Borrels

Januari is de maand van de nieuwjaarsborrels. Gisteren gingen we naar de eerste. Nee, het was alweer de tweede. Of de derde?...

Omdat nieuwjaarsborrels een kwelling zijn in je eentje gingen we niet alleen. Bij het ophangen van onze jassen kwamen we al iemand tegen die we kenden. En toen we de nummertjes van de garderobe in onze zak staken nog iemand. Beiden waren ook niet alleen gegaan.

We hadden het erover hoe het ging. Daarna over hoe we het gehad hadden. Over hoe we ons voelden. We waren het erover eens dat er veel gebeurd was de laatste tijd. Dat we bepaalde dingen niet te snel mochten vergeten. Dat het elders altijd nog erger kon. En dat we ons daarom gelukkig moesten prijzen.

We keken om ons heen of er niemand meeluisterde en gaven vervolgens op fluistertoon een mening ten beste die er niet om loog. De anderen schrokken even, maar keken toen op hun beurt om zich heen. Ook hun mening was behoorlijk uitgesproken. Als we het tenminste goed hadden verstaan, want binnen was inmiddels de toespraak begonnen.

In de toespraak kwam bijna alles wel een keertje voorbij. Daarna gingen we in de rij staan voor het gratis buffet. Het wachten duurde lang. Er hing een lucht van warm vlees. Of van vis. Omdat we niet alleen waren kon de ander ondertussen wat te drinken gaan halen.

Het werd al snel later. En daarna nog later. We raakten met iemand in gesprek die voorstelde om bij hem thuis nog een laatste afzakkertje te nemen. Waar dat dan was, wilden wij weten. Hier vlak om de hoek, ik woon in een museum, luidde het antwoord. Ja dag, zeiden wij, dat gelooft toch niemand. Jawel, ik ben zelfs de directeur, zei de ander, die hier misschien wel als enige in zijn eentje gekomen was.

Omdat we dat wel eens met onze eigen ogen wilden zien gingen we mee. Buiten stond een warme januariwind. Aangezien we nu aardig wat op hadden, ging het al lang niet meer over meningen. Of over gironummers. Ik heb net zoveel overgemaakt als ik aan vuurwerk heb uitgegeven, had iemand op de borrel gezegd. En daarna nog iemand, en toen nog iemand. Dat leek nu alweer bijna een eeuwigheid geleden.

Het was waar van dat museum. De 'directeur' stak de sleutel in het slot. We liepen door verlaten zalen. Er hing kunst aan de muur, er stond kunst op voetstukken, en er lag kunst in vitrines. Het was raar. Onwerkelijk, verbeterde de ander ons.

We hoorden het geluid vrijwel gelijktijdig. Een geluid of iemand een schilderij van de muur haalde. We wisten meteen dat het dat was, ook al hadden we zo'n geluid nog nooit eerder gehoord.

In de volgende zaal troffen we de dieven aan. Ze waren met zijn vieren, droegen gestreepte gevangenispakken, en aan hun enkels waren met kettingen vier zwarte loden kogels bevestigd. Alles wees erop dat ze net waren ontsnapt, maar dat ze blijkbaar niets hadden geleerd van hun verblijf achter de tralies. Het schilderij dat zij van de muur hadden losgemaakt kwam ons bekend voor. Het was geen goed schilderij, maar wel veel waard.

Wat doen we nu, boss? vroeg de langste van de vier dieven aan de kleinste.

Kort daarop ontbrandde er een vuurgevecht. Het was een van de merkwaardigste vuurgevechten waar we ooit in verzeild waren geraakt. Aan de ene kant wilde je namelijk verhinderen dat de dieven met het schilderij aan de haal zouden gaan, maar aan de andere kant wilde je ook de overal aanwezige kunst niet beschadigen. Tenslotte vonden we de gulden middenweg, en konden we eindelijk aan het beloofde 'afzakkertje' beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden