Borssele: honderd procent veilig is een illusie

AMSTERDAM - In Nederland is rekening gehouden met overstromingen, aardbevingen, brand, aanslagen en neerstortende vliegtuigen. Zijn daarmee alle risico's van de Nederlandse kerncentrale afgedekt? Zes vragen over Borssele.

Van onze verslaggever Michael Persson
Borssele. Beeld
Borssele.

Door de nucleaire noodsituatie rond de centrale van Fukushima in Japan rijzen overal ter wereld vragen over de veiligheid van kerncentrales. Beslissingen over nieuwe kerncentrales, of het langer openhouden van bestaande, worden door onder meer Duitsland en Zwitserland opgeschort. Hoe staat Nederland ervoor?

Is Borssele vergelijkbaar met Fukushima?
Ja: het zijn allebei kerncentrales.

Nee: er is een cruciaal technisch verschil. De centrale in Borssele is een zogeheten drukwaterreactor, terwijl Fukushima zes kokendwaterreactors bevat. In een kokendwaterreactor verandert het water dat langs de splijtstofstaven stroomt zelf in stoom, die direct de stoomturbine aandrijft. In een drukwaterreactor zijn er twee gescheiden circuits. Het water dat langs de splijtstofstaven stroomt wordt heet, maar gaat (dankzij de hoge druk) niet koken. Vervolgens geeft het die warmte af aan ander water, in een ander circuit, dat de stoomturbine aandrijft.

In de drie probleemreactoren van Fukushima moest vanwege de druk af en toe stoom worden afgeblazen, waardoor het waterniveau in het reactorvat zelf is gedaald. Daardoor zijn de splijtstofstaven deels bloot komen te liggen en gesmolten (dit wordt een gedeeltelijke meltdown, of kernsmelting, genoemd). In Borssele zou het stoom afblazen niet direct tot een watertekort in de reactor leiden.

Is Borssele dan veiliger?
Dat is niet te zeggen. Het ontwerp van Borssele is door de gescheiden circuits complexer. Er zijn meerdere koelwaterkringlopen, die allemaal moeten blijven werken. Ook in Borssele is het essentieel dat de warmte steeds kan worden afgevoerd. Mocht de stroom uitvallen, dan is er om te beginnen een 'passief' circulatiesysteem dat de restwarmte van de splijtstofstaven afvoert zonder dat daar stroom voor nodig is.

Als dat systeem niet werkt zijn er drie nooddieselcentrales die elk afzonderlijk koelwater kunnen blijven rondpompen. Voor de zekerheid zijn er in 1986 nog twee diesels bij gezet, in een betonnen bunker, als nood-noodstroomvoorziening. Deze diesels zuigen lucht aan via een zogeheten snorkel om bij overstromingen tot 7,30 meter boven NAP te kunnen blijven functioneren. In 1953 kwam het water 4,55 meter boven NAP.

Wat zijn de gevaren die Borssele te duchten heeft?
Overstromingen dus, allereerst. Daarnaast is rekening gehouden met aardbevingen tot maximaal 5 op de schaal van Richter, met brand, terroristische aanslagen en met neerstortende vliegtuigen. Dat zijn zogeheten ontwerpongevallen.

Zijn daarmee de risico's afgedekt?
Nee, niet per se. Bij het berekenen van de veiligheid van centrales wordt voor honderden scenario's de kans op problemen geschat, en worden de gevolgen van die problemen uitgewerkt. Zo'n risico-analyse lijkt exact. Zo is bij de bouw van Borssele de kans op neerstortende vliegtuigen ingeschat op eens in de 10 miljoen jaar. Die kans was gebaseerd op de ongevallenstatistiek in de luchtvaart. Vanwege de nabijheid van het vliegveld Midden-Zeeland werd de centrale vervolgens zo gebouwd dat hij bestand was tegen neerstortende sportvliegtuigjes van het type Cessna-210.

In 2001 bleek dat vliegtuigen ook expres kunnen neerstorten (Twin Towers), en dat die vliegtuigen soms veel groter zijn dan een Cessna-210. Toen werd gekeken naar de feitelijke vliegtuigbestendigheid van de reactor. Uit de berekeningen bleek dat de reactor bestand was tegen de inslag van middelgrote vliegtuigen 'met een beperkte snelheid'. Niet tegen Boeings-747 dus. Voor grotere vliegtuigen wordt erop vertrouwd dat die nooit in hun geheel tegen de centrale zelf aan kunnen komen, omdat ze daarvoor te groot zijn.

Risico's kunnen dus veranderen. Sommige gevaren, of combinaties van gevaren, kunnen na verloop van tijd groter blijken dan ooit gedacht. Tegen de BBC verklaarde een van de bouwers van de centrale in Fukushima dat de kans op een aardbeving wel was meegenomen in het ontwerp van de centrale, maar dat grote tsunami's minder waarschijnlijk werden geacht.

En als het onwaarschijnlijke dan toch gebeurt gaat het dus mis?
Dat hoeft ook weer niet. Centralebouwers nemen ook 'maatregelen ter beperking van de gevolgen van (buiten-)ontwerpongevallen'. Ofwel: ze proberen rekening te houden met de ongelukken die ze niet kennen. Daartoe worden de splijtstofstaven ingepakt in zirconium, in een reactorvat, in een betonnen doos, in een stalen behuizing. In Japan heeft die driedubbele verpakking, in combinatie met koeling door zeewater, de gelekte radioactiviteit (tot dusver) kunnen beperken. Er zijn echter wel gewonden gevallen, er zijn duizenden mensen geevacueerd, er zijn radioactieve stoffen vrijgekomen, en de reactoren kunnen als verloren worden beschouwd.

Dus?
Het is zoals EPZ, de beheerder van Borssele, het zelf zegt: 'Honderd procent veiligheid is een illusie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden