veroveren. Dus moeten we er net zo lang blijven tot zij het beu worden. Het is een waiting game, kijken wie het het langst volhoudt.'

Keegan meent dat de Blauwhelmen zich provocaties als het nemen van gijzelaars, het stelen van wapens, pogingen tot uithongeren, moeten laten welgevallen. 'Er zijn namelijk situaties die je niet snel kunt oplossen. Noem het een kat-en-muisspel. Maar wij blijven. We maken duidelijk dat ze hun zin niet krijgen. Voor Europeanen en zeker voor Amerikanen is dat een moeilijke optie, zegt Keegan, omdat 'wij resultaat-gericht zijn. Wij zeggen dat als je een probleem hebt, je het moet oplossen. De Amerikanen willen, nog veel meer dan wij Europeanen, direct resultaat. Toch is er ook een andere benadering.'

Hij spreekt over de 'Chinese manier van oorlogvoeren. Daar heb ik grote bewondering voor.' Confucius leerde de Chinezen: 'Het is minderwaardig als een man zijn doel met geweld bereikt.' Dus was het nodig om allerlei tactieken te bedenken om gevechten te voorkomen. De Chinezen waren sterk in het misleiden van de tegenstander, het bedenken van schijnbewegingen, en dat had tot resultaat dat het aantal slachtoffers beperkt kon blijven.

In scherpe tegenstelling hiermee is de 'Europese oorlogvoering', die al bij de Griekse falanx gebaseerd was op man-tegen-man-gevechten en heldendom. De Chinese soldaat stond niet zo hoog aangeschreven.

Het ging pas goed fout met de Europese oorlog, toen vanaf de Franse revolutie en de napoleontische oorlogen iedere burger het recht èn de plicht had om voor zijn vaderland te sterven. De Industriële Revolutie zorgde er nog eens voor dat zich een niets ontziende oorlogsindustrie kon ontwikkelen. De twee wereldoorlogen waren het lugubere resultaat. De vijanden waren uit op elkaars vernietiging. Die oorlogen hadden tot gevolg dat Europa zijn wereldhegemonie verloor.

John Keegan groeide tijdens de Tweede Wereldoorlog op aan de Engelse zuidkust. Hij herinnert zich levendig hoe de Amerikanen kwamen ter voorbereiding van D-Day, het offensief van Normandië. Zijn vader had in de Eerste Wereldoorlog gevochten. 'Hij vertelde erover. Maar nooit dat het mooi of geweldig was. Mijn vader zei hoe verschrikkelijk het was geweest.'

Als gevolg van kinderverlamming werd Keegan afgekeurd voor militaire dienst. 'I was not fated to be a warrior', zo begint hij de inleiding van A History of Warfare. Toen hij in 1953 in Oxford geschiedenis ging studeren, koos hij krijgsgeschiedenis als bijvak.

'Waarom weet ik niet. Ik raakte geïnteresseerd in het onderwerp. De wereld wordt voor een groot deel door oorlogen bepaald. Oorlogen hebben bewonderenswaardige militairen voortgebracht. Maar aangetrokken tot oorlog? Nee, nooit. Ik heb nooit militair willen worden. Oorlog is huiveringwekkend.'

KEEGAN doceerde jarenlang krijgsgeschiedenis aan de militaire academie Sandhurst en is nu defensie-correspondent van het conservatieve dagblad The Daily Telegraph. Als gevolg van zijn jarenlange omgang met militairen heeft hij geconstateerd dat warriors - dat is de term die hij het liefst gebruikt - anders zijn dan andere mensen. 'Militaire opleiding is niet alleen een vakopleiding, maar ook een strenge scholing in zeer specifieke normen en waarden: kameraadschap, loyaliteit, plicht. Je verandert iemands karakter en dat maakt hem tot een volledig ander mens.'

Keegan wijst op de trouw aan het regiment: 'Een persoonlijke belediging kun je de volgende dag weer vergeven, maar afgeven op iemands regiment wordt nooit vergeten, de zaak kan niet worden uitgesproken. Zo diep zijn de waarden van het regiment gekwetst, is de trots van de stam aangetast.'

Oorlogvoeren - en daarvoor worden militairen opgeleid - is ook met geen ander beroep of vak te vergelijken, zegt hij. Hun vaardigheden, hun waarden vormen een geheel eigen wereld, die wel parallel loopt met het dagelijks leven, maar er nooit deel van uitmaakt. Het blijven twee werelden, die beide veranderen, maar één worden ze nooit.

Het fascineert Keegan te ontdekken wat een militair is, maar bovenal stelt hij zich de vraag: 'Wat is oorlog?' Hij weigert te erkennen dat oorlog iets 'natuurlijks' is. Hij gelooft het niet. Hij is ervan overtuigd dat oorlog en oorlogvoeren cultureel zijn bepaald. Er zit zeker iets agressiefs in de mens, agressie kun je stimuleren, maar er zijn in de mens ook heel andere krachten, die het destructieve verfoeien en verachten. Dat is beschaving. 'En die krachten van de beschaving zijn hier in West-Europa, in Amerika, in India, heel sterk en solide.'

Hij denkt dat het daarom onmogelijk is dat situaties zoals die zich in voormalig Joegoslavië voordoen, ook hier kunnen ontstaan. Onze cultuur, onze geschiedenis is minder doordrenkt van geweld en onderdrukking. Wij zijn niet zo gevoed met haat en wrok als de mensen in Servië en Bosnië met hun bloedig verleden.

Oorlogvoeren, zegt Keegan, is per definitie primitief. Oorlog corrumpeert. Hij haalt de onlangs overleden Joegoslavische politicus en intellectueel Milovan Djilas aan, die als partizaan met Tito tegen Hitler vocht, maar later bij Tito in ongenade viel. Over Djilas ging het heldenverhaal dat hij in man-tegen-man-gevechten Duitsers had gedood, maar, zoals Djilas later in zijn memoires schreef, hij was geen held, hij sneed weerloze soldaten die op de grond lagen de keel af.

Zijn eigen academische oorlog voert Keegan met Karl von Clausewitz (1780-1831), de Pruisische officier die tegen Napoleon vocht, historicus en schrijver van het nog altijd zeer gezaghebbende boek over het wezen van de oorlog en het oorlogvoeren, Vom Kriege. Clausewitz beschouwt de oorlog als 'een voortzetting van de politiek met andere middelen'.

Nee, zegt Keegan, zo eenvoudig ligt het niet. 'Mijn bezwaar tegen Clausewitz is dat hij oorlog te veel simplificeert. Het verschrikkelijke van oorlog is dat er krachten losbreken die mensen niet meer kunnen controleren. Ik geloof dat oorlog niet een voortzetting van politieke middelen is, maar juist een beëindiging ervan. Er kunnen politieke motieven zijn, ze zijn er zeker in Bosnië, maar daar verklaar je die oorlog niet mee.'

In een oorlog worden, zegt hij, militaire leiders belangrijk, en hun opvattingen gaan regelrecht in tegen die van de politicus. 'Politici zoeken compromis, verzoening, consensus, ze moeten rekening houden met hun kiezers. Maar een militair denkt aan overwinning, triomf, vernedering van de vijand, fysiek machtsvertoon. Volledig ander waardepatroon. Zoals je big business ook niet kunt vereenzelvigen met christelijke naastenliefde. Het zijn twee verschillende grootheden, wat niet wegneemt dat big business ook aan liefdadigheid kan doen.'

Volgens Keegan is de bewondering voor Clausewitz zo groot omdat deze, als kind van de verlichting, de oorlog tracht te rationaliseren en wij eigenlijk niet kunnen aanvaarden dat er zoiets onbeschaafds als een oorlog in onze cultuur bestaat. Oorlog werd, volgens de regels van Clausewitz, ook het werkterrein van de politicologen. 'Als militair historicus moet je daar wel eens om lachen.' Keegan vertelt hoe de politicologen tijdens de Golfoorlog aan de hand van allerlei uitspraken en dreigementen van regeringsleiders in het Midden-Oosten op de televisie vertelden hoe ingewikkeld het allemaal in elkaar zat. 'Ik zei: onzin, Saddam Hussein heeft zijn leger uitgestuurd zonder luchtdekking, en daarom wordt hij meteen verslagen.'

Keegan heeft een diepgaande studie gemaakt van alle denkbare oorlogen in de oudheid, de middeleeuwen en het recente verleden. Hij bestudeerde de Zoeloes, Azteken, Assyriërs, Japanners, hun wapens, hun oorlogsvormen, hun moordlust en ingetogenheid, hun rituelen en symbolen. Zijn conclusie is dat oorlogen veel meer door cultuur en traditie worden bepaald dan door politiek.

Hij gelooft ook te hebben geleerd dat oorlogen niet onvermijdelijk zijn. Hij is ervan overtuigd dat beschaving en cultuur in grote delen van de wereld zich tegen het voeren van oorlogen kunnen en zullen verzetten. Oorlogen kunnen overbodig worden.

Maar de rol van de militair is beslist niet uitgespeeld. Hij gelooft dat krachtige en zeer gedisciplineerde legers gehandhaafd moeten worden om onder gezag van de Verenigde Naties, de NAVO of de eigen regering vrede te bewaren of op te leggen. Een Europese veiligheidsmacht is zijns inziens niet snel te verwachten, omdat defensie afhankelijk is van een gemeenschappelijke Europese politiek, en daar is de tijd voorlopig niet rijp voor.

De militairen zullen als vredebewaarders of vredebrengers onze beschaving moeten verdedigen, maar die beschaving zullen zij vernietigen zolang het Westen vasthoudt aan de traditionele, westerse manier van oorlogvoeren waarbij, zoals tijdens de twee wereldoorlogen, een maximum aan geweld en wapens geoorloofd was. Er is behoefte aan intellectuele terughoudendheid en, zegt Keegan, herontdekking van rituele symbolen van primitieve oorlogvoering waarbij het maken van slachtoffers vermeden wordt. Keegan gelooft dat zowel politieke leiders als militairen de noodzaak hiervan beginnen in te zien. In het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs (mei-juni) zegt Keegans collega Edward Luttwak dat een nieuwe opvatting van oorlogvoeren een bescheiden en geduldige strategie vereist, waarbij men erkent dat gedeeltelijk succes wenselijk kan zijn, omdat meer doen te veel slachtoffers zou eisen en niets doen schadelijk is voor wereldorde en zelfrespect.

Voor Keegan is zo'n geluid een aanwijzing dat hij niet de enige is die denkt dat we toch op weg zijn naar een veiliger wereld. Zoals hij ook het zenden van de nieuwe Snelle Interventiemacht naar Bosnië beschouwt als een bewijs dat morele verantwoordelijkheid wel degelijk van invloed blijft op de internationale rechtsorde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden