Boosheid van Nederlanders die iets 'niet normaal' vinden

Het is in ons gezin met drie leden en twee talen een vast zinnetje geworden: 'Geen Roemeens spreken, nu!' We zeggen het vaak als we in Vught de Lidl of de Emté naderen. Spreken we daar wel Roemeens, dan kunnen we de aandacht trekken van vrouwen die daar vooral rond de feestdagen staan met daklozenkranten.

De klas van Maia Tempelman, 8 van de 23 kinderen zijn tweetalig. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De meeste Roemenen in Nederland zijn hoogopgeleid. Maar de Roemenen die Nederlanders het meeste zien niet. Eén vrouw die zich in Vught vaak bij supermarkten positioneert komt uit de droevige betonnen stad Bacau en dist, zodra ze de Roemeense taal hoort, een droevig levensverhaal op. Ze vertelde het ons twee keer, drie keer, vijf keer. Als ze géén Roemeens hoort, pikt ze ons er niet uit. En dus proberen we linguïstisch haar aandacht niet meer te trekken.

Daar is nog een reden voor. Als we op straat Roemeens spreken, krijgen we vaak minder vriendelijke blikken. Premier Rutte hanteert deze weken de slogan 'doe normaal'. De periode van zijn tweede kabinet werd gekenmerkt door toenemende boosheid van Nederlanders die iets 'niet normaal' vinden, bijvoorbeeld een hun onbekende taal in de openbare ruimte. Drie keer al werd mij in mijn geboorteplaats toegeroepen dat ik terug moet naar mijn eigen land en dat 'het hier Nederland is'. De PVV groeide ondertussen in de peilingen uit tot Nederlands grootste partij.

Standplaats Vught

In de aanloop naar de verkiezingen peilt Olaf Tempelman de stemming in het land. Dat doet hij vanuit een microversie van Nederland: Vught. Hoe hebben de decentralisatie in de zorg, de versobering van de renteaftrek en al die andere kabinets-maatregelen Vught en daarmee Nederland veranderd? Lees hier de vorige afleveringen terug.

Amper 100 meter achter de Emté ligt een oud schoolgebouw waar de PVV op verkiezingsdagen al een paar keer het meest werd aangekruist. Het beste resultaat haalde de partij in Vught in 2010, met ruim 12 procent van de stemmen, een paar procent onder het landelijk gemiddelde. Op 15 maart zal dat percentage hoger uitvallen.

De laatste keer dat ik argwanende blikken trok met een Roemeens gesprek voor de supermarkt, vroeg ik me af of ik Wilders nieuwe kiezers had bezorgd. Die kunnen immers ook een Romaanse taal ervaren als Midden- en Oost-Europese overlast.

In het Vught van mijn jeugd hoorde je amper Engels. In het Vught van nu hoor je talen uit alle delen van de wereld. Er is geen grote Oost-Europese taal die ik de afgelopen jaren níet in Vught heb gehoord. In mijn dochters klas in Vught-Zuid zijn acht van de 23 kinderen tweetalig. Mijn dochter hoort daar ook bij, thuis is de voertaal Roemeens. Ik heb een klein decennium voor deze krant over Roemenië geschreven, met mijn vrouw heb ik nooit iets anders gesproken. Onze huisregel is simpel: we spreken Roemeens en als er iemand bij is die dat niet verstaat, spreken we Nederlands. Een typische schemerzone blijkt echter telkens weer de openbare ruimte. Kunnen we Roemeens praten als we in het bos wandelen of in de supermarkt staan te wachten voor de kassa?

Als we de omgeving willen behagen, moeten we het niet doen. Sunny Bergman voerde experimenten uit om autochtone Nederlanders minder vriendelijk gedrag te ontlokken. Collega-journalisten trokken met datzelfde doel traditionele kledij uit het Midden-Oosten aan. Ik heb me nooit aan verkleedpartijen bezondigd en heb geen enkel experiment uitgevoerd. Mijn toegangsticket tot de wereld van de mensen van 'niet Nederlandse komaf' dank ik exclusief aan de taal van het land waar ik correspondent was.

Er werd ons in nukkig Engels toegebeten dat we onze fietsen niet tegen een winkelraam mochten zetten. Er werd ons in basaal Engels uitgelegd dat het bos in Nederland voor honden is en niet voor katten. ( 'Naar huis jij!', spraken we streng tegen onze mee wandelende kater.) Er werd ons ruim voor we aan de buurt waren bij een pinkassa toegeroepen: 'no cash here!' We verzekerden de rij in het Nederlands dat we pinpassen bezaten en zagen de opluchting op de gezichten verschijnen.

Eén keer kwam ik met mijn dochter uit de supermarkt en trof ik tussen de post een enquête van het Sociaal Cultureel Planbureau met een stuk of honderd vragen over de emotionele problemen en de aanpassingsmoeilijkheden van mijn 'Poolse, Roemeense of Bulgaarse kind'. Ik meende die dag een beetje te hebben ondervonden hoe het is om in het huidige Nederland van 'niet-Nederlandse komaf' te zijn. Een klein beetje: als wij onze mond houden, ziet u niets aan ons.

Eén keer trokken we in de supermarkt positieve aandacht. Een hartelijke Vughtse mevrouw informeerde welke beautiful language ze had opgevangen. Ze hoorde 'een soort Italiaans met Slavische woorden'. We hebben haar geprezen voor haar uitstekende taalgevoel. In het Nederlands uiteraard.

'Papa, we krijgen een Syrisch jongetje in de klas'

'Leuk, er komt een Syrisch jongetje in de klas', zei zijn 7-jarige dochter, terwijl het vluchtelingendebat grimmiger werd. Op de Vughtse school waar hij zelf ooit zat, beziet Olaf Tempelman een multi-etnische microkosmos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden